ECLI:NL:GHLEE:2001:AC0654
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Honoraria tandarts niet aangemerkt als winst uit onderneming maar als inkomsten uit arbeid
De belanghebbende, een tandarts, was in 1996 werkzaam in drie tandartsenpraktijken en gaf haar inkomsten aan als winst uit onderneming. De inspecteur kwalificeerde deze inkomsten echter als loon uit dienstbetrekking en voordelen uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden.
Het geschil betrof de vraag of de honoraria als winst uit onderneming ex artikel 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moesten worden aangemerkt, zoals de belanghebbende betoogde, of als inkomsten uit arbeid ex artikel 22, zoals de inspecteur stelde. Het gerechtshof beoordeelde de zelfstandigheid van de belanghebbende ten opzichte van de praktijkhouders en concludeerde dat zij onvoldoende zelfstandigheid bezat, mede omdat zij gebonden was aan de praktijkvoering van de hoofdbehandelaar en geen eigen administratie voerde.
Daarnaast waren de werkzaamheden bij de andere twee praktijken te bijkomstig van aard om als zelfstandig ondernemerschap te kwalificeren. De belanghebbende had ook geen zelfstandigheidsverklaring verkregen voor het jaar 1996. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de kwalificatie van de inkomsten als loon uit arbeid, waarmee het door de inspecteur vastgestelde belastbare inkomen werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.