2. De feiten
Blijkens de gedingstukken en het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen het volgende vast.
2.1 De belanghebbende is in het onderhavige jaar eigenaar en gebruiker van het aan de a-weg 2 te Z gelegen verzorgingshuis “G” (: het object). In het kader van de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken is de onroerende zaak aangemerkt als één object met een vastgestelde waarde van € 4.442.508. Deze objectafbakening en de waardevaststelling is tussen partijen niet in geschil.
2.2 De tarieven van de onroerende-zaakbelastingen van de gemeente Leeuwarden zijn in 2002 per € 2.268 waarde-eenheid:
Woningen Niet-woningen
Eigenaar 6,16 9,42
Gebruiker 4,95 7,56
Totaal 11,11 16,98
2.3 De belanghebbende is voor het onderhavige object als eigenaar aangeslagen voor een bedrag van € 18.444 en als gebruiker voor een bedrag van € 14.802. Deze aanslagen zijn in bezwaar gehandhaafd.
2.4 De bruto grond-/vloeroppervlakte is als volgt verdeeld over het object:
Appartementen Overig Totaal Waarde
Project-/omliggende grond 7.000 238.235
Infrastructuur 4.200 86.907
Restgrond 4.486 20.357
Begane grond 214 2.590 2.804 1.252.117
Eerste verdieping 941 509 1.450 647.493
Tweede verdieping 941 509 1.450 647.493
Derde verdieping 941 509 1.450 647.493
Vierde verdieping 685 445 1.130 504.598
Vijfde verdieping 214 247 461 205.858
Zesde verdieping 214 202 416 185.763
Zevende verdieping ---- 99 99 22.104
Totaal 4.150 5.110 9.260 4.458.418
2.5 De projectiegrond (de grond die nodig is om de onroerende zaak aan zijn functie te kunnen laten voldoen, te weten het bebouwde oppervlak zelf en het oppervlak dat nodig is voor onderhoud en gebruik van de opstallen) bedraagt 1,5 maal het bebouwde grondoppervlak.
2.6 Het object beschikt op de begane grond over een centrale hal met receptie van waaruit bereikbaar zijn de winkel, de bibliotheek, de recreatiezaal, het restaurant, de kapel en ruimtes voor kapper, pedicure en fysiotherapeut. Verder zijn op de begane grond gesitueerd de ziekenboeg, de centrale keuken, de wasserette en de personeelsverblijven. Op de eerste tot en met de zesde verdieping bevinden zich voorts zustersposten, waarvan vrijwel geen gebruik wordt gemaakt. Op de zevende verdieping zijn technische installaties geplaatst.
2.7 Het object bestaat daarnaast uit 97 afzonderlijk genummerde twee kamer appartementen verdeeld over de begane grond en zes verdiepingen. De afsluitbare appartementen zijn bij de voordeur steeds voorzien van een huisbel. De woonkamer is door middel van een schuifwand afgescheiden van de slaapkamer. Elk appartement is uitgerust met een natte cel voorzien van toilet, douche en wastafel en een keukenhoek. De keuken beschikt onder meer over een koelkast, een waterkoker, een koffiezetapparaat en een warmhoudplaatje. Sommige bewoners beschikken over een magnetron. Het ontbreekt in de appartementkeukens aan zodanige voorzieningen om aldaar een warme maaltijd te bereiden. Voorts beschikt ieder appartement over een eigen KPN-aansluiting, welke bij intrek door de bewoner(s) zelf moet worden verzorgd, een TV-aansluiting en een aansluiting op het centrale bewonersalarmsysteem. De inrichting van de appartementen wordt door de bewoners zelf verzorgd.
2.8 De bewoners worden gestimuleerd de maaltijden gezamenlijk met andere bewoners in het gemeenschappelijke restaurant te gebruiken. Maaltijden mogen desgewenst op de eigen kamers worden genuttigd.
2.9 G biedt de bewoners naar behoefte zorg op maat, zoals persoonlijke verzorging, schoonmaakhulp en maaltijdverzorging. Iedere bewoner van het object behoeft in enigerlei mate verzorging. De zorg wordt op maat aangeboden. Er is geen sprake van verpleging. Om in aanmerking te komen voor een appartement is een indicatie door het Regionaal Indicatie Orgaan Noord-Friesland vereist.
2.10 In de directe omgeving van het object bevinden zich een honderdtal aanleunwoningen. Deze woningen maken geen deel uit van het object. Bewoners van een aanleunwoning hebben geen indicatie nodig. Overigens kunnen zij gebruik maken van alle faciliteiten van G, zij het dat voor zorgbehoefte een afzonderlijke indicatie vereist is.
3. Het geschil en de standpunten van partijen
3.1 In geschil is het antwoord op de vraag of het object voor de tariefstoepassing van de onroerende-zaakbelastingen moet worden aangemerkt als een woning, hetgeen de belanghebbende verdedigt, dan wel als een niet-woning, hetgeen door de directeur is bepleit.
3.2 Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.