ECLI:NL:PHR:2010:BL5650
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening grondwaarde aan woondelen bij verzorgingstehuis voor OZB-gebruik
De Stichting X te Z is eigenaar en gebruiker van een verzorgingstehuis met een opstal en grond. De heffingsambtenaar stelde de OZB-heffingsmaatstaf vast op basis van de totale waarde, waarbij 41,7% werd toegerekend aan woondelen. Belanghebbende stelde dat 67% van de waarde, inclusief grond, aan woondelen toerekenbaar is. De Rechtbank Zutphen en het Hof Arnhem gaven belanghebbende gelijk wat betreft de opstal, maar het Hof bevestigde dat de grond niet volledig aan woondoeleinden kan worden toegerekend.
In cassatie stelt het college dat het Hof ten onrechte de grond in projectiegrond en omliggende grond heeft verdeeld en onvoldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat de term 'deel' in artikel 220f, lid 8, Gemeentewet niet beperkt is tot zelfstandige gedeelten en dat de grond per deel moet worden beoordeeld op feitelijk gebruik. De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van Hof en Rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling.
De conclusie benadrukt dat de grond niet naar rato van de opstalwaarde mag worden toegerekend, maar dat per deel moet worden vastgesteld of het in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden. Dit oordeel sluit aan bij de bedoeling van de wetgever en voorkomt een onjuiste waardering van grond bij verzorgingstehuizen in het kader van de OZB-gebruikersheffing.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college wordt gegrond verklaard, eerdere uitspraken worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de grondtoerekening.