ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ1696
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- H.H.A. Fransen
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afvalstoffenbelasting op zeefzand en afdekgrond bij gesloten stortplaats
Belanghebbende, een samenwerkingsverband van gemeenten, exploiteerde een stortplaats die per 1 januari 1997 werd gesloten. De inspecteur legde naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting op voor zeefzand en afdekgrond geleverd aan de stortplaats over 1996 en 1997. Belanghebbende stelde dat deze stoffen geen afvalstoffen waren omdat zij een nieuwe nuttige toepassing kregen en dat de stortplaats na sluiting geen belastingplichtige inrichting meer was.
Het hof oordeelde dat het afvalstoffenbegrip wordt bepaald vanuit het perspectief van de houder van de stoffen en dat de aanbieders zich van het zeefzand en de afdekgrond wilden ontdoen. De lage en gekunstelde prijzen en de constructies met terugwerkende vergoedingen bevestigden dit. Het hof verwierp het beroep op het positieve prijsbeginsel en opgewekt vertrouwen.
Verder stelde het hof vast dat de stortplaats ook na sluiting een belastingplichtige inrichting blijft omdat de afwerking een activiteit binnen de inrichting betreft. De stortplaats kon niet als een werk worden aangemerkt, omdat het geen speciale locatie is voor hergebruik van afvalstoffen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen vanwege objectieve en redelijke rechtvaardiging.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.