ECLI:NL:GHLEE:2007:BC1149
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van lijfrentepremie wegens niet-toegelaten overdracht onderneming
Belanghebbende en zijn echtgenote waren firmanten van een VOF die een horeca-onderneming exploiteerde. In 1996 brachten zij de onderneming in een BV in, die de onderneming kort daarna aan derden verkocht. Belanghebbende had een lijfrenteovereenkomst gesloten met de BV en wilde de premie hiervan aftrekken van zijn belastbare inkomen.
De inspecteur weigerde deze aftrek omdat volgens artikel 45, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, sub 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 alleen premies aftrekbaar zijn indien de lijfrente is bedongen als tegenprestatie voor een overdracht van een onderneming aan een lichaam, waarbij niet is toegestaan dat de onderneming direct daarna aan een derde wordt overgedragen.
Het hof oordeelt dat de overdracht aan de BV gevolgd werd door een overeengekomen levering aan derden, waardoor niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarde. De stakingswinst is wel aangegeven, maar de aftrek van de premie wordt geweigerd. Het subsidiaire standpunt van belanghebbende dat de staatssecretaris niet bevoegd was tot de restrictieve interpretatie faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van de lijfrentepremie wordt geweigerd.