ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2762
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Kuiper
- Breemhaar
- Weening
- Rechtspraak.nl
Eternit niet aansprakelijk voor mesothelioom door onvoldoende causaal verband en verjaring
De zaak betreft een kort geding waarin de geïntimeerde, die tussen 1967 en 1973 zijn vader hielp in een smederij, Eternit aansprakelijk stelt voor het bij hem vastgestelde maligne mesothelioom veroorzaakt door blootstelling aan asbest.
De voorzieningenrechter had een voorschot toegekend op basis van het oordeel dat Eternit onzorgvuldig handelde door asbesthoudende platen zonder waarschuwing in het verkeer te brengen en dat het causaal verband met de ziekte voldoende aannemelijk was. Eternit stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, met name met grieven over het causaal verband, de aansprakelijkheid en het beroep op verjaring.
Het hof overwoog dat het causaal verband tussen de ziekte en het asbest van Eternit onvoldoende vaststaat, mede omdat ook blootstelling aan asbesthoudend materiaal van elektriciteitsdraden niet is uitgesloten en niet is vastgesteld dat de asbestplaten van Eternit afkomstig waren. Daarnaast achtte het hof het beroep op verjaring waarschijnlijk succesvol, omdat de vordering meer dan 30 jaar na de laatste blootstelling is ingesteld en de omstandigheden niet onredelijk zijn om dit beroep te weerleggen.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering af, waarbij de geïntimeerde in de kosten werd veroordeeld. De uitspraak bevestigt dat in kort geding een voorschot alleen wordt toegekend als de vordering voldoende aannemelijk is en het spoedeisend belang bestaat, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af wegens onvoldoende aannemelijk causaal verband en slaagt het verjaringberoep van Eternit.