ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ7856
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting film-CV’s en kasrondeconstructie
Belanghebbende was commanditair vennoot in CV 9, een besloten commanditaire vennootschap die zich bezighield met filmproductie. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat werd vastgesteld dat CV 9 geen materiële onderneming dreef maar slechts een kasronde uitvoerde, waarbij de filmrechten al vooraf grotendeels waren verkocht. Hierdoor ontbrak het winstoogmerk en was er geen recht op fiscale faciliteiten zoals investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.
De rechtbank had de navorderingsaanslag vernietigd, stellende dat de inspecteur reeds bij de primitieve aanslagregeling op de hoogte was van de risico’s en daarom geen nieuw feit aanwezig was. Het hof oordeelde echter dat de ontvangst van de “License Agreements” en verklaringen van de advocaat van D een nieuw feit vormden, omdat deze informatie niet redelijkerwijs bekend kon zijn bij de primitieve aanslag.
Het hof concludeerde dat CV 9 geen onderneming dreef, dat het winstoogmerk ontbrak en dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalde, omdat er geen WVO was gesloten voor CV 9 en de situatie niet vergelijkbaar was met andere CV’s. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel werd verworpen omdat het opleggen van de navorderingsaanslag proportioneel was.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2001 wordt bevestigd wegens het ontbreken van een materiële onderneming bij CV 9 en het bestaan van een kasronde.