ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7439
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- L. Groefsema
- R.E. Weening
- M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot inning van verpande vorderingen en rechtsgeldigheid cessie ter incasso
Aannemingsmaatschappij Westerbaan verrichtte werkzaamheden voor de provincie, maar ging failliet. ING Bank had vorderingen van Westerbaan op de provincie verpand gekregen. Appellante, echtgenote van de voormalig directeur van Westerbaan, stelde zich op als lasthebber tot inning van deze vorderingen via een cessie ter incasso.
De provincie betwistte de rechtsgeldigheid van de cessie en de inning, mede vanwege ontbinding van de aannemingsovereenkomst en een eerdere uitspraak dat alleen de curator inningsbevoegd zou zijn. Het hof stelde vast dat de cessie ter incasso geen overdracht van vorderingen inhoudt, maar een last tot inning in eigen naam, wat rechtsgeldig is. Appellante kwalificeert als lasthebber en is bevoegd tot inning.
De provincie mag haar tegenvordering op de curator verrekenen, maar moet deze nog bewijzen. De zaak wordt aangehouden om de arbitrale beslissing over deze tegenvordering en een ontbrekende factuur in het geding te brengen. Het hof bekrachtigt het pandrecht van ING op de vorderingen en wijst de overige grieven af.
Uitkomst: Appellante is bevoegd tot inning van de aan ING verpande vorderingen op de provincie; zaak aangehouden voor bewijslevering over tegenvordering en ontbrekende factuur.