ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0654
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- R.E. Weening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nakoming overeenkomst en afwijzing verjaring en vernietigingsvorderingen in geschil over mandelige steeg
In deze civiele zaak stond een geschil tussen twee partijen centraal over de nakoming van een overeenkomst betreffende het gebruik en eigendom van een mandelige steeg tussen hun panden. Appellant voerde onder meer verjaring aan en stelde dat de overeenkomst vernietigd moest worden wegens handelingsonbevoegdheid, dwaling en bedrog.
Het hof stelde vast dat partijen in 1997 en 1998 afspraken maakten over het vervallen van het recht van overgang en de overdracht van een onverdeeld eigendomsrecht, welke afspraken schriftelijk zijn bevestigd en uitgevoerd. De verjaringstermijn begon te lopen vanaf 5 februari 1998, maar werd door de notariële ontwerpakte van 14 maart 2002 en latere correspondentie tijdig gestuit.
Verder oordeelde het hof dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen afstand had gedaan van de steeg indien zij de juridische status daarvan had gekend. Ook werd geoordeeld dat de procuratiehouder van appellant schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gewekt. De vernietigingsvorderingen wegens dwaling en bedrog faalden omdat deze te laat waren ingesteld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.