ECLI:NL:HR:2000:AA8721
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overeenkomst beëindiging dienstbetrekking ondanks gelijke foutieve veronderstelling partijen
Eiser heeft NVC gedagvaard wegens een geschil over betaling van een bedrag van ƒ 1.523.000,--, dan wel ƒ 1.068.000,-- rekening houdend met ontvangen uitkeringen, plus incassokosten. De Kantonrechter wees de vordering af, waarna hoger beroep en vervolgens cassatie volgden.
De kern van het geschil betreft de vraag of partijen een overeenkomst hadden gesloten waarbij eiser recht had op doorbetaling van 80% van zijn laatstverdiende loon na beëindiging van de dienstbetrekking, zonder toepassing van het maximum dagloon uit het saneringsplan. Beide partijen hadden een gelijke, foutieve veronderstelling over de inhoud van het sociaal plan.
De Rechtbank oordeelde dat geen wilsovereenstemming bestond over de doorbetaling zonder maximum en wees de vordering af. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en overwoog dat een overeenkomst niet wordt verhinderd door een gelijke onjuiste veronderstelling over de formulering, mits de bedoelingen van partijen overeenstemmen.
De zaak is terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. NVC is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis en verwijst zaak terug naar Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.