ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1403
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming concurrentiebeding wegens onvoldoende belang VBH
In deze zaak vordert VBH Nederland B.V. nakoming van een concurrentiebeding tegen haar voormalige werknemer, die na het einde van zijn dienstverband in dienst trad bij Automatic Entrance B.V. Het concurrentiebeding verbiedt de werknemer om gedurende de dienstbetrekking en een jaar daarna werkzaam te zijn bij een concurrerend bedrijf. VBH stelt dat Automatic Entrance een concurrerend bedrijf is en dat de werknemer het beding schendt.
Het hof stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen en niet is komen te vervallen door de verlenging en omzetting van de arbeidsovereenkomst. Het hof gaat er, bij wijze van veronderstelling, vanuit dat Automatic Entrance een gelijksoortig of verwant bedrijf is, maar oordeelt dat het belang van VBH bij handhaving van het beding gering is. Dit omdat Automatic Entrance zich richt op elektrische schuifdeurautomaten, terwijl VBH draaideurautomaten verkoopt, en er onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat deze producten concurrerend zijn.
Daarnaast weegt het hof het belang van de werknemer mee, die een salarisverbetering en een leidinggevende functie heeft bij Automatic Entrance. Ook is VBH nalatig geweest door pas na enkele weken bezwaar te maken, waardoor de werknemer zijn beslissing niet tijdig kon heroverwegen.
Gelet op deze belangenafweging acht het hof de kans reëel dat een bodemrechter het concurrentiebeding zal vernietigen. Daarom wijst het hof de vordering van VBH af en bekrachtigt het het vonnis van de voorzieningenrechter. VBH wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van VBH tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en onbillijkheid.