ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7518
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- H. de Hek
- R.A. Zuidema
- R.J. Voorink
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid concurrentiebeding na voortzetting arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond het concurrentiebeding tussen [appellant] en Ecostar B.V. centraal. [Appellant] was sinds 2006 in dienst van Ecostar, aanvankelijk op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, later voortgezet voor onbepaalde tijd. Na beëindiging van het dienstverband startte [appellant] een eigen onderneming, Biocom, die volgens Ecostar in strijd handelde met het concurrentiebeding.
De kantonrechter verbood [appellant] in kort geding om concurrerende activiteiten te verrichten en legde beperkingen op, waaronder het verstrekken van klantgegevens en het staken van wervingsactiviteiten. [Appellant] ging in hoger beroep tegen dit vonnis en voerde onder meer aan dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing was na de overgang naar een BV en dat het beding onredelijk was.
Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig was overgegaan bij de overgang van onderneming naar de BV en dat het beding niet opnieuw schriftelijk hoefde te worden vastgelegd. Het hof stelde dat het beding niet onredelijk was, maar beperkte de duur ervan tot 1 september 2011. Tevens vernietigde het hof enkele verboden van de kantonrechter, waaronder het verbod op wervingsactiviteiten en het verstrekken van klantgegevens na die datum. De vordering tot rectificatie van een e-mail van Ecostar werd afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van het concurrentiebeding tot 1 september 2011 en vernietigt het verbod daarna, wijst enkele vorderingen af en compenseert de proceskosten.