ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2908
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake negatieve looncorrectie en vergrijpboete inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van C BV en ontving pensioen- en lijfrenteverplichtingen die in 1991 aan D BV werden overgedragen. In 2004 restitueerde belanghebbende bedragen aan D BV die hij als negatief loon uit vroegere dienstbetrekking in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 had verwerkt. De Inspecteur corrigeerde deze negatieve inkomsten en legde een vergrijpboete op wegens opzettelijk onjuiste aangifte.
Het geschil betrof de vraag of de restitutie terecht als negatief loon kon worden aangemerkt en of het vertrouwen dat de Inspecteur in 1995 gewekt zou hebben dit toestond. Het Hof oordeelde dat negatieve inkomsten slechts kunnen worden aangenomen indien de terugbetaling voortvloeit uit een wettelijke verplichting of een contractueel beding, wat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de brief van de Inspecteur uit 1995 geen toezegging inhield omtrent de fiscale behandeling van de restitutie. Ten aanzien van de vergrijpboete bevestigde het Hof dat het standpunt van belanghebbende voldoende pleitbaar was, zodat de boete niet gehandhaafd kon blijven.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en vernietigt de vergrijpboete wegens onvoldoende pleitbaarheid.