ECLI:NL:GHLEE:2011:BT6840
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid uitkering aan Anbi in vennootschapsbelasting 2005
Belanghebbende heeft in 2005 een uitkering van €1.014.483 gedaan aan Stichting F, een algemeen nut beogende instelling (Anbi). De Inspecteur weigerde deze uitkering af te trekken van de winst wegens vermeende niet-naleving van voorwaarden zoals het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en concurrentieverstoring.
De Rechtbank Leeuwarden had de aanslag verminderd, maar het Hof bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de uitkering aftrekbaar is op grond van artikel 9, lid 1, letter i, Wet Vpb 1969. Het Hof stelt dat de Stichting terecht als Anbi is aangemerkt en dat het vertrouwen daarop in rechte beschermd is. Tevens wijst het Hof de stelling van de Inspecteur over ernstige concurrentieverstoring en het ontbreken van kenbare fondswervende activiteiten af, mede op basis van jurisprudentie en beleidsuitingen van de staatssecretaris.
Verder oordeelt het Hof dat de schriftelijke overeenkomst van 21 december 2005 voldoet aan de wettelijke eisen, ook al bevat deze ontbindende voorwaarden. Het leerstuk fraus legis is niet van toepassing omdat de wetgever de gekozen structuur heeft voorzien en de sanctie bij misbruik ligt in het intrekken van de Anbi-status.
Het incidentele hoger beroep van belanghebbende om volledige aftrek toe te staan wordt afgewezen omdat de schriftelijke overeenkomst voorafgaand aan de werkzaamheden moet bestaan. De heffingsrente wordt naar rato verminderd. Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de uitkering van €1.014.483 aftrekbaar is en vermindert de heffingsrente, met veroordeling van de Inspecteur in proceskosten.