ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9653
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zekerheidsstelling proceskosten en schorsing tenuitvoerlegging bankgarantie bij arbeidsgeschil met buitenlandse appellant
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of appellant, woonachtig in de Verenigde Staten, zekerheid moet stellen voor proceskosten en schadevergoeding in hoger beroep tegen VDR c.s. Het hof oordeelt dat op grond van het vriendschapsverdrag tussen Nederland en de VS de verplichting tot zekerheidstelling niet geldt voor appellant.
Appellant was in dienst bij VDR Groep en vordert doorbetaling loon en bonus na het einde van zijn arbeidsovereenkomst. VDR c.s. vorderen onder meer terugbetaling van een bankgarantie die appellant hield. De kantonrechter veroordeelde appellant tot teruggave van de bankgarantie, maar deze veroordeling is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Appellant vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wegens vermeende juridische en feitelijke misslagen en een groot restitutierisico. Het hof stelt dat de bankgarantie niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, waardoor de tenuitvoerlegging reeds geschorst is. Verder is het restitutierisico onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede gelet op de financiële positie van VDR Vastgoed.
Het hof wijst daarom zowel de vordering van VDR c.s. tot zekerheidstelling ex art. 224 Rv Pro als de vordering van appellant tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex art. 351 Rv Pro af. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot zekerheidstelling en schorsing tenuitvoerlegging af en verwijst de hoofdzaak naar de rol.