ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0725
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. van Rijssen
- L. Janse
- F. Falkena
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid en boekhoudverplichting bij faillissement besloten vennootschap
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van bestuurders van een besloten vennootschap (B.V. X) centraal, die failliet werd verklaard op 27 januari 2005. De curator vordert betaling van het tekort in het faillissement wegens onbehoorlijk bestuur op grond van schending van de boekhoudverplichting volgens artikel 2:10 en Pro 2:248 BW. Daarnaast zijn er vorderingen tegen groepsvennootschappen wegens onrechtmatig handelen en verrekeningsproblematiek.
Het hof stelt vast dat de administratie van B.V. X ernstig tekortschiet, met name door het ontbreken van een deugdelijke voorraadadministratie en onderliggende stukken bij memoriaalboekingen. Dit leidt tot de conclusie dat de boekhoudverplichting niet is nageleefd, wat onbehoorlijk bestuur oplevert dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is, tenzij tegenbewijs wordt geleverd.
Verder oordeelt het hof dat betalingen van debiteuren van B.V. X bewust zijn omgeleid naar een bankrekening van een groepsvennootschap (appellante sub 3), wat leidt tot benadeling van schuldeisers. De curator mag de vordering verhogen en de vennootschap wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Ook worden partijen toegelaten tot het leveren van bewijs door getuigenverhoor, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt onbehoorlijk bestuur wegens schending van de boekhoudverplichting en staat partijen toe tegenbewijs te leveren, met aanhouding van verdere beslissingen.