ECLI:NL:GHLEE:2008:BC3428
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Zandbergen
- Janse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement
In deze civiele procedure gaat het om de aansprakelijkheid van bestuurders van een besloten vennootschap wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 lid 1 BW Pro, alsmede de beoordeling van de gebrekkigheid van de administratie en jaarrekeningen. De curator stelt dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, onder meer door een te rooskleurige voorstelling van de debiteurenpositie en het te lang voortzetten van een verliesgevende onderneming.
Het hof overweegt dat voor aansprakelijkheid vereist is dat het bestuur onmiskenbaar onverantwoordelijk, nalatig of roekeloos heeft gehandeld, en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Achteraf gebleken fouten leiden niet automatisch tot onbehoorlijk bestuur. De curator heeft onvoldoende concreet en onderbouwd gesteld welke beleidsbeslissingen of nalatigheden daaraan ten grondslag liggen.
Ten aanzien van de administratie en jaarrekeningen oordeelt het hof dat de curator niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze misleidend waren. De debiteurenadministratie gaf geen onjuist beeld en de jaarrekeningen waren niet voorafgaand aan het faillissement openbaar gemaakt. Ook het verwijt dat het bestuur te lang is doorgegaan met een verliesgevende onderneming en onvoldoende financiering heeft gezocht, is onvoldoende onderbouwd.
Het hof wijst voorts het beroep op artikel 2:249 BW Pro en artikel 6:162 BW Pro af, mede omdat de curator niet heeft aangetoond dat de gezamenlijke schuldeisers schade hebben geleden. De curator wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De aansprakelijkheidsvorderingen van de curator worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.