ECLI:NL:GHLEE:2012:BX4108
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake omzetbelasting bij verhuur van kamers aan prostituees
Belanghebbende, exploitant van prostitutie-inrichtingen, stelde kamers ter beschikking aan prostituees en bracht hierover omzetbelasting in rekening. De Inspecteur kwalificeerde deze dienstverlening als het geven van gelegenheid tot prostitutie, waarvoor geen vrijstelling geldt, terwijl belanghebbende stelde dat het ging om verhuur van onroerende zaken.
Na bezwaar en een ongegrondverklaard beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden. Het Hof onderzocht of de verhuur van kamers aan prostituees moest worden aangemerkt als verhuur van onroerende goederen conform artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Wet OB, of als het geven van gelegenheid tot prostitutie.
Het Hof concludeerde dat de verhuurde kamers onroerende zaken zijn, dat de prostituees het exclusieve genot hebben en dat de terbeschikkingstelling tegen vergoeding en voor bepaalde tijd plaatsvindt. De bijkomende diensten en exploitatievergunning veranderden volgens het Hof niets aan de aard van de prestatie. De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat belanghebbende daadwerkelijk toezicht hield of aanvullende diensten verleende die de aard van de verhuur veranderden.
Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur, en verleende teruggaaf van de betaalde omzetbelasting. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof oordeelt dat de verhuur van kamers aan prostituees kwalificeert als verhuur van onroerende zaken en verleent teruggaaf van de betaalde omzetbelasting.