ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3208
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over te hoog vastgesteld inkomen uit werk en woning 2002 en toepassing lijfrentepremies
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2002 wegens een te hoog vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning. Het geschil spitste zich toe op de vraag of premies voor lijfrenten in aanmerking konden worden genomen als tegenprestatie voor overdracht van een onderneming en of overdrachtswinst kon worden uitgesteld via winstrechten. Daarnaast werd gevraagd om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De feiten betroffen de overdracht van een agrarisch bedrijf aan een BV en de inbreng van activa in een maatschap, waarbij lijfrenten en winstrechten waren bedongen. Belanghebbende wilde de stakingswinst verminderen met lijfrentepremies en winstrechten, en subsidiar de vorming van een herinvesteringsreserve.
Het Hof oordeelde dat begin juni 2002 nog niet vaststond dat de onderneming zou worden geliquideerd, zodat premies voor lijfrenten in aanmerking konden worden genomen. Uitstel van overdrachtswinst via winstrechten werd afgewezen omdat de onderneming wezenlijk was gewijzigd door verkoop van melkquota en verplaatsing naar Duitsland. De herinvesteringsreserve kon niet worden gevormd omdat de onderneming was overgedragen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op €270.207, en kende een immateriële schadevergoeding van €2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen uit werk en woning 2002 wordt verminderd tot €270.207 en een immateriële schadevergoeding van €2.000 wordt toegekend.