ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9933
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Rijnberk
- Pijl
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt materiële uitleg werkgever in loonbelastingzaak internationale arbeid
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap met werknemers die in Nederland en Duitsland werkten, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor de in Duitsland verrichte werkzaamheden. De Inspecteur stelde dat alleen belanghebbende als werkgever kon worden aangemerkt, terwijl belanghebbende betoogde dat de Duitse onderneming A als materiële werkgever moest worden beschouwd volgens artikel 10 van Pro het Verdrag met Duitsland.
Het Hof stelde vast dat de werknemers onder gezag van A stonden tijdens hun werkzaamheden in Duitsland, dat A de risico's en verantwoordelijkheden droeg en dat de lonen door belanghebbende aan A werden doorbelast. Het Hof volgde een materiële uitleg van het begrip 'werkgever' in het Verdrag, ondersteund door het OESO-Commentaar en het Verdrag van Wenen, en concludeerde dat A als werkgever moest worden beschouwd.
Hierdoor heeft Duitsland het heffingsrecht en is de naheffingsaanslag in Nederland onterecht. Het Hof verminderde de naheffingsaanslag aanzienlijk, veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd omdat de Duitse onderneming als materiële werkgever geldt.