ECLI:NL:HR:2003:AU5241
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werkgeverbegrip in belastingverdrag inzake werkzaamheden in Polen
Belanghebbende was in 1996 in dienst bij E N.V. en werkte in Polen voor een joint venture en een Poolse vennootschap G. De vraag was of hij recht had op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor het deel van zijn salaris dat betrekking had op werkzaamheden voor G.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van het begrip werkgever in artikel 15, lid 2, letter b, van het belastingverdrag Nederland-Polen. De Hoge Raad stelde vast dat het begrip werkgever niet is gedefinieerd in het verdrag en dat voor de kwalificatie als werkgever vereist is dat een gezagsverhouding bestaat tussen werknemer en werkgever in de werkstaat.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende voor zijn werkzaamheden in Polen niet in een gezagsverhouding stond tot G, zodat G niet als werkgever kan worden aangemerkt. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard omdat G niet als werkgever kan worden aangemerkt.