ECLI:NL:GHSGR:2004:AR2629
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Betekenis van het Participatieplan voor de waardering van aandelen in A BV
Het geschil betreft de vaststelling van de verkrijgingsprijs van aandelen in A BV, waarbij de vraag centraal staat of het Participatieplan betekenis heeft voor de waardering van deze aandelen op 1 januari 1997. Het Participatieplan bepaalt dat de Trading Prijs de hoogste is van de Intrinsieke Waarde of de Performance Prijs, waarbij de Performance Prijs door de directie wordt vastgesteld op basis van het genormaliseerde bedrijfsresultaat.
Belanghebbende stelt dat het Participatieplan geen betekenis heeft en vordert een hogere waardering van de aandelen, terwijl de Inspecteur het Participatieplan wel relevant acht en een lagere prijs aanhoudt. Het hof oordeelt dat het Participatieplan en de vastgestelde Performance Prijs van ƒ 25 per aandeel bepalend zijn voor de waarde in het economische verkeer, mede gelet op de beperkte verhandelbaarheid van de aandelen.
Het hof overweegt dat de financiële situatie van A BV in 1996 slecht was, met een negatief eigen vermogen en een kwijtschelding door C Bank, hetgeen de waarde beïnvloedt. De hogere waarderingen die belanghebbende aanvoert voor latere periodes zijn niet relevant voor de peildatum. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de verkrijgingsprijs vastgesteld op de Performance Prijs van ƒ 25 per aandeel.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de verkrijgingsprijs van de aandelen vastgesteld op ƒ 25 per aandeel.