ECLI:NL:HR:2003:AN9899
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof Amsterdam over verkrijgingsprijs aandelen en verwijst zaak terug
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de verkrijgingsprijs van aandelen behorende tot een aanmerkelijk belang. De Inspecteur had aanvankelijk de verkrijgingsprijs vastgesteld op ƒ 7.088.250, na bezwaar werd dit verlaagd naar ƒ 6.637.268. Later stelde de Inspecteur deze prijs bij tot ƒ 708.825, wat na bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde en de verkrijgingsprijs vaststelde op ƒ 6.637.268.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het Participatieplan van B Holding B.V. geen betekenis had voor de waardebepaling van de aandelen. De redengeving van het Hof werd als onbegrijpelijk beoordeeld, waardoor het arrest werd vernietigd.
De Hoge Raad verwierp het voorwaardelijke incidentele beroep van belanghebbende en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest. De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en liet de kostenverdeling over aan het verwijzingshof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.