ECLI:NL:GHSGR:2004:AR7484
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dupain
- Welbedacht
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Staat niet aansprakelijk voor trage rechtsgang en detentieomstandigheden van in India gedetineerde Nederlander
De zaak betreft een Nederlandse onderdaan die in India werd aangehouden wegens drugbezit en veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Tijdens zijn detentie liep hij een beenwond op die infecteerde en raakte hij besmet met het HIV-virus door een besmette naald.
De appellant vorderde een verklaring voor recht en schadevergoeding van de Staat wegens onvoldoende consulaire bijstand en nalatigheid die zou hebben geleid tot zijn langdurige detentie en verslechterde gezondheid. Hij stelde dat de Staat onvoldoende druk had uitgeoefend op de Indiase autoriteiten om zijn hoger beroep te bespoedigen en dat hij onvoldoende bezocht was.
Het hof stelde dat de appellant zich onder de rechtsmacht van India had gesteld en dat het niet aan de Nederlandse Staat was om de trage rechtsgang te versnellen of zijn vrijlating te bewerkstelligen. De Staat had voldoende consulaire bezoeken afgelegd en had niet tekortgeschoten in de zorg voor zijn onderdaan. Ook was geen sprake van mensonwaardige detentieomstandigheden.
De verwijten van de appellant, waaronder de wisseling van advocaat en vermeende nalatigheid van consulaire medewerkers, werden ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbreken van onrechtmatigheid door de Staat.