Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
[verdachte] ,
Inhoudsopgave
1Onderzoek
Onderzoek ter terechtzitting
Inleidende opmerkingen
Werkwijze van de rechtbank
Start van het onderzoek
Procesdossier Marengo
2Tenlastelegging
3Voorvragen
Algemeen kader vormverzuimen
De kroongetuige
Inleiding
Totstandkoming van de overeenkomst
Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst
Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst
3.2.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?
3.2.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?
3.2.4.3 Samenvatting en conclusie
Betrouwbaarheid van de kroongetuige
3.2.5.1 Verweer van de verdediging
3.2.5.2 Oordeel van de rechtbank
Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?
PGP-bewijs
Inleiding
3.3.1.1 Algemene uitgangspunten
3.3.1.2 Toetsingskader
Feitelijke gang van zaken
3.3.2.1 Ennetcom-data (onderzoek De Vink)
3.3.2.2 PGP-safe-data (onderzoek Sassenheim)
3.3.2.3 Hansken/Marengo-dataset
3.3.2.4 Controle geheimhouders Marengo-dataset
Gevoerde verweren
3.3.3.1 Verwerving
3.3.3.2 Verwerking
Oordeel van de rechtbank
3.3.4.1 Toepasselijkheid Unierecht bij de verwerving
3.3.4.2 Grondslag van de verkrijging van de data
3.3.4.3 Verwerking van de PGP-data in de onderzoeken Ennetcom en PGP-safe
3.3.4.4 Doorverstrekking van de PGP-data aan andere onderzoeken
Geheimhoudersbelangen bij verkrijging en verwerking van de PGP-data
3.3.5.1 Verweer van de verdediging
3.3.5.2 Oordeel van de rechtbank
Netwerkmetingen
3.3.6.1 Standpunten
3.3.6.2 Oordeel van de rechtbank
Tactische en technische verwerking van de PGP-data
3.3.7.1 Verweren van de verdediging
3.3.7.2 Oordeel van de rechtbank
3.3.7.2.1 Inzage in brondata
3.3.7.2.2 Inzage in Marengo-dataset
3.3.7.2.3 Controle en contra-expertise Hansken
3.3.7.2.4 Hansken is geen (buitenwettelijk) technisch hulpmiddel
3.3.7.2.5 Onvolledigheid van de PGP-data
3.3.7.2.6 Forensische onbetrouwbaarheid van de PGP-data
3.3.7.2.6.1 Hashwaarden
3.3.7.2.6.2 Integriteit en betrouwbaarheid van de PGP-data
3.3.7.2.6.3 PGP-e-mailadres (mede) bij een ander in gebruik
3.3.7.2.7 Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije
Voorwaardelijke verzoeken
3.3.8.1 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU
3.3.8.2 Aanhouden van de zaak
3.3.8.3 Overige voorwaardelijke verzoeken
Dubai-observatie
Feitelijke gang van zaken
Verweren
3.4.2.1 Verweer in de zaken van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte]
3.4.2.2 Verweer in de zaak van [medeverdachte 4]
Oordeel van de rechtbank
3.4.3.1 Gestelde onrechtmatigheden
3.4.3.2 Conclusie
Verkapte uitlevering
Overbrenging van [verdachte] naar Nederland
3.5.1.1 Standpunten
3.5.1.2 Oordeel van de rechtbank
3.5.1.2.1 Inleiding
3.5.1.2.2 Beoordelingskader
3.5.1.2.3 Vaststelling gang van zaken
3.5.1.2.4 Conclusie
Behandeling van [verdachte] in Dubai
3.5.2.1 Letsel van [verdachte]
3.5.2.2 Medische zorg van [verdachte] na overdracht door Dubai
Consulaire bijstand van [verdachte] in Dubai
3.5.3.1 Standpunt van de verdediging
3.5.3.2 Oordeel van de rechtbank
Rechtsbijstand en tolkenbijstand van [verdachte] in Dubai
3.5.4.1 Standpunten
3.5.4.2 Oordeel van de rechtbank
Uitlevering of uitzetting van [verdachte] naar Marokko
3.5.5.1 Standpunt van de verdediging
3.5.5.2 Oordeel van de rechtbank
Conclusie
Publieke berechting
Standpunten
Oordeel van de rechtbank
3.6.2.1 Onschuldpresumptie
3.6.2.2 Eerlijk proces
3.6.2.3 Strafvermindering?
Lekken van processtukken
3.6.3.1 Standpunt van de verdediging
3.6.3.2 Oordeel van de rechtbank
3.6.3.2.1 Lekken inzake Koper
3.6.3.2.2 Lekken inzake Marengo
3.6.3.2.3 Lekken inzake EBI en overig
3.6.3.2.4 Conclusie ten aanzien van lekken
Uitlatingen in strijd met de onschuldpresumptie
3.6.4.1 Door opvolgende ministers en Kamerleden
3.6.4.2 Door politiefunctionarissen en een officier van justitie
3.6.4.3 Gevolgen voor detentie-omstandigheden [verdachte] en nieuwe regelgeving
3.6.4.4 Artikel op de website van het Openbaar Ministerie
3.6.4.5 Veroordeling voor bedreiging
Conclusie
Ambtshalve overweging
Conclusie ten aanzien van de voorvragen
4Waardering van het bewijs
PGP-identificatie
Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo
Identificatie e-mailadressen overige gebruikers
Identificatie e-mailadressen [verdachte]
4.1.3.1 Standpunt van de verdediging
4.1.3.2 Oordeel van de rechtbank
4.1.3.3 Standpunten ten aanzien van de identificatie
4.1.3.4 Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de identificatie
Zaaksdossier Rudolf
Inleiding
Standpunten
Voorgeschiedenis
Onderzoek huurauto [betrokkene 1] en rijbewegingen Citroën C4 en Ford Ka
Duiding van de PGP-berichten
4.2.5.1 Verloop van het spotten
4.2.5.2 Voorbereiding aanslag op spyshop in periode van observeren [slachtoffer 1]
4.2.5.3 Voorbereiding aanslag op spyshop na de moord op [slachtoffer 1]
4.2.5.3.1 Berichten over rolluiken
4.2.5.3.2 Berichten over handgranaten en een bazooka
4.2.5.3.3 Berichten over afgeven handgranaten
4.2.5.3.4 Berichten over PGP-toestel voor [medeverdachte 5]
4.2.5.3.5 Berichten over stallen auto met valse kentekenplaten en regelen bazooka
4.2.5.3.6 De crash
Oordeel van de rechtbank
4.2.6.1 Moord op [slachtoffer 1]
4.2.6.1.1 Juridisch kader medeplegen
4.2.6.1.2 Conclusie
4.2.6.2 Voorbereiding teweegbrengen ontploffing (aanslag spyshop)
4.2.6.2.1 Juridisch kader voorbereiding
4.2.6.2.2 Voorbereidingsmiddelen
4.2.6.2.3 Levensgevaar en/of gevaar voor lichamelijk letsel te duchten
4.2.6.2.4 Conclusie
Zaaksdossier Ster
Standpunten
Moord op [slachtoffer 2]
4.3.2.1 Feiten en omstandigheden
4.3.2.1.1 Schietincident op 17 april 2016
4.3.2.1.2 Onderzoek naar de uitvoerders
4.3.2.1.3 Veroordeling [betrokkene 2] en [betrokkene 3]
4.3.2.2 Duiding van de PGP-berichten
4.3.2.2.1 Vraag naar auto’s
4.3.2.2.2 Klaarzetten auto’s
4.3.2.2.3 Stalling auto’s
4.3.2.2.4 Jerrycans en flessen benzine
4.3.2.2.5 Vuurwapens
4.3.2.2.6 Sweepen auto’s
4.3.2.2.7 Spotten
4.3.2.2.8 Overige berichten van na de moord
4.3.2.2.9 Schoonmaken kamer [betrokkene 3]
4.3.2.2.10 Geld
4.3.2.2.11 In brand steken overstapauto
4.3.2.3 Oordeel van de rechtbank
4.3.3.1.1 Duiding PGP-berichten [betrokkene 6]
4.3.3.1.1.1 [verdachte] en [betrokkene 5] laten [betrokkene 6] weten dat hij iemand dood moet (laten) schieten
4.3.3.1.1.2 Er is een tweede beoogd slachtoffer
4.3.3.1.1.3 [verdachte] roept [betrokkene 6] ter verantwoording
4.3.3.1.1.4 [betrokkene 6] en de schutter(s) staan klaar
4.3.3.1.1.5 Aandacht wordt verlegd naar [slachtoffer 2]
4.3.3.1.1.6 Vuurwapens
4.3.3.1.1.7 Eerste beoogd slachtoffer betreft [betrokkene 4]
4.3.3.1.2 Spotten met een Volkswagen Polo
4.3.3.2 Oordeel van de rechtbank
4.3.3.2.1 Voorbereidingsmiddelen
4.3.3.2.2 Conclusie
Zaaksdossier Aker
Inleiding
Standpunten
Voorgeschiedenis
Duiding van PGP- en WhatsAppberichten
4.4.4.1 Periode van februari tot en met juli 2015
4.4.4.2 Januari 2016
4.4.4.3 Periode van 18 maart tot en met 7 april 2016
4.4.4.4 Periode van 8 april 2016 en verder
Oordeel van de rechtbank
4.4.5.1 Strafbare voorbereiding in januari 2016?
4.4.5.1.1 Juridisch kader voorbereiding
4.4.5.1.2 Voorbereidingsmiddelen
4.4.5.1.3 Conclusie
4.4.5.2 Vrijspraak medeplegen moord op 9 mei 2016
Zaaksdossier Kreta
Inleiding
Standpunten
Voorgeschiedenis
Verklaringen van [medeverdachte 6]
Duiding van de PGP-berichten in relatie tot voorbereiding moord
4.5.5.1 Periode van oktober tot en met december 2015
4.5.5.2 Periode van december 2015 tot en met januari 2016
4.5.5.3 Periode van 17 tot en met 19 april 2016
4.5.5.4 Periode van 20 mei tot en met 1 juni 2016
Duiding van de PGP-berichten en overige gegevens met betrekking tot (verdere) voorbereiding van moord en de uiteindelijke liquidatie van [slachtoffer 3]
Onderzoek naar de liquidatie van [slachtoffer 3]
Wegmaken van sporen
Betrouwbaarheid van [medeverdachte 6]
Oordeel van de rechtbank
4.5.10.1 Voorbereiding moord op [slachtoffer 3] , [betrokkene 7] , [betrokkene 8] en [betrokkene 9]
4.5.10.1.1 Juridisch kader voorbereiding
4.5.10.1.2 Voorbereidingsmiddelen
4.5.10.1.3 Conclusie
4.5.10.2 Moord op [slachtoffer 3]
Zaaksdossier Zeilboot/Raspvijl
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Zaaksdossier Raspvijl
4.6.2.1 Inleiding
4.6.2.2 Voorgeschiedenis
4.6.2.3 Aantreffen bom
4.6.2.4 Verklaringen van [medeverdachte 6]
4.6.2.5 Oordeel van de rechtbank
Zaaksdossier Zeilboot
4.6.3.1 Inleiding
4.6.3.2 Standpunten
4.6.3.3 Feiten en omstandigheden
4.6.3.3.1 Voorgeschiedenis
4.6.3.3.2 Telefoons
4.6.3.3.3 Periode van 2 tot en met 7 december 2016
4.6.3.3.4 8 december 2016
4.6.3.3.5 Hotel citizenM Amsterdam
4.6.3.3.6 Club in Laren
4.6.3.3.7 Toyota Auris
4.6.3.3.8 Periode van 9 en 10 december 2016
4.6.3.4 Verklaringen van [betrokkene 10]
4.6.3.5 Oordeel van de rechtbank
4.6.3.5.1 Juridisch kader medeplegen
4.6.3.5.2 Conclusie
Zaaksdossier Tennis
Inleiding
Standpunten
Verklaringen
4.7.3.1 Verklaringen van [betrokkene 11]
4.7.3.2 Verklaringen van getuigen ter plaatse
Tussenbeoordeling
Verklaringen van [medeverdachte 6]
4.7.5.1 Achtergrond: een geldschuld
4.7.5.2 Aanschaf camera bij de MediaMarkt
4.7.5.3 Verzoek tot observatie van [betrokkene 11]
4.7.5.4 Observaties van [betrokkene 11]
4.7.5.5 11 oktober 2016
4.7.5.6 Na 11 oktober 2016
4.7.5.7 Betaling aan [medeverdachte 6]
Bruikbaarheid verklaringen van [medeverdachte 6]
4.7.6.1 Beoordeling betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte 6]
4.7.6.2 (Kleine) Abs = [betrokkene 11]
4.7.6.3 Vaders van [medeverdachte 7] en [betrokkene 11] kennen elkaar
4.7.6.4 Aanschaf camera bij de MediaMarkt
4.7.6.5 Beschrijving verblijfadressen van [betrokkene 11]
4.7.6.6 Bewerken foto’s en verstrekken SD-kaartjes
4.7.6.7 Observaties van [betrokkene 11]
4.7.6.8 Volkswagen Passat van [medeverdachte 8]
4.7.6.9 Contra-indicaties?
4.7.6.10 Conclusie
Oordeel van de rechtbank
4.7.7.1 Poging tot moord
4.7.7.2 Juridisch kader medeplegen
4.7.7.3 Rol van [verdachte]
Zaaksdossier Plato
Inleiding
Standpunten
Feiten en omstandigheden
4.8.3.1 Resultaten doorzoeking [adres]
4.8.3.2 Periode van 28 en 29 november 2016
4.8.3.3 30 november 2016
4.8.3.4 Periode van 1 en 2 december 2016
4.8.3.5 Periode van 2 en 3 december 2016
4.8.3.6 3 december 2016
4.8.3.7 Periode van 4 en 5 december 2016
Oordeel van de rechtbank
4.8.4.1 Poging tot moord?
4.8.4.2 Slotoverweging
Zaaksdossier Roos/Doorn
Inleiding
Standpunten
Feiten en omstandigheden
4.9.3.1 Telefoonnummers
4.9.3.2 Auto’s regelen
4.9.3.3 [betrokkene 12] invalide maken
4.9.3.4 [betrokkene 12] naar de hel sturen
4.9.3.5 7 januari 2017
4.9.3.6 8 januari 2017
4.9.3.7 Avond van 9 januari en nacht van 9 op 10 januari 2017
4.9.3.8 Periode van 10 en 11 januari 2017
4.9.3.9 Nacht van 11 op 12 januari 2017
4.9.3.10 Avond van 12 januari 2017
4.9.3.11 13 januari 2017
4.9.3.12 Auto herkend
4.9.3.13 Gesprek [medeverdachte 6] met familie [slachtoffer 4]
4.9.3.14 Incident 14 januari 2017
4.9.3.15 Loods in Landsmeer
4.9.3.16 Aantreffen Seat Ibiza
4.9.3.17 Ontmoeting [medeverdachte 6] met [betrokkene 13]
Oordeel van de rechtbank
4.9.4.1 Betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte 6]
4.9.4.2 Moordopdracht [betrokkene 12] ?
4.9.4.3 Berust de moord op [slachtoffer 4] op een vergissing?
4.9.4.4 Rol van [verdachte]
Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)
Standpunten
Oordeel van de rechtbank
4.10.2.1 Juridisch kader artikel 140 Sr Pro
4.10.2.2 Gepleegde misdrijven
4.10.2.3 Wagenpark
4.10.2.4 Onderzoek Koper
4.10.2.5 Aangetroffen administraties
4.10.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 6]
4.10.2.7 Conclusie
5Bewezenverklaring
6Strafbaarheid van de feiten
7Strafbaarheid van verdachte
8Motivering van de straf
Eis van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de verdediging
Oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten en persoon van de verdachte
8.3.2.3 Voorwaardelijke verzoeken
Conclusie
9Beslag
Standpunten
Oordeel van de rechtbank
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
11Beslissingen
Bijlage 1 – Tenlastelegging
Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers
Bijlage 3 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten
Bijlage 4 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag
1Onderzoek
Onderzoek ter terechtzitting
Inleidende opmerkingen
Werkwijze van de rechtbank
Start van het onderzoek
1
Procesdossier Marengo
2
3heeft de Hoge Raad over de aan te leggen maatstaf overwogen:
4Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’.
5Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag.
6
7Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken.
8Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
9
pretty good privacy)-protocol met daaraan gekoppelde e-mailadressen versleutelde tekstberichten en notities worden verzonden. De gebruikers van de telefoons en e-mailadressen konden op die manier anoniem communiceren. De encryptiesleutels waren opgeslagen op de BlackBerry Enterprise-Servers (hierna: BES-servers) van Ennetcom. Deze servers bevonden zich in Toronto, Canada.
10Het onderzoek Marengo maakte hier dus geen deel van uit.
11
12In de toelichting op die vordering staat onder andere dat in de datasets in de zaken Tandem I en II gegevens zijn aangetroffen die voor de onderzoeken Tandem I en II niet van betekenis zijn, maar wel voor het onderzoek Marengo en dat tot de verdachten in dat onderzoek [verdachte] , [medeverdachte 6] , [betrokkene 15] , [betrokkene 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] behoren. Bij beslissing van 23 februari 2018
13heeft de rechter-commissaris het Openbaar Ministerie gemachtigd om de verzochte gegevens beschikbaar te stellen aan het onderzoeksteam Marengo. De informatie heeft geleid tot zestien e-mailadressen die te linken zouden zijn aan [verdachte] en/of zijn familieleden en aan een aantal liquidaties dan wel pogingen daartoe in de periode 2016/2017 (in het bijzonder de moord op [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) op 17 april 2016, de voorbereiding van moord op [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ), de moord op [slachtoffer 6] op 8 december 2016, de moord op [slachtoffer 4] op 12 januari 2017, de moord op [slachtoffer 3] op 22 juni 2016, de moord op [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) op 9 september 2015 en de poging tot moord op [betrokkene 11] op 11 oktober 2016).
14
15Voor de inhoudelijke toetsing van deze vordering heeft de rechter-commissaris in lijn met eerdere beslissingen op vergelijkbare vorderingen aansluiting gezocht bij artikel 126ng Sv.
16geoordeeld dat in het onderzoek Marengo aan deze voorwaarden is voldaan en bepaald dat onderzoek wordt verricht aan en in de gegevens die zich op de servers van Ennetcom bevonden, dat dit onderzoek op de voet van het bepaalde in artikel 177 Sv Pro via de officier van justitie wordt opgedragen aan het onderzoeksteam Marengo. De rechter-commissaris heeft verder bepaald dat dit onderzoek is beperkt tot de 26 e-mailadressen en de mogelijk vastgelegde contacten daarvan, zoals opgesomd in de vordering van de officier van justitie van 21 maart 2018 en voorts dat dit onderzoek wordt verricht aan de hand van het bij de vordering van 21 maart 2018 gevoegde plan van aanpak, waarbij door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) een dataset wordt samengesteld uit de Ennetcom-data. In de beslissing wordt bepaald dat alleen de gegevens in die dataset mogen worden onderzocht en dat voor zover relevante gegevens worden aangetroffen, deze bevindingen aan de processtukken in het onderzoek Marengo worden toegevoegd. Op aanvullende vorderingen van het Openbaar Ministerie heeft de rechter-commissaris overeenkomstig beslist op 25 april 2018
17en 10 september 2019
18. In het onderzoek De Vink heeft een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van Ennetcom.
19
20
21De voorwaarde van een rechterlijke toets voor gebruik van de PGP-safe-data in andere onderzoeken, zoals in de beslissing van de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, is door de Costa Ricaanse rechter niet gesteld voor de Sassenheim-data.
22Uit het proces-verbaal van 24 januari 2018 blijkt dat vervolgens door de zaaksofficier van justitie van het onderzoek Sassenheim ook toestemming is gegeven om de zogenoemde metadata van genoemd PGP-adres te delen met het onderzoek Marengo.
23Vanuit het onderzoek Sassenheim is op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo een aantal e-mailadressen verstrekt.
24Op 13 maart 2018 heeft het onderzoeksteam Marengo vanuit het onderzoek Sassenheim e-mailberichten ontvangen van 44 e-mailadressen. Het betrof hier de eerste kring van contacten van de op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo verstrekte e-mailadressen. Later zijn daar nog e-mailadressen aan toegevoegd.
25In het onderzoek Sassenheim heeft ook een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van PGP-safe.
26
27Op 29 maart 2018 is binnen Hansken een subset gemaakt onder de projectnaam Canadata_26Marengo_PC, die na een nieuwe versie van Hansken is uitgebreid in april 2019.
28
29
30
31Ook in het arrest van 13 juni 2023 waarin de Hoge Raad prejudiciële vragen van de rechtbanken Noord-Nederland en Overijssel beantwoordt, wordt hier aandacht aan besteed.
32Genoemde richtlijn is alleen van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in verband met de levering van openbare elektronische-communicatiediensten over openbare communicatienetwerken in de Gemeenschap, met inbegrip van openbare communicatienetwerken die systemen voor gegevensverzameling en identificatie ondersteunen (artikel 3 Richtlijn Pro 2002/58/EG). In de onderzoeken De Vink en Sassenheim zijn geen onderzoeksresultaten verkregen op grond van aan Ennetcom en PGP-safe opgelegde verwerkingsverplichtingen. Het gaat in die zaken om de uitoefening door strafvorderlijke autoriteiten van bevoegdheden waarmee het veiliggestelde berichtenverkeer is verkregen. Bovendien geldt dat Ennetcom en PGP-safe een versleutelde berichtendienst aanboden, waarbij de gebruikers van die diensten in beginsel geen persoonsgegevens kenbaar hoefden te maken en waarbij men alleen met elkaar kon communiceren als men beschikte over een PGP-e-mailadres. Bij de PGP-telefoons die werkten op basis van de zogenoemde S/MIME encryptiestandaard van Ennetcom komt daar nog bij dat sprake was van een gesloten circuit, alleen PGP-telefoons die op basis van deze standaard werkten konden met elkaar communiceren.
33Er was dan ook geen sprake van verwerking van persoonsgegevens door Ennetcom en PGP-safe. Om die redenen is Richtlijn 2002/58/EG hier niet van belang. Evenmin is er bij de beheerders van de servers sprake van een verwerkingshandeling die valt onder EU-verordening 2016/679 of diens voorganger Richtlijn 95/46/EG.
34zijn daarom niet zonder meer toepasbaar op de doorzoekingen bij Ennetcom en PGP-safe. De stelling van de verdediging dat het hoofddoel van deze doorzoekingen was om de inhoud van alle berichten die op de servers aanwezig waren te verkrijgen – en dat er daarmee sprake is van overtreding van het verbod op détournement de pouvoir – heeft zij niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd en kan de rechtbank ook niet afleiden uit het strafdossier. Dit verweer wordt daarom verworpen. Dit geldt ook voor het verweer dat de in de rechtshulpverzoeken verzochte doorzoekingen in strijd waren met het beginsel van proportionaliteit: ook daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen.
35Kern is dat er aan de hand van die wetsgeschiedenis alle reden is om aan te nemen dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv verouderd is, omdat het verwijst naar de oude aanduiding van voor de Wet Computercriminaliteit II. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het nog in te voeren artikel 2.7.42 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv (nieuw)), gaat ook de wetgever ervan uit dat destijds over het hoofd is gezien om artikel 125la Sv aan de nieuwe omschrijving aan te passen.
36De rechtbank houdt het er daarom voor dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv dient te worden uitgelegd aan de hand van het begrip “aanbieder van een communicatiedienst” zoals thans verwoord in artikel 138g Sv. Een andere uitleg zou een merkwaardige, onbedoelde en met artikel 8 EVRM Pro strijdige lacune doen ontstaan voor wat betreft de vertrouwelijkheid van elektronisch berichtenverkeer, waar gebruikers van dergelijk berichtenverkeer – destijds nog analoog aan het briefgeheim – in beginsel van uit mochten gaan. Inmiddels is de tekst van artikel 13 Grondwet Pro, waarin de grondwettelijke bescherming van het briefgeheim is verwoord, overigens zodanig aangepast dat deze ook ziet op elektronische communicatie. Het briefgeheim wordt daarom nu brief- en telecommunicatiegeheim genoemd.
37
38
39Het wettelijk stelsel, zoals door de Hoge Raad uitgelegd in de Smartphone-arresten, voorziet daarmee in een drietrapsraket voor onderzoek dat ook van toepassing is op de veiliggestelde PGP-data.
40Dat is in zijn algemeenheid juist als dit geautomatiseerde werk te koppelen is aan een persoon, maar daar is in het onderhavige geval geen sprake van. De verwachte privacyschending door het kopiëren van de Ennetcom- en PGP-safe-data is – zelfs bij volledige ontsleuteling van alle berichten – naar zijn aard beperkt, omdat niet te verwachten is dat de data op de server, waaronder de communicatie, direct te herleiden is naar individuele gebruikers. Deze hoefden immers niet hun identiteit of andere persoonsgegevens kenbaar te maken aan de aanbieders van deze dienst en dus is het hoogst onwaarschijnlijk dat (meta)data die rechtstreeks zou kunnen leiden naar de gebruikers, terug zijn te vinden op de servers van Ennetcom en PGP-safe. Ten aanzien van het berichtenverkeer geldt bovendien dat redelijkerwijs te verwachten was dat gebruikers niet onder eigen naam communiceren en dat de communicatie overwegend crimineel en zakelijk van aard zou zijn. Daardoor was in die fase niet op voorhand te voorzien dat bemoeienis van de officier van justitie of rechter-commissaris aangewezen zou zijn. Het onderzoek van de onderzoeksteams De Vink en Sassenheim was niet gericht op identificatie van de gebruikers van de dienst, maar op het vaststellen van de overwegend criminele context van hun communicatie. De kennisname van de communicatie door dit onderzoek was daarom niet meer dan een beperkte inbreuk op de privacy van iedere individuele gebruiker. De omstandigheid dat het veel gebruikers betreft maakt dat niet anders. Overeenkomstig het hiervoor geschetste kader is het ontsleutelen van de communicatie proportioneel en mocht dit vervolgonderzoek in die strafzaken door opsporingsambtenaren plaatsvinden.
41Dat in het onderzoek Tandem bij de samenstelling van de dataset niet is gewerkt conform het plan van aanpak op de wijze zoals de rechter-commissaris dat voor ogen had, doet aan de rechtmatigheid van de Tandem-dataset niet af. De rechtbank heeft in die zaak (overigens) geoordeeld dat op dit punt sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar heeft aan dat vormverzuim geen consequenties verbonden.
42
43De door het kopiëren van de servers van Ennetcom en PGP-safe verkregen communicatie is weliswaar niet door interceptie verkregen, maar het kader dat door het EHRM wordt gegeven voor de verdere verwerking van deze privacygevoelige data is in dit geval wel toepasselijk. Daarbij geldt dat er sprake moet zijn van een ‘independent authorisation’ indien dieper in de data wordt doorgedrongen, zodat een onafhankelijke autoriteit beoordeelt of de inbreuk op de in artikel 8 lid 1 EVRM Pro genoemde belangen binnen de grenzen blijft van wat noodzakelijk is in een democratische samenleving. De Nederlandse officier van justitie voldoet niet aan die eis van onafhankelijkheid. Een machtiging door een rechter-commissaris voldoet daar wel aan. Ook een wijze van rechterlijk toetsen zoals voorgeschreven door de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, waarbij kortweg alleen onderzoek naar zeer ernstige strafbare feiten een schending van het briefgeheim rechtvaardigt en een rechter die een en ander normeert, volstaat.
44dat met het voorschrift van artikel 126aa lid 2 Sv is beoogd het belang te beschermen dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk een advocaat te raadplegen, zonder vrees voor openbaarmaking van wat aan de advocaat in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd. Het voorschrift strekt ertoe dat gegevens die als gevolg van de toepassing van de bevoegdheden genoemd in artikel 126aa lid 1 Sv zijn verkregen, onmiddellijk worden vernietigd indien zij vallen onder het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 Sv Pro, zodat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen. Uit artikel 126aa lid 2 Sv vloeit derhalve voort dat gegevens als in die bepaling bedoeld niet in het strafproces kunnen worden gebruikt.
45en ook de rechtbank is nog een dergelijk bericht tegengekomen.
46Dergelijke geheimhouderscommunicatie dient niet in een strafproces te kunnen worden gebruikt en dient dus ook niet te worden gevoegd in een ander strafproces. Of dit een verzuim is in de zin van artikel 359a Sv zal aan het eind van deze paragraaf worden besproken.
47Dit zegt uiteraard iets over de (onvolkomen) wijze waarop het onleesbaar maken van geheimhoudersberichten plaatsvindt. Daarop zal verderop in deze paragraaf nader worden ingegaan. Genoemd bericht maakt echter – zoals onbetwist door het Openbaar Ministerie gesteld – geen deel uit van het Marengo-dossier of van de Marengo-dataset waarin procespartijen inzage hebben. Dit wordt bevestigd door het feit dat de verdediging na die inzage heeft verzocht om voeging in het Marengo-dossier van zeven PGP-berichten, waaronder het desbetreffende geheimhoudersbericht, maar dat de politie juist dat ene bericht niet kon vinden.
48De rechtbank beschouwt deze kwestie dan ook als een onfortuinlijke vergissing tijdens de inzage bij het NFI en niet als een verzuim in de zaak Marengo.
49
50over de functionaliteiten binnen Hansken (zoals het toekennen van de verschillende ‘rollen’) om procedures rondom geheimhouderinformatie te faciliteren overeenkomstig de – eveneens in het dossier gevoegde – Handleiding Verwerking geheimhouderinformatie aangetroffen in inbeslaggenomen voorwerpen en in digitale bestanden van de landelijke vergadering rechercheofficieren, van juni 2014.
51
52Op het onbetwiste totaal van ruim 875.000 dataregels die de Marengo-dataset bevat is dit aantal gering te noemen. Bovendien zijn, zoals hiervoor al is vastgesteld, vanuit de Marengo-dataset geen geheimhoudersberichten in het Marengo-dossier terechtgekomen en gesteld noch gebleken is dat het gaat om enige communicatie tussen een van de verdachten en hun raadslieden.
53De rechtbank concludeert het voorgaande beschouwend ook hier dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
54
55en het arrest van de Hoge Raad van 5 april 2022
56is echter duidelijk, kort gezegd, dat dergelijke informatie met een rechterlijke machtiging had moeten worden opgevraagd. De omstandigheid dat dit niet is gebeurd levert een vormverzuim op. Hieraan verbindt de rechtbank in dit geval geen rechtsgevolg, reeds omdat het niet heeft geleid tot voor het onderzoek Marengo relevante bewijsresultaten. De rechtbank volstaat dan ook met de constatering ervan.
57
58Het onderzoeksteam Marengo en het Openbaar Ministerie hebben allebei geen inzage in de brondata. De verdediging wenst in feite dus verdergaande toegang tot de Ennetcom- en PGP-safe-data te verkrijgen dan het Openbaar Ministerie heeft en daartoe bestaat, ook bezien in het licht van artikel 6 EVRM Pro, geen aanleiding. Ten aanzien van de toegang tot de Ennetcom-data komt daar nog bij dat een verdergaande toegang in strijd zou zijn met de door de Canadese rechter gestelde voorwaarden. De verdediging heeft evenwel steeds de mogelijkheid gehad zich te wenden tot de rechter-commissaris met een onderbouwd verzoek, bijvoorbeeld met opgave van relevante zoektermen, om binnen de brondata te (laten) zoeken naar specifieke berichten waarvan de verdediging meent dat de Marengo-dataset daarmee zou moeten worden uitgebreid. Van deze laatste mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat het vooraf moeten opgeven van zoektermen een ongeoorloofde inperking is van haar rechten, volgt de rechtbank haar daarin niet. Overeenkomstig artikel 34 Sv Pro mag van de verdediging immers een concrete onderbouwing verlangd worden. Vanwege de met een ongeclausuleerde inzage gepaard gaande inbreuk op de privacy van zeer veel andere personen en gelet op de in het geding zijnde opsporingsbelangen, is de restrictie dat zij concreet, bijvoorbeeld door het opgeven van zoektermen, vermeldt waarnaar in de brondata gezocht zou moeten worden, gerechtvaardigd. De verdediging heeft alleen gesteld dat zich in die brondata mogelijk ontlastende PGP-berichten bevinden, maar deze enkele algemene stelling is onvoldoende voor het oordeel dat inzage in alle brondata noodzakelijk is voor de voorbereiding van de verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot voeging.
59Hoewel het onderzoeksteam Marengo wel over de Marengo-dataset beschikt acht de rechtbank het niet verstrekken daarvan aan de verdediging gerechtvaardigd. De daartoe aangedragen argumenten – de privacybelangen van (onbekende) derden en het algemene belang dat berichten die mogelijk relevant zijn voor de opsporing in andere zaken, niet onnodig worden verstrekt – acht de rechtbank valide. De rechtbank wijst in dit verband op de mededeling van het Openbaar Ministerie op de zittingen van 27 en 28 februari en 6 maart 2020 dat ‘slechts’ tien procent van de (toen nog circa 610.000) berichten in de Marengo-dataset uit communicatie van de aan verdachten toe te schrijven PGP-lijnen bestaat en dat het bij de overige negentig procent van de berichten gaat om communicatie van derden of van verdachten via op dat moment (nog) niet geïdentificeerde PGP-lijnen. Ook het EHRM heeft in dit kader overwogen dat het noodzakelijk kan zijn om de verdediging de toegang tot materiaal te beperken om de fundamentele rechten van anderen of een belangrijk algemeen belang te waarborgen.
60Dat de verdediging niet de beschikking heeft gekregen over de volledige Marengo-dataset maar daarin alleen inzage heeft gekregen acht de rechtbank – mede gelet op wat hierna over die inzagemogelijkheden wordt overwogen – dan ook niet in strijd met het beginsel van equality of arms.
61
62van de rechtbank Rotterdam in de zaken tegen Ennetcom en haar middellijk bestuurder – waarin een soortgelijk verweer is gevoerd – onderkent de rechtbank het door de verdediging geschetste gevaar dat bij de analyse van bulkdata door complexe algoritmische systemen de resultaten van het systeem leidend worden zonder dat de achterliggende algoritmen kunnen worden gecontroleerd. In het kader van het recht op een eerlijk proces (en dus gelijke proceskansen) moet de verdediging kunnen controleren of de door Hansken geproduceerde resultaten betrouwbaar zijn. Daartoe mag van de verdediging echter wel worden verwacht dat zij concreet maakt op welke punten deze controle moet plaatsvinden. Het in algemene zin stellen dat ‘de controlemogelijkheden onvoldoende zijn’ kan niet als zodanig gelden. Het voorgaande klemt temeer nu in het Marengo-dossier stukken zijn gevoegd waarin is ingegaan op de werking van Hansken. Gewezen wordt het rapport van deskundige ir. [naam deskundige 2] (hierna: [naam deskundige 2] ) van 5 februari 2018 in datzelfde onderzoek Tandem II, waarin hij vragen van de verdediging in die zaak over de betrouwbaarheid en volledigheid van Hansken als selectietool beantwoordt.
63[naam deskundige 2] is vervolgens op 12 februari 2018 in dat onderzoek gehoord door de rechter-commissaris en de verdediging in de zaak Tandem II heeft daar in aanwezigheid van haar eigen deskundige dr. [naam deskundige 1] vragen kunnen stellen aan [naam deskundige 2] . Ook dat proces-verbaal van verhoor is toegevoegd aan het procesdossier.
64Verder geldt dat over principes en de werking van Hansken peer-reviewed artikelen zijn verschenen.
65De verdediging heeft gesteld dat [naam deskundige 2] – nu hij niet rechtstreeks betrokken was bij het gebruik van Hansken ten aanzien van de Ennetcom-data (het antwoord op vraag 2 van de verdediging in het rapport van 5 februari 2018) – vragen niet heeft kunnen beantwoorden, maar zij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt wat zij nog wil controleren en/of onderzoeken. [naam deskundige 2] heeft in zijn beantwoording bovendien gezegd, en het Openbaar Ministerie heeft hierop ook herhaaldelijk gewezen, dat bij twijfel over de volledigheid van een bericht altijd extra controles uitgevoerd kunnen worden in Hansken zelf of met analysemogelijkheden buiten Hansken. De mogelijkheid tot controle en contra-expertise heeft dus wel degelijk bestaan, zij het dat de verdediging dan wel moet laten weten wat, op welke wijze en door wie onderzocht moet worden. De verdediging heeft dit op de speciale PGP-regiezitting van 11 maart 2021 niet, althans onvoldoende, concreet gemaakt. Ook later heeft zij dit niet gedaan. De rechtbank onderschrijft dan ook niet dat de verdediging geen effectieve controlemogelijkheden heeft gehad.
66De rechtbank is echter van oordeel dat de verwijzing naar die jurisprudentie niet opgaat omdat Hansken en de met Hansken verkregen resultaten niet aan te merken zijn als deskundigenrapportages.
67Het gaat in dat rapport echter niet om een fout in Hansken, maar om een verandering van de naam ‘email from’ naar ‘mailbox name’, welke verandering is ingegeven door voortschrijdend inzicht voor wat betreft de benaming van dat ‘veld’. Het hoe en waarom van die verandering wordt in het rapport van 16 juni 2020 verder uitgelegd. Ook heeft de verdediging wederom verwezen naar ‘fouten’ in de exportfunctie naar de Excelbestanden. De verdediging doelt hier, zo begrijpt de rechtbank, op de brief van 14 september 2020 in het onderzoek Himalaya.
68Ook die brief gaat niet over fouten in Hansken, maar over een geconstateerd verschil tussen de weergave in Hansken en de weergave in het ten behoeve van de inzage gemaakte Excel-bestand. Het NFI heeft dit geconstateerd en hersteld.
69De eisen zoals genoemd in het Besluit zijn daarom niet van toepassing. Die eisen zien namelijk op technische hulpmiddelen die worden ingezet bij een stelselmatige observatie, het opnemen van vertrouwelijke communicatie of het opnemen van telecommunicatie en daarvoor wordt Hansken niet gebruikt. Hansken is ook niet aan te merken als een buitenwettelijk technisch hulpmiddel. Het wordt namelijk niet gebruikt voor het verkrijgen van bewijs. Hansken wordt ingezet ten behoeve van het bekijken van bewijs, nadat het is verkregen. De verdediging heeft nog gesteld dat de werking van de Hansken-software heeft bepaald welke PGP-berichten ter kennis kwamen van het onderzoeksteam zodat de uitgangspunten uit de wetsgeschiedenis van artikel 126ee Sv voor Hansken van belang zijn. Die stelling maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het citaat uit de wetsgeschiedenis waar de verdediging naar verwijst benadrukt het belang van waarborgen aangaande de kwaliteit en de onschendbaarheid van de met technische hulpmiddelen vastgestelde waarnemingen die (immers) in de plaats komen van eigen waarnemingen door verbalisanten. De PGP-data zelf zijn echter niet vastgelegd met Hansken, zodat overeind blijft dat Hansken niet is gebruikt voor het verkrijgen van bewijs.
70In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd.
71Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond.
72
73De verdediging heeft bij pleidooi opnieuw aandacht gevraagd voor dezelfde gestelde integriteitsproblemen en storingen.
74het volgende. Bij elk ICT-systeem dat is aangesloten op het internet, en dus ook bij het Ennetcom-systeem, bestaat de mogelijkheid dat de data worden gewijzigd, bijvoorbeeld door een hack of door een technisch gebrek. Deze omstandigheid is echter onvoldoende om aan te nemen dat de Ennetcom-data onbetrouwbaar zijn. Daarbij is van belang dat duizenden gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Overheidsdiensten bleken lange tijd niet in staat om de communicatie die via dit systeem werd gevoerd te onderscheppen en de daarbij behorende PGP-telefoons te ‘kraken’. Uit de verklaring die de bestuurder van Ennetcom op 7 juni 2021 als getuige heeft afgelegd bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijkt verder dat Ennetcom in zijn bedrijfsvoering aandacht had voor onregelmatigheden in het communicatiesysteem, voorzorgsmaatregelen nam om dergelijke onregelmatigheden te voorkomen en ook maatregelen trof bij incidenten.
75De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het verhoor bij de rechter-commissaris van de rechtbank Gelderland van 6 februari 2019 van de bij Ennetcom van december 2014 tot januari 2016 werkzame service- en supportmanager.
76Deze verklaart onder andere dat de controles na een incident in Parijs medio 2015 werden aangescherpt. Uit een door de bestuurder van Ennetcom opgestelde lijst blijkt dat dergelijke incidenten zich wel voordeden, maar dat het aantal incidenten – afgezet tegen de hoeveelheid klanten en de omvang van door hen verstuurde berichten – in al die jaren betrekkelijk gering is.
77
78Ook wijst de rechtbank op het rapport van [naam deskundige 2] van 9 maart 2018 in het onderzoek Tandem II.
79
80Daarin wordt gesteld dat manipulatie van de inhoud van berichten tot inconsistenties in de berichtenuitwisseling of zelfs tot onleesbaarheid van de berichten zou moeten leiden en dat daarvan niet is gebleken. Ook staat daarin dat configuratiefouten of technische gebreken het bedrijfsmodel van Ennetcom zouden raken en dat het onaannemelijk is dat dergelijke gebreken door de beheerders niet onmiddellijk zouden worden opgelost. De rechtbank kan dat goed volgen, aangezien – zoals hiervoor al overwogen – vele gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Er zijn, zo schrijft de recherche in dat proces-verbaal, geen indicaties aangetroffen voor sporen van technische gebreken in de berichtenuitwisseling of in de BES-systemen. In de conclusie van het proces-verbaal wordt de verdediging erop gewezen dat, als zij concrete feiten en omstandigheden aanwijst, scenario’s verder kunnen worden onderzocht.
81Van die mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt.
82Dit arrest geeft de rechtbank evenwel geen aanleiding om anders te oordelen over de geboden inzage- en controlemogelijkheden voor de verdediging in relatie tot het recht op een eerlijk proces. Daartoe is redengevend dat het EHRM in dat arrest expliciet heeft overwogen – kort gezegd – dat de omstandigheid dat het bewijs ziet op versleutelde elektronische data geen aanleiding is om een andere toets toe te passen in het licht van artikel 6 EVRM Pro dan de toets die het steeds heeft aangelegd.
83Ook waar het gaat om het niet aan de verdediging verstrekken van alle brondata verwijst het EHRM naar zijn eerdere jurisprudentie.
84Bovendien verschillen de feitelijke vaststellingen in die Turkse zaak zodanig van de feiten in Marengo dat een vergelijking niet opgaat. De rechtbank wijst er onder andere op dat de klager in die Turkse zaak geen toegang had tot gegevens die specifiek op hemzelf betrekking hadden, dat dit (ByLock-)bewijs van doorslaggevend belang was voor de veroordeling en klager geen reële mogelijkheid had om het bewijs te betwisten. Ook was de Turkse rechter niet ingegaan op de verweren van klager over de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens. Die omstandigheden doen zich in Marengo – zoals hiervoor uiteen is gezet – niet voor. Zo heeft de verdediging wél inzage in de Marengo-dataset, hebben de raadslieden de ‘eigen lijnen’ op een laptop verstrekt gekregen, kan de verdediging desgewenst bij het NFI met Hansken in de Marengo-dataset zoeken en heeft zij gedurende dit proces verzoeken met betrekking tot dat PGP-bewijs kunnen doen en daaromtrent verweren kunnen voeren, waarop de rechtbank steeds gemotiveerd heeft beslist.
2. [betrokkene 18]
4. Dr. [naam deskundige 1]
85Eerder is (zie hoofdstuk 3.1 Algemeen kader vormverzuimen) evenwel al uiteengezet dat ook aan een vormverzuim dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte een rechtsgevolg kan worden verbonden. De rechtbank dient in dit geval na te gaan of bij de aanhouding en overbrenging van [verdachte] sprake is geweest van een vormverzuim of een onrechtmatige handeling die van bepalende invloed is geweest op de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten en waardoor de verdachte in een zodanige positie terecht is gekomen dat zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn strafzaak tekort is gedaan.
86In de meeste zaken heeft de Hoge Raad vervolgens het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO) verworpen. Ook heeft de rechtbank zich gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2017
87en het arrest van het EHRM van 12 mei 2005 in de zaak Öcalan tegen Turkije.
88
89gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 9 november 2017, om de aanhouding van [verdachte] in verband met de verdenking van betrokkenheid bij de liquidatie van [slachtoffer 3] op 22 juni 2016 (zaaksdossier Kreta) en deelname aan een criminele organisatie. [verdachte] staat vanaf dat moment internationaal gesignaleerd. De Red Notice wordt later nog aangepast, op 7 augustus 2018
90en op 22 augustus 2019. In de Red Notice van 22 augustus 2019 (A-9037/8-2019)
91staan, naast de eerder genoemde verdenkingen, alle overige verdenkingen jegens [verdachte] in de zaak Marengo beschreven.
92
93
94Een dergelijk aanbod tot ondersteuning in de opsporing naar [verdachte] doet het onderzoeksteam ook meerdere malen via de liaison officer. Daarop antwoordt de Dubai Police steeds mondeling dat zij het niet nodig vindt gebruik te maken van de Nederlandse capaciteit om [verdachte] in Dubai op te sporen.
95
96
97In dit artikel wordt onder andere geschreven dat [verdachte] regelmatig op het eiland Kish zou verblijven en mogelijk banden zou hebben met Iran.
98De rechtbank stelt vast dat deze dienstreizen (dus) losstaan van de opsporing naar [verdachte] .
99
100Het Landelijk Parket wordt in de ochtend van 16 december 2019 door de liaison officer gebeld met de mededeling dat hij op de hoogte is gesteld van de aanhouding van [verdachte] in Dubai. Vervolgens wordt gestart met het in orde maken van het uitleveringsverzoek voor [verdachte] . Daartoe wordt op dinsdag 17 december 2019 via Interpol Den Haag een bericht gestuurd aan Interpol Abu Dhabi met het verzoek om een bevestiging van de aanhouding en informatie over de door de VAE benodigde documenten of procedures. Op die dag ontvangt het Landelijk Parket echter ook van de liaison officer telefonisch het bericht dat de Dubai Police voornemens is [verdachte] aan Nederland over te dragen en dat vanuit Interpol Abu Dhabi de vraag is gesteld of het mogelijk is om [verdachte] op korte termijn op te halen.
101
102Dit sectorhoofd bevestigt deze gang van zaken.
103In de schriftelijke bevestiging van Interpol Abu Dhabi aan Interpol Den Haag
104staat:
105
106
‘Extraditionof [verdachte] ,
Red Notice no.A-9037/8-2019’.
107
108De liaison officer informeert de afdeling Interpol van de Dubai Police omstreeks 08:30 uur (Dubai tijdzone +3 uur) over het vluchtnummer en de Nederlandse vertrektijd van het vliegtuig.
109Op woensdag 18 december 2019, omstreeks 13:00 uur, vertrekt het samengestelde team dat door het hoofd van de DSI belast is met de uitvoering van het transport richting de luchthaven van Dubai, alwaar dit team op woensdag 18 december 2019 omstreeks 23:50 uur (lokale tijd in Dubai) arriveert. De Dubai Police draagt [verdachte] omstreeks 23:55 uur (lokale tijd in Dubai) over aan het Nederlandse transsportteam. Op de heen- en terugreis wordt gevlogen met een ander vliegtuig. Omstreeks 24:00 uur (lokale tijd in Dubai) vertrekt het team met [verdachte] vanuit Dubai naar Nederland.
110
111
112Deze in burger geklede verbalisanten vertrekken op woensdag 18 december 2019 met leden van de DSI en een arts vanuit Nederland naar Dubai.
113Zij komen op woensdag 18 december 2019 te 23:00 uur (plaatselijke tijd) aan op Dubai International Airport (DXB), de internationale luchthaven van Dubai. Zij verlaten het vliegtuig via de deurtrap en komen zo op het platform aan de ‘airside’ van de luchthaven.
114Zij zien dat een aantal zwarte personenauto's het platform op komt rijden in de richting van het vliegtuig waarmee [verdachte] zal worden overgebracht naar Nederland. De voertuigen komen nabij het vliegtuig tot stilstand.
115Meerdere mannen van de autoriteiten van Dubai spreken de verbalisanten aan. De verbalisanten wordt medegedeeld dat de autoriteiten van Dubai [verdachte] als ongewenst vreemdeling gaan uitzetten en hen wordt verzocht [verdachte] over te nemen. Een van de rechercheurs ontvangt uit handen van de autoriteiten van Dubai een in het Nederlands vertaald schriftelijk bewijs van overdracht en tekent dit.
116Aan hem wordt door de autoriteiten van Dubai ook een Nederlands paspoort overhandigd. Dit paspoort, met nummer [paspoortnummer] , is voorzien van een pasfoto van [verdachte] , maar staat op naam van [betrokkene 23] (hierna: [betrokkene 23] ), geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
117
118Een collega-verbalisant die eveneens aanwezig is bij de reis naar Dubai, de overdracht van [verdachte] in Dubai en de vlucht naar Nederland, doet dezelfde waarnemingen, met uitzondering van de herkenning van [verdachte] . Hij beschrijft dat hij links van [verdachte] staat en hem bij het wisselen van de gezichtsbedekking niet in het gelaat kan kijken.
119
120
121met de vraag of er foto’s zijn of er ander beeldmateriaal is gemaakt van [verdachte] tijdens diens arrestatie, vrijheidsbeneming en eventuele andere bejegening van [verdachte] en of daarover de beschikking kan worden verkregen, hebben de autoriteiten van de VAE op 31 mei 2021 geantwoord: “Nee, er werden geen foto's genomen noch video's opgenomen tijdens de inbewaringstelling, in de wetenschap dat betrokkene op de Internationale Rode Lijst stond. Over de vrijheidsberoving en de onmenselijke behandeling van betrokkene delen wij u mede dat hij op een menselijke wijze behandeld werd volgens de vastgestelde federale maatregelen in de Verenigde Arabische Emiraten. Tevens conform de wetten en de regelingen van de strafrechtprocedure die de rechten van verdachten waarborgen.”
122Op het aanvullende rechtshulpverzoek aan de VAE van 10 december 2021 is op 2 oktober 2023 (opnieuw) de reactie gekomen dat er geen beeldmateriaal is gemaakt.
123
124Twee foto’s van [verdachte] zijn gemaakt tijdens het transport
125en zes andere foto’s
126waren al eerder in het persoonsdossier van [verdachte] opgenomen, maar later zijn alle 151 gemaakte foto’s nader omschreven en gevoegd in het dossier. Daarbij is op vordering van de officier van justitie
127door de rechter-commissaris een machtiging
128verleend tot het onthouden van identificerende gegevens en DSI-methodieken op de foto’s. Vervolgens zijn de personen – op [verdachte] na – en andere herleidbare kenmerken afgebeeld op deze foto’s onherkenbaar gemaakt. De foto’s zijn op woensdag 18 december 2019 en donderdag 19 december 2019 door verbalisanten met hun mobiele telefoons gemaakt. Op de 151 foto’s is in chronologische volgorde het volgende te zien: het vertrek vanaf de luchthaven in Nederland met een gecharterd vliegtuig, de reis naar Dubai, de aankomst op de luchthaven in Dubai, de overdracht van [verdachte] door de Dubai Police, het gezicht van [verdachte] na verwijdering van de gezichtsbedekking tijdens de vlucht, de tussenstop op de luchthaven in Boekarest en de aankomst op de luchthaven in Nederland en het vertrek per helikopter. Bij deze laatste omschrijving (de aankomst op de luchthaven in Nederland en het vertrek per helikopter) maakt de rechtbank de kanttekening dat zij wel wil aannemen dat de foto daarvan is gemaakt, maar dat dit niet goed zichtbaar is vanwege de duisternis. Op die foto is namelijk alleen een vliegtuig en een gele streep die doet denken aan een landingsbaan met in de verte lichten te zien.
129
130
131
132Ook een andere verbalisant die gedurende de vlucht naar Nederland in de nabijheid van [verdachte] zat hoort [verdachte] op geen moment iets zeggen of vragen omtrent het feit dat hij overgebracht zou worden naar Nederland of Marokko dan wel het verzoek tot consulaire bijstand van de Marokkaanse autoriteiten.
133De liaison officer heeft naar eigen zeggen geen gesprekken gevoerd met de autoriteiten van Marokko.
134
135De autoriteiten van Dubai hebben hierop op 31 mei 2021 geantwoord: “Wat de documenten betreft delen wij u mede dat betrokkene slechts één document heeft ondertekend: "verklaring van geen bezwaar om, volgens de gevolgde maatregelen, uitgeleverd te worden aan de Nederlandse autoriteiten”.
136In reactie op het aanvullende rechtshulpverzoek van 10 december 2021 hebben de autoriteiten van de VAE op deze vraag het volgende laten weten: “De persoon in kwestie heeft twee documenten ondertekend, ten eerste het document van verklaring, en ten tweede het document van geen bezwaar tegen zijn uitlevering aan de Nederlandse autoriteiten ingevolge de internationale Red Notice omdat hij door hen gezocht werd, conform de wettelijke procedures.”
137
138
139Ook bij het wisselen van de gezichtsbedekking is dat niet duidelijk omdat [verdachte] op zijn knieën voorovergebogen zit en zijn lange haren voor zijn gezicht vallen. [verdachte] geeft op dat moment ook zelf niet aan dat hij lichamelijk letsel heeft.
140Als [verdachte] in het vliegtuig klaagt over pijn in zijn oren worden de – kennelijk nog door de politie in Dubai aangebrachte
141– oordoppen gezien en weggehaald. Tijdens dat weghalen klaagt [verdachte] dat hij pijn heeft aan zijn neus en vertelt hij: “Ik heb een gebroken neus. Deze is ontstaan tijdens mijn aanhouding. Je weet hoe dat gaat”. Bij het dan verwijderen van het gezichtsmasker is te zien dat [verdachte] een gezwollen neus heeft en dat beide oogkassen verkleurd zijn. Daarop onderzoekt de meegereisde arts [verdachte] en constateert dat [verdachte] een gebroken neus heeft.
142Er worden foto’s gemaakt van het gezicht van [verdachte]
143waarop de gezwollen neus en blauwe ogen te zien zijn, aldus steeds de verbalisanten.
144
145
146De NFI-arts concludeert in zijn rapportage van 11 februari 2020 – samengevat – dat de in het onderzoek vastgestelde letsels qua aard en ouderdom zouden kunnen zijn veroorzaakt door de geweldsinwerkingen waarover [verdachte] in de anamnese heeft verklaard.
147
148[verdachte] is daarover op 8 januari 2021 uitvoerig gehoord door de rechters-commissarissen.
149De trauma-arts is door de rechters-commissarissen op 3 februari 2021 gehoord. De trauma-arts heeft zich daarbij overwegend op het verschoningsrecht beroepen.
150De trauma-arts heeft daarna op 24 februari 2021 echter wel op vele vragen van de verdediging
151en het Openbaar Ministerie schriftelijk geantwoord.
152Hierna heeft de NFI-arts een medisch vervolgonderzoek verricht en daarover op 26 oktober 2021 gerapporteerd.
153De NFI-arts concludeert – kort gezegd – dat de door [verdachte] in zijn verhoor verstrekte meer gedetailleerde informatie over het gepleegde geweld in Dubai en de verklaringen van de trauma-arts geen nieuwe gezichtspunten hebben opgeleverd, zodat de beschreven interpretatie en beantwoording van de vraagstelling in het eerdere rapport van 11 februari 2020 ongewijzigd blijven. De NFI-arts schrijft daarbij dat er geen hernieuwd onderzoek van het medisch dossier heeft plaatsgevonden omdat [verdachte] daartoe geen toestemming heeft verleend.
154
155door de autoriteiten van de VAE onder andere geantwoord: “bij de uitlevering van de verzochte persoon had hij geen enkele wond, gezien het feit dat er een arts bij het Veiligheidsgezantschap aanwezig was (…)”. Deze beantwoording verdraagt zich niet met wat door alle Nederlandse verbalisanten die betrokken waren bij de overbrenging van [verdachte] naar Nederland is gerelateerd en met wat [verdachte] zelf over het ontstaan van zijn letsel heeft verklaard. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat het letsel van [verdachte] in Dubai is ontstaan tijdens zijn aanhouding en/of detentie.
156Ook wordt daarin gewezen op het met uitlevering gediende belang om te voorkomen dat voortvluchtige verdachten hun berechting dreigen te ontlopen.
157De rechtbank wijst in dit verband nog op het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2017 in de zaak Passage, waarin is overwogen dat artikel 3 EVRM Pro de verdragstaten niet verbiedt om uitlevering te verzoeken van een persoon die zich op het grondgebied en binnen de rechtsmacht bevindt van een staat die geen partij is bij het EVRM en waar de detentieomstandigheden niet noodzakelijkerwijs voldoen aan de eisen die daaraan in Nederland mede op grond van artikel 3 EVRM Pro worden gesteld. Een dergelijke uitleg zou volgens het gerechtshof tot het onaanvaardbare resultaat leiden dat een persoon zich door verblijf in zo’n land voor onbepaalde tijd van straffeloosheid kan verzekeren.
158
159en stelt dat op grond van dat protocol bij gevaar voor mensenrechtenschendingen niet overgegaan mag worden tot verzoeken tot aanhouding of rechtshulp. De rechtbank leest dat echter niet in dat protocol.
160Ten aanzien van het desbetreffende artikel verklaart de liaison officer dat hij de autoriteiten van de VAE daarop heeft gewezen en hij er bij perspublicaties altijd bij zegt dat het open bronnen zijn die voor meerderlei uitleg vatbaar zijn.
161
162
163De trauma-arts heeft [verdachte] bij de medische screening gevraagd of er bijzonderheden waren in zijn medische voorgeschiedenis en of er actuele medische zaken speelden die van belang waren te vermelden. Daarop heeft [verdachte] gezegd dat hij in het verleden een blindedarmoperatie heeft ondergaan en dat hij maagklachten heeft. De arts heeft daarop na verkregen toestemming van [verdachte] het litteken bekeken en geconstateerd dat het er normaal uitzag. De maagklachten waren niet te duiden – daarvoor konden vele oorzaken zijn. De trauma-arts constateert dat [verdachte] tijdens dit onderzoek alert overkwam en dat er op dat moment geen aanleiding was om lichamelijk onderzoek te verrichten.
164Nadat [verdachte] – zoals hiervoor beschreven – een uur na aanvang van de vlucht had geklaagd over pijn en daarop zijn gebroken neus en blauwe ogen waren geconstateerd, is hij gedurende het transport door de trauma-arts gemonitord.
165De trauma-arts heeft een test uitgevoerd om de vitale functies te controleren en hieruit bleken geen bijzonderheden. De daarbij geconstateerde lager dan normale saturatiewaarde – waar de verdediging op heeft gewezen ter staving van de stelling dat het medisch niet verantwoord was om [verdachte] per vliegtuig te vervoeren – was geen onverwachte uitslag en is blijkens de beantwoording door de trauma-arts te verklaren door de cabinedruk. Aan [verdachte] is pijnstilling aangeboden, wat hij heeft geweigerd.
166Bij de tussenlanding in Boekarest heeft de trauma-arts nog een controle uitgevoerd en die resultaten waren goed. De saturatiewaarde was toen – op zeeniveau – goed. Bij het vervolg van de vlucht naar Nederland, evenals tijdens de helikoptervlucht naar Vught, zijn er geen bijzonderheden geweest die maakten dat de trauma-arts moest handelen.
167Tijdens het transport is al contact gelegd met Nederland om een goede medische overdracht te laten plaatsvinden. Die medische overdracht heeft vervolgens ook plaatsgevonden.
168Daarbij heeft de trauma-arts zijn in het vliegtuig gemaakte aantekeningen gedeeld met de arts in de EBI.
169
170en de CIA-arresten
171– waarvoor Nederland de ogen niet had mogen sluiten en het verzoek om aanhouding had moeten intrekken, aldus de verdediging. Het Openbaar Ministerie heeft gemotiveerd aangevoerd dat de stellingen van de verdediging niet gevolgd kunnen worden.
172Ook als wordt aangenomen dat [verdachte] heeft verzocht de Nederlandse autoriteiten in kennis te stellen dat hij in Dubai was gedetineerd en om consulaire bijstand heeft verzocht, geldt dat Nederland al direct op de hoogte is gebracht van de aanhouding en detentie. De rechtspraak waar de verdediging naar verwijst gaat over situaties die niet vergelijkbaar zijn met die van [verdachte] . In dit geval heeft de VAE vrijwel direct na de aanhouding van [verdachte] aan Nederland laten weten dat zij [verdachte] had aangehouden en hem zou gaan overdragen aan Nederland. Als het Nederlandse consulaat al consulaire bijstand had willen verlenen, dan acht de rechtbank het niet onaannemelijk dat daarvan zou zijn afgezien vanwege deze beslissing van de autoriteiten van de VAE, die immers tot gevolg zou hebben dat [verdachte] spoedig in Nederland zou zijn. Daarbij moet ook nog bedacht worden dat het nog maar de vraag is of de VAE, bij een verzoek van Nederland om consulaire bijstand te mogen verlenen, daar dan op grond van artikel 36 lid 2 van Pro het Weens Verdrag onverwijld gevolg aan had moeten geven. Wat de wettelijke regeling van de VAE op dit punt inhoudt is de rechtbank namelijk niet bekend. Gelet op de beslissing van de VAE is er ook geen aanleiding hier navraag naar te doen.
173Het vereiste van de onschuldpresumptie richt zich niet alleen tot de rechter,
174maar ook tot andere publieke autoriteiten dan de deelnemers aan het strafproces. Ook die andere publieke autoriteiten dienen in hun uitlatingen dus de onschuldpresumptie te respecteren. Gebeurt dit niet, dan kan dat ertoe leiden dat het publiek de persoon schuldig acht en vooruitloopt op de beoordeling van de feiten door de rechter. De autoriteiten moeten het publiek wel kunnen informeren over lopende strafzaken, maar de onschuldpresumptie vereist dat zij dit met de benodigde zorgvuldigheid (‘discretion’) en behoedzaamheid (‘circumspection’) doen.
175Het EHRM maakt onderscheid tussen een mededeling dat een persoon wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit en de uitdrukkelijke verklaring dat die persoon een strafbaar feit heeft gepleegd, als er nog geen sprake is van een strafrechtelijke veroordeling voor dat feit. Daarbij benadrukt het EHRM dat de woordkeuze van groot belang is. Of een bepaalde uitlating een schending van de onschuldpresumptie oplevert, moet worden beoordeeld in de context van de specifieke omstandigheden van het geval waarin die uitlating werd gedaan.
176
177
178niet altijd goed kan scheiden van het Marengo-proces. De uitlatingen die in het kader van deze zaken zijn gedaan kunnen dan ook van invloed zijn op hoe het publiek aankijkt tegen de (verdachten in de) zaak Marengo.
179Ook is er veel media-aandacht geweest voor het feit dat mr. [advocaat 7] , de toenmalig raadsvrouw van [verdachte] , twee dagen nadat zij in de zaken van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] haar dupliek had uitgesproken, is aangehouden. De verdenkingen tegen deze voormalige raadslieden van [verdachte] hebben echter, voor zover de rechtbank bekend, geen betrekking op de zaak Marengo. Geen van de verdachten in Marengo wordt in verband met die verdenkingen vervolgd. Niettemin kunnen de uitlatingen die in het kader van deze zaken worden gedaan van invloed zijn op hoe het publiek aankijkt tegen (de verdachten in) de zaak Marengo.
180De rechtbank is ook kritisch geweest op de wijze waarop het Openbaar Ministerie het ‘Proces-verbaal bevindingen verificatie verklaringen [medeverdachte 6] betreffende het onderzoek 26Koper’ (hierna: proces-verbaal 26Koper) in deze strafzaak heeft opgesteld. Daarover heeft de rechtbank geoordeeld dat het Openbaar Ministerie wellicht een andere, minder beschadigende wijze van verslaglegging had kunnen kiezen en dat het Openbaar Ministerie bij het maken van een keuze daarin weinig oog heeft gehad voor de positie van de in het proces-verbaal 26Koper genoemde advocaten, nu het zich had moeten realiseren dat het risico op voor advocaten schadelijke berichten in de pers aanwezig was en dat het voor deze advocaten buitengewoon lastig zou zijn zich hiertegen te weren.
181
182stelt de rechtbank voorop dat het haar in beginsel vrij staat bij het bepalen van de straf rekening te houden met nadeel dat door media-aandacht voor een verdachte is veroorzaakt, ook indien dit niet aan het toedoen van het Openbaar Ministerie is te wijten of indien dit niet als een schending van artikel 8 EVRM Pro kan worden aangemerkt. Deze factoren kunnen wel van belang zijn voor het bepalen van de ernst van het nadeel en de mate waarin met die nadelige gevolgen bij de strafoplegging rekening wordt gehouden. Dat betekent overigens niet dat een verdachte indien hij te lijden heeft gekregen van indringende media-aandacht omtrent zijn strafzaak, altijd recht heeft op matiging van de hem op te leggen straf.
183heeft het Openbaar Ministerie uitgelegd dat het dit heeft gedaan zodat inzichtelijk is welke informatie destijds in het criminele milieu zou rondgaan. De inhoud van de lijst wijst erop dat er destijds in het criminele circuit veel (al dan niet juiste) informatie rondging. Dat (de informatie op) deze lijst door politie of justitie is gelekt staat dus bepaald niet vast.
184Het onderzoek heeft, zo schrijft de hoofdofficier van justitie in zijn brief, niet tot een verdachte geleid en is afgesloten. Het onderzoek heeft, onder andere, uitgewezen dat het erg onwaarschijnlijk lijkt dat de journalist inzage heeft gehad in de verklaringen van de kroongetuige omdat er enkel wordt gerelateerd wat al eerder in de media is verschenen, de lijst verre van volledig is en de inhoud van het artikel van de journalist, voor zover het de zaak Tennis betreft, niet juist is. Mocht er al sprake zijn van schending van de geheimhoudingsverplichting, dan maakt de onbekendheid met het feit of en van wie de journalist informatie zou hebben verkregen in combinatie met het aantal personen dat op de hoogte kon zijn van (een gedeelte van) de verklaringen van de kroongetuige, de kans dat nader onderzoek zou leiden tot een persoon/verdachte nihil. Het achterhalen van de identiteit van de perso(o)n(en) van wie de journalist informatie mogelijk zou hebben gekregen is daarmee illusoir te noemen, aldus de hoofdofficier van justitie in de aangehaalde brief. De verdediging is vervolgens een artikel 12 Sv Pro-procedure gestart, maar het beklag is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard.
185De rechtbank leidt hieruit af dat een mogelijke schending van ambtsgeheimen niet licht is opgevat en is onderzocht, maar in dit geval niet heeft geleid tot de vaststelling dat sprake is van een dergelijke schending. De stelling van de verdediging dat de kring van personen die toegang had tot de kluisverklaringen zo groot is dat dit – zo begrijpt de rechtbank – op zichzelf al in strijd is met de te betrachten zorgvuldigheid, maakt dit niet anders, omdat hiervoor legitieme (onderzoeks)redenen kunnen zijn.
’. Dit wijst erop dat de geïnterviewden hebben gesproken over verdachten, maar daarbij wel nuances hebben aangebracht en (alleen) het beeld vanuit de opsporing hebben geschetst. Zoals uit de aangehaalde jurisprudentie van het EHRM volgt is de woordkeuze belangrijk voor de beoordeling van de vraag of uitlatingen in strijd zijn met de onschuldpresumptie. In dit geval staat juist de precieze woordkeuze en de context van de uitlatingen in de aangehaalde interviews voor de rechtbank niet vast, nog daargelaten dat het veelal niet gaat over de strafbare feiten waarvoor verdachten in Marengo worden vervolgd. De rechtbank ziet al met al dan ook niet in hoe het zaaks-Openbaar Ministerie een verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot de inhoud van deze publicaties.
186Bij bestudering van dit artikel heeft de rechtbank geconstateerd dat het hier om een persbericht gaat dat is uitgebracht op de laatste dag van het requisitoir in de zaak Marengo, namelijk op 28 juni 2022. Hoewel in de kop van het bericht en in het bericht zelf onomwonden staat dat [verdachte] opdrachtgever is van alle moorden, pogingen moord en voorbereiding voor moord in de zaak Marengo en dat het daarbij niet alleen gaat om het laten doodschieten van slachtoffers, maar ook om het laten opblazen van auto’s en gebouwen met (vermoedelijk) mensen daarin, moet dit bericht in de context worden gezien van het toelichten door het Openbaar Ministerie op grond waarvan het tot zijn strafeis is gekomen. Dat staat namelijk ook met zoveel woorden in diezelfde kop: ‘Overwegingen OM voor de strafeis’. De rechtbank ziet het belang van uitleg van de eis op deze laatste dag van het requisitoir, zeker in een zaak van een omvang en met een (maatschappelijke) impact als deze. Voor de lezer is ook aanstonds duidelijk dat het hier de weergave betreft van het door het Openbaar Ministerie ingenomen standpunt ter zitting. De rechtbank heeft ook kunnen constateren dat het nieuwsbericht in grote lijnen overeenkomt met de bewoordingen in het afsluitende gedeelte van het requisitoir. De omstandigheid dat in het nieuwsbericht de meervoud-vermelding ‘gebouwen’ staat is hoogstens weinig zorgvuldig te noemen. De stelling dat het voor de verdediging niet duidelijk zou zijn waar het Openbaar Ministerie op doelt, volgt de rechtbank echter niet. In het requisitoir zelf staat immers in enkelvoud ‘gebouw’ en daarmee wordt duidelijk gerefereerd aan de aan [verdachte] ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor een aanslag op de spyshop.
187waarin het gerechtshof een bedreiging (met enig misdrijf tegen het leven gericht) bewezen heeft verklaard omdat de verdachte in die zaak het desbetreffende slachtoffer dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Je moet maar oppassen, pas maar op met alles wat je doet, ik ben namelijk het neefje van [verdachte] .” De motivering van het gerechtshof houdt in: “Immers gelden naar het oordeel van het hof als feiten van algemene bekendheid dat [naam] als opdrachtgever met moorden in verband wordt gebracht, dat hij eind 2019 is uitgeleverd aan Nederland en sindsdien gedetineerd is en dat hij als verdachte betrokken is in het zogenaamde ‘[zaak]’ dat, kort gezegd, drugshandel en een reeks moorden tot onderwerp heeft.” Anders dan de verdediging kennelijk meent, behelst deze motivering geen uitlating in strijd met de onschuldpresumptie, omdat het gerechtshof niet stelt of suggereert dat vaststaat dat [verdachte] de feiten waarvan hij wordt verdacht heeft gepleegd.
188Daarbij is aangegeven dat op 6 oktober 2023 een pro forma/regiezitting is waarbij in de zaken van alle verdachten geldt dat tegen die tijd wordt geïnventariseerd of er onderzoekswensen zijn naar aanleiding van nieuwe feiten of omstandigheden. Tevens is bepaald dat de verdediging van [verdachte] tot uiterlijk 15 september 2023 de gelegenheid krijgt schriftelijk te reageren op de op 10 mei 2023 gegeven reactie van het Openbaar Ministerie op onderzoekswensen. Op de zitting van 6 oktober 2023 is de rechtbank, voordat kon worden toegekomen aan verzoeken of onderzoekswensen, door de verdediging gewraakt. Nadat op 8 november 2023 het wrakingsverzoek is afgewezen,
189is het onderzoek op de zitting op 22 november 2022 hervat. De rechtbank heeft op 1 december 2023 beslist op de verzoeken en de onderzoekswensen van de verdediging.
190Op 21 december 2023 heeft een volgende pro formazitting plaatsgehad. Voorafgaand aan deze zitting heeft de verdediging bij e-mailbericht van 14 december 2023 een aantal onderzoekswensen ingediend. Vervolgens hebben de raadslieden op 18 december 2023 per direct de verdediging neergelegd en aangegeven dat [verdachte] de onderzoekswensen handhaaft. In een door hem ondertekende brief van 15 december 2023 heeft [verdachte] laten weten dat hij vindt dat de rechtbank geen eerlijk proces voor hem mogelijk heeft gemaakt, dat hij zich misleid voelt met betrekking tot de gelegenheid nieuwe advocaten te vinden en dat hij geen enkele andere advocaat meer zal accepteren bij de rechtbank. De rechtbank heeft op de verzoeken beslist op 27 december 2023.
191
192Daargelaten dat de belangen van [verdachte] hierdoor niet zijn geschonden, de inbreuk op de privacy van onbekende derden is zeer beperkt en de rechtbank oordeelt dat de zoekslag op ‘Tito’ niet disproportioneel is.
193gebruikt in april 2016;
194gebruikt in mei 2016;
195gebruikt in april 2016;
196gebruikt in mei 2016;
197
198Aangezien ‘kleine’ een bekende benaming voor [verdachte] is, biedt dit verdere steun aan de identificatie van de bij [medeverdachte 7] opgeslagen gebruikersnaam. In het bericht van 20 mei 2016 van [verdachte] (vanaf het e-mailadres 26c709@activeshield.net) aan [medeverdachte 11] ziet de rechtbank verdere bevestiging dat [medeverdachte 7] [verdachte] onder de gebruikersnaam 777777z heeft opgeslagen.
199Dit bericht luidt:
200geconfronteerd met deze berichten, van uit dat het bij de berichten van de 777777z gaat om berichten afkomstig van [verdachte] , zij het dat [medeverdachte 6] zegt dat [verdachte] een bericht van ‘meneer 777777z’ doorstuurt en daarmee over het hoofd ziet dat, zoals uit het proces-verbaal van identificatie wel blijkt, het hier gaat om een gebruikersnaam die [medeverdachte 7] aan [verdachte] heeft gekoppeld.
201gebruikt in januari 2016;
202gebruikt in september 2015;
203
204gebruikt in 2015;
205gebruikt in februari 2015;
206gebruikt in oktober en november 2015;
207gebruikt in januari 2017;
208gebruikt in april 2016;
209Ook op 31 januari 2017 verklaart hij dat e-mails via de PGP werden doorgestuurd en dat als een doorstuurbericht de naam ‘time wil tell’ vermeldde, dat dat dan [verdachte] was.
210De verklaring over deze bijnaam vindt bevestiging in de PGP-berichten die in verband staan met zijn verklaringen over zaaksdossier Roos/Doorn. De rechtbank wijst in dit verband op de kluisverklaring van [medeverdachte 6] waar hij onder andere verklaart dat hij op 12 januari 2017 met [medeverdachte 7] had afgesproken en met hem heeft besproken wat [verdachte] heeft gezegd. [verdachte] wilde de tussenpersoon uitschakelen die het bij de liquidatie van [slachtoffer 4] gebruikte voertuig had geleverd. [medeverdachte 6] verklaart dat hij daarop heeft gezegd dat dat geen zin meer had omdat de tussenpersoon zijn naam al had verraden. [verdachte] heeft ook gezegd dat als [medeverdachte 6] voor problemen zou zorgen, ze hem ( [medeverdachte 6] ) ook zouden pakken.
211Deze verklaringen van [medeverdachte 6] worden bevestigd in de navolgende berichten van 12 en 14 januari 2017 waarbij zichtbaar is dat [medeverdachte 7] een bericht doorstuurt van de afzender ‘time will tell’.
212De rechtbank stelt dan ook vast dat ‘time will tell’ een bijnaam is van [verdachte] .
14 januari 2017
213
214De man, [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), is overleden als gevolg van meerdere opgelopen schotverwondingen.
215Op de oprit worden vier kogelhulzen aangetroffen.
216
217
218[betrokkene 28] (hierna: [betrokkene 28] ) is onherroepelijk veroordeeld tot tien jaren en acht maanden gevangenisstraf voor het medeplegen van medeplichtigheid tot het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] .
219
220
221De politie heeft met een vordering gegevens opgevraagd bij de spyshop waarna de desbetreffende factuur van de aanschaf op 26 mei 2015 van twee trackers en een alarmset ter waarde van circa € 7.000,- is verstrekt.
222Spyshop-eigenaar 1 overhandigt tijdens een aanvullend verhoor een SD-kaartje aan de politie waarop camerabeelden staan die vanuit de spyshop zijn gemaakt. Op de beelden is een visser te zien die met een verrekijker in de richting van de spyshop kijkt. De visser is hem opgevallen, hij heeft hem wel vier of vijf keer gezien.
223
224Hij verklaart in een later verhoor ook dat [slachtoffer 1] werd betrokken bij het afrekenen van grotere bedragen en dat dit de indruk zou kunnen wekken dat zijn rol in de spyshop belangrijker was dan in werkelijkheid het geval was.
225
226Een andere verbalisant herkent [betrokkene 1] ook op het filmpje. Hij noemt ook contacten van hem, waaronder verdachten in het onderzoek Koper, te weten [betrokkene 31] en [betrokkene 30] .
227
228Hij wordt op 8 september 2015 in deze auto gecontroleerd.
229De auto zou tot 14 september 2015 gehuurd worden, maar wordt door de huurder eerder, namelijk op 10 september 2015, teruggebracht. Uit onderzoek blijkt dat deze auto na het ophalen op 7 september 2015 direct naar [woonplaats] , waar [slachtoffer 1] woont, rijdt. Op 8 september 2015 rijdt de Citroën in de omgeving van de spyshop te Nieuwegein en vervolgens weer naar de straat waar [slachtoffer 1] woont. Aan het einde van de middag is de Citroën weer in de omgeving van de spyshop. Zo ook in de ochtend van 9 september 2015 en aan het einde van die middag. Op camerabeelden van de spyshop is in de middag van 9 september 2015 (om 15:31 uur) een man met een hengel te zien, die aanwezig is tot het moment dat [slachtoffer 1] het pand verlaat om 17:33 uur. Op die beelden is ook te zien dat om 17:36 uur een witte, op de Citroën C4 gelijkende, auto voorbijrijdt op de – ten opzichte van de spyshop aan de overzijde van het water gelegen – Jutphasestraatweg richting de Graaf Florisweg. Op camerabeelden elders in Nieuwegein is te zien dat er om 17:38:25 uur een Ford Ka langs de spyshop rijdt en dat er om 17:38:46 uur een witte auto in dezelfde richting rijdt (vermoedelijk de Citroën). Op andere camerabeelden uit Nieuwegein is om 17:41:14 uur de Ford Ka te zien en om 17:41:21 uur de Citroën. Om 19:50 uur wordt de Citroën geparkeerd in de omgeving van het woonadres van [betrokkene 1] .
230Uit een telecomanalyse blijkt dat een onder [betrokkene 1] in beslag genomen telefoon in de periode van 7 september 2015 tot en met 9 september 2015 meerdere keren de locatie van de door hem gehuurde Citroën aanstraalt.
231[slachtoffer 1] rijdt op 9 september 2015 in een Ford Ka.
232De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [betrokkene 1] achter [slachtoffer 1] aan is gereden.
233en [betrokkene 32] (hierna: [betrokkene 32] ), bijgenaamd ‘Boek’.
234De rechtbank acht de navolgende berichten relevant. De tijdsaanduiding van de hierna weergegeven berichten betreft steeds UTC-tijd.
235Als het exacte tijdstip relevant is zal de rechtbank dit in de tabel corrigeren met de zomertijd (+2 uur) die toen gold. Waar een dergelijke aanpassing wordt gedaan zal dit expliciet worden overwogen.
242Uit de verklaringen van spyshop-eigenaar 1 en spyshop-eigenaar 2 volgt ook dat voorstelbaar is dat mensen dachten dat [slachtoffer 1] de eigenaar van de spyshop was.
248
251
253
258afspreekt in de omgeving van de spyshop om ook te kijken. Hiervan wordt aan [medeverdachte 3] verslag gedaan. Als [betrokkene 1] door [betrokkene 28] op de juiste persoon is gewezen biedt [betrokkene 1] aan [medeverdachte 3] zijn excuses aan voor zijn vergissing en laat hij hem weten dat hij het observeren voortzet op die persoon. Dat hij daarmee [slachtoffer 1] bedoelt blijkt uit de zinsnede ‘Hij rijd een blouwe ford k’.
259In de periode van 26 augustus 2015 tot en met
260
262Het bericht van [betrokkene 1] , dat hij gelijk naar die ‘oss’ (de rechtbank leest: huis) van die man gaat past bij de onderzoeksbevindingen die hiervoor zijn weergegeven (zie hoofdstuk 4.2.4 Onderzoek huurauto [betrokkene 1] en rijbewegingen Citroën C4 en Ford Ka). De rechtbank leidt uit het bericht van 21:13 uur aan [medeverdachte 2] af dat [verdachte] hoopt dat de moord op [slachtoffer 1] de volgende dag zal lukken. De moord vindt echter niet die volgende dag (8 september 2015) plaats, maar een dag later.
265De rechtbank acht dit bericht relevant omdat uit het onderzoek naar de rijbewegingen van de huurauto van [betrokkene 1] , zoals hiervoor weergegeven, volgt dat [betrokkene 1] [slachtoffer 1] (ook) op 9 september 2025 spot vanaf het moment dat [slachtoffer 1] bij de spyshop vertrekt tot kort voor de moord. [betrokkene 1] wil kennelijk geen belastende communicatie in zijn bezit hebben in geval van ontdekking.
267Uit de bovenstaande berichten leidt de rechtbank af dat [betrokkene 1] aan [medeverdachte 3] toestemming vraagt over de wijze waarop [betrokkene 1] de auto, waarmee hij [slachtoffer 1] heeft gespot, zal terugbrengen. Het feit dat de auto op 10 september 2015 wordt ingeleverd past bij het bericht van [betrokkene 1] van 9 september 2015, waarin hij [medeverdachte 3] om toestemming vraagt de auto morgen te brengen.
269en die beschrijving overeenkomt met deze berichten. De omstandigheid dat de kleur van de auto in het PGP-bericht als paars wordt omschreven doet daar niet aan af.
273Dit biedt steun aan de juistheid van het overzicht in dit aangehaalde PGP-bericht.
275
277Op 12 april 2016 is [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6] ) aangehouden als verdachte in het onderzoek Rudolf. Op dat moment is [betrokkene 6] 33 jaar. Op diezelfde dag vindt een doorzoeking plaats in de woning van [betrokkene 36] (hierna: [betrokkene 36] ), waarbij twee Kalasjnikovs worden aangetroffen. [betrokkene 36] heeft de bijnaam ‘Biga’.
278Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 12] [verdachte] informeert over de aanhouding van [betrokkene 6] en over het feit dat aan [betrokkene 36] verstuurde berichten niet bij hem aankomen. De rechtbank acht dit in het kader van de beoordeling van de ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie van belang. Het duidt er immers op dat [medeverdachte 12] weet dat [betrokkene 36] geen berichten ontvangt en dat hij het belangrijk vindt om [verdachte] te informeren.
283
286Dat de spyshop een privégedeelte heeft is bovendien zichtbaar aan de buitenkant van het pand waar een bord hangt met daarop vrij groot de vermelding: ‘PRIVÉ’.
287Ook past het bericht van 8 september 2015 bij het feit dat spyshop-eigenaar 1 op dat moment een Porsche Cayenne op zijn naam heeft staan.
288
289aan [medeverdachte 2] heeft gestuurd.
19 augustus 2015
290De omschrijving ‘mocro FBI’ wijst ook in de richting van Marokko.
293[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] spreken vervolgens onder andere over het kapotmaken van een ruit en wat daarvoor nodig is.
296
297
298
21 september 2015
299
14 september 2015
15 september 2015
300
13 oktober 2015
.ik vroeg hem wanneer ze die auto en baz willen aanpakken want donderdag willen ze gaan.
301
15 oktober 2015
302
305Gelet daarop stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 14] aan [medeverdachte 3] vraagt of hij iemand kan sturen om een bivakmuts en handschoenen op te halen ten behoeve van de aanslag, omdat [medeverdachte 14] zelf niet meer langs huis kan.
307De rechtbank gaat er daarom van uit dat dit bericht betrekking heeft op een auto die [medeverdachte 5] in de nabijheid van zijn woning heeft geparkeerd.
310Die ochtend worden de volgende berichten uitgewisseld.
312
313het volgende naar [medeverdachte 3] verstuurt.
314
315
316Kennelijk heeft [betrokkene 37] niet goed doorgegeven dat ze over de kop zijn gegaan met de auto.
318zijn verzonden aan [medeverdachte 3] met het PGP-toestel van [betrokkene 5] . In die berichten komt opnieuw naar voren dat aan onder andere [medeverdachte 3] niet goed is doorgegeven dat ze over de kop zijn gegaan. Verder leidt de rechtbank daaruit af dat [medeverdachte 14] en [medeverdachte 5] met vermoedelijk vier handgranaten op weg zijn gegaan en dat [medeverdachte 5] nog één handgranaat ergens had begraven. Ten slotte volgt uit deze berichten dat gecheckt gaat worden of de BMW (de rechtbank begrijpt: de overstapauto) er nog staat.
319Bij gelegenheid van repliek heeft het Openbaar Ministerie hieromtrent toegelicht dat de hondengeleider die destijds met de desbetreffende diensthond ter plaatse is gegaan heeft bevestigd dat zijn hond geen explosievenhond was.
320De ingezette duikers hebben nog wel gezocht naar wapens, maar dit was pas op 28 oktober 2015 – negen dagen na de crash – en daarbij bleek ook nog dat een van de sloten recent was bewerkt en er bagger aan één kant van die sloot lag.
321Dat er geen handgranaten zijn gevonden betekent dan ook niet dat deze er niet zijn geweest. De rechtbank wijst in dit verband ten slotte nog op het bericht van [betrokkene 37] met het PGP-toestel van [betrokkene 5] op 24 oktober 2015, waarin met zoveel woorden wordt gezegd dat ‘ze’ met drie appels op pad zijn gegaan en ‘tali’ nog één appel had verstopt ergens. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] tezamen en in vereniging met anderen handgranaten heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat deze bestemd waren tot het begaan van het misdrijf.
322
323
324
325
326Er is sectie verricht op het lichaam van [slachtoffer 2] . Er zijn mogelijk vijf inschoten, waaronder een aan de hals/nek en drie aan de romp, minimaal vijf doorschoten en mogelijk meerdere schampverwondingen.
327Het intreden van de dood wordt verklaard door het schieten.
328
329
330
331
332Op de bivakmuts wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 3] , met een matchkans kleiner dan één op één miljard.
333
334Dit blijken PGP-toestellen te zijn.
335
336Op zowel de binnenzijde van de kraag van de sweater, als op de bivakmuts, wordt een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [betrokkene 2] , geboren op 9 april 1993, met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard.
337Op 21 april 2016 wordt [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ), geboren op [geboortedatum] te ’s-Gravenhage, aangehouden.
338
339
340
341In de tabellen zijn de UTC-tijdstippen vermeld. In verband met de zomertijd die toen gold dient daarbij twee uur te worden opgeteld.
342
343
352
353
354
355
356die riekt naar benzine
357en in de kofferbak worden twee jerrycans van vijf liter aangetroffen, met vermoedelijk benzine.
358Een van de jerrycans is zwart met een groene dop en blijkt te lekken wanneer deze op de zijkant wordt gelegd.
359Op een foto van de kofferbak van de BMW is te zien dat de zwarte jerrycan met de groene dop zich in een zijvak van de kofferbak bevindt.
360In het bijrijdersportier worden twee flesjes AA Drink van 500 ml aangetroffen, waarvan de inhoud sterk naar benzine ruikt.
361
362
363
364
365
366
367Dit vuurwapen is een soortgelijk vuurwapen als een AK47 en het vuurwapen is niet duidelijk zichtbaar begroeid door waterplanten of algen. Het vuurwapen is voorzien van een patroonhouder en in de patroonhouder bevinden zich meerdere patronen.
368Uit onderstaand PGP-bericht van 17 april 2016 leidt de rechtbank af dat dit het vuurwapen is dat door [betrokkene 2] is weggegooid tijdens de vlucht.
369
370
371
372In de auto van het slachtoffer worden onder meer drie hulzen aangetroffen.
373Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 2] worden drie kogelpunten aangetroffen en in zijn kleding wordt ook een kogelpunt aangetroffen.
374
375Op de achterbank van de BMW worden in een sporttas twee houders van een vuurwapen, voorzien van enkele 9mm patronen, aangetroffen, een soortgelijk los patroon en een magazijnhouder van een automatisch vuurwapen voorzien van bijbehorende patronen en nog een soortgelijk los patroon.
376
377Uit vergelijkend onderzoek van het NFI volgt dat de hypothese dat de elf aangetroffen hulzen zijn verschoten met het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, minimaal zeer veel waarschijnlijker is dan de hypotheses dat de hulzen zijn verschoten met het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of een ander vuurwapen.
378Uit datzelfde onderzoek volgt dat de hypothese dat de zeven kogelpunten/manteldelen zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat onder de passagiersstoel van de BMW is aangetroffen, extreem veel waarschijnlijker is dan de hypothese dat de kogels zijn afgevuurd uit de loop van het pistool dat in de middenconsole is aangetroffen of uit een ander vuurwapen.
379
381
382
383
384
385
386
387
388
389
390
392
393
394
395
396
397
398
399
400
401
402
403
404Dat draagt bij aan de overtuiging dat [betrokkene 2] het bedrag van € 50.000,- heeft ontvangen. Immers wordt in de berichten tussen [medeverdachte 15] en [medeverdachte 12] gesproken over het vacuüm verpakken van € 32.000,- en laat [medeverdachte 15] weten dat hij dit bedrag heeft aangevuld tot € 90.000,-.
405
406
407
408De Schoolstraat in Zijderveld ligt ongeveer twaalf kilometer bij de [adres] vandaan en ligt vlak naast de snelweg A2.
409
410
411Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende ‘onderwerpen’ die in de PGP-berichten aan de orde lijken te komen, namelijk:
413
415
416
417
419
421
422
423Bij deze doorzoeking wordt in een kliko in de achtertuin een tas aangetroffen. In deze tas bevinden zich twee automatische vuurwapens van het type AK47. Een van de vuurwapens was voorzien van een vol magazijn. In de tas bevonden zich ook nog drie volle magazijnen, behorende bij de AK47’s.
424Gelet op deze bevindingen stelt de rechtbank vast dat [betrokkene 6] de AK47’s bij [betrokkene 36] in de kliko heeft gedaan en dat hij de vuurwapens dus voorhanden heeft gehad.
426Daarnaast blijkt uit de verklaringen van [medeverdachte 6] dat [betrokkene 4] ook wel ‘ [betrokkene 4] ’ werd genoemd.
427
428Dat is vlakbij het adres [adres] , waar op dat moment club [naam club] is gevestigd.
429Op de [adres] is, in de omgeving van club [naam club] , tevens een tankstation gevestigd.
430
431
432
433[slachtoffer 5] is ter plaatse overleden.
434Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gerichte aanslag op het leven van [slachtoffer 5] waarbij hij is gelokt naar de locatie Kikkenstein .
435Voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] is [betrokkene 40] (hierna: [betrokkene 40] ), degene die hem naar deze locatie heeft gelokt, veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaren.
436[verdachte] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] en voor het medeplegen van de voorbereiding van moord op [slachtoffer 5] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016.
437Op dezelfde datum wordt in hetzelfde onderzoek bij een doorzoeking op het verblijfadres van [betrokkene 32] een PGP-toestel in beslag genomen waarop 5 foto’s van [slachtoffer 5] staan, met tijdstempel 25 februari 2015. Deze foto’s zijn genomen van een van de filmpjes.
438Er worden ook foto’s van [slachtoffer 5] , waarvan één eveneens met tijdstempel 25 februari 2015, aangetroffen op een in Ierland onder [betrokkene 16] op 7 april 2016 in beslag genomen BlackBerry PGP-toestel.
439
440die over de voorgenomen liquidatie van de (overwegend in Rotterdam wonende) [slachtoffer 5] lijken te gaan.
441[betrokkene 16] en [betrokkene 35] zijn beiden criminele contacten van [verdachte] .
442
443
444
445
446
447
448Depp en Vietnam (en China/Chinees) zijn bijnamen van [medeverdachte 14] .
449
450[slachtoffer 5] is daar ook – mede – onderwerp van gesprek.
451
452
453
454De rechtbank concludeert dat de gebruiker daarvan de eerdergenoemde Cabo moet zijn, nu uit de hierna weergegeven chats blijkt dat [medeverdachte 14] en [medeverdachte 3] beiden met hem gaan communiceren en [verdachte] dit e-mailadres ook heeft opgeslagen onder de naam ‘C @!BO’.
455
456
457
458
459
460
467Op enig moment gaat het ook over geld. [slachtoffer 5] bericht op 8 april 2016 via WhatsApp aan [betrokkene 40] dat hij hem ‘200 bark’ gaat geven.
468Het is de rechtbank bekend dat ‘barkie’ straattaal is voor honderd euro; het gaat hier dus om een bedrag van € 20.000,-. Op 10 en 11 april 2016 is er WhatsAppverkeer tussen [slachtoffer 5] en [betrokkene 40] , waarbij [slachtoffer 5] is gevraagd om naar Club Nova te komen om [betrokkene 40] te ontmoeten. Het laatste bericht van [betrokkene 40] aan [slachtoffer 5] is van 01:35 uur.
469Op 11 april 2016 om 03:15 uur doet [betrokkene 46] (hierna: [betrokkene 46] ) een melding bij de politie dat een vriend van hem, genaamd [slachtoffer 5] , mogelijk gegijzeld en afgeperst wordt in Club Nova. [betrokkene 46] meldt daarbij dat hij [slachtoffer 5] rond 01:45 à 02:00 uur bij Club Nova heeft afgezet en dat hij omstreeks 02:13 uur gebeld werd door [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] sprak daarbij angstig en zacht, zei dat hij werd vastgehouden en mogelijk gegijzeld werd door ongeveer acht man. [slachtoffer 5] had het over afpersen en dat hij anders gepopt zou worden, dat hij niet kon vluchten en hij vroeg hem – [betrokkene 46] – hem te helpen als hij na een half uur à drie kwartier nog niet terug zou zijn, aldus [betrokkene 46] . [betrokkene 46] geeft bij de politie aan dat de telefoon van [slachtoffer 5] om 03:00 uur nog uit was en dat hij daarom bang was dat het niet goed ging. De politie stelt vervolgens met [betrokkene 46] vast dat het om [slachtoffer 5] gaat. Om 04:05 uur wordt [betrokkene 46] gebeld door [slachtoffer 5] dat hij weg is uit de club en dat alles goed is.
470
471
472
473
474
475Op 3, 4 en 5 juni 2016 hebben [betrokkene 40] en de gebruiker van het e-mailadres icqx24tm@hiddennet.info, die door [betrokkene 40] als ‘Sjeik’ is opgeslagen, contact met elkaar en worden op 3 juni 2016 onder meer de volgende berichten gewisseld.
476
477[slachtoffer 5] is in het najaar van 2015 zelf een aantal malen door de politie verhoord naar aanleiding van het aantreffen van zijn foto bij een aantal verdachten in het onderzoek Koper. Hij is niet mededeelzaam over wat er aan de hand zou kunnen zijn, maar verklaart uiteindelijk dat hij denkt dat iemand hem iets aan wil doen omdat diegene niet betaald is en hij verantwoordelijk is.
478De (van horen zeggen) verklaring van [medeverdachte 6] en hetgeen [slachtoffer 5] zegt zou over hetzelfde kunnen gaan, maar of dit inderdaad het oorspronkelijke motief voor [verdachte] was, is voor de beoordeling van de zaak uiteindelijk niet relevant. Uit de chats vanaf januari 2016 blijkt in ieder geval dat de omstandigheid dat [slachtoffer 5] een getuige is in de zaak Koper een belangrijk motief is voor [verdachte] om hem te laten liquideren.
479Hij is ter plaatse overleden als gevolg van een groot aantal schotverwondingen.
480Uit onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gerichte aanslag op het leven van [slachtoffer 3] .
481Hij is door de politie als getuige gehoord op 27 juni 2015 en 7 september 2015.
482Op 12 juli 2016 is hij bij de rechter-commissaris als getuige gehoord in het onderzoek Koper.
483De bijnaam van [betrokkene 7] is Chino.
484
485Hij heeft verklaard dat hij enkele maanden daarvoor in België is gevolgd. Een van de drie inzittenden van de achtervolgende auto, een negroïde man, heeft hij herkend als iemand die volgens hem liquidaties pleegt voor [verdachte] . In de aangifte verklaart [betrokkene 9] dat een vriend, [betrokkene 7] , eerder die week is gewaarschuwd. Volgens [betrokkene 9] heeft dat ermee te maken dat [betrokkene 7] wordt gebruikt om bij hem te komen of om hem, [betrokkene 9] , een signaal te geven dat hij aan de beurt komt. [betrokkene 9] verklaart verder dat [medeverdachte 7] ook voor [verdachte] werkt. Hij zou [verdachte] aangeven waar een mogelijk slachtoffer is en hij zou ook mensen hebben die voor hem uitkijken naar personen. Als zij die persoon zien, dan geven zij dat door aan [medeverdachte 7] en hij stuurt dat dan met een PGP-bericht door aan [verdachte] . [verdachte] laat dan de negroïde man weten waar en wie degene is die dood moet. Op 9 oktober 2015 heeft [betrokkene 9] verklaard deze negroïde man te kennen als [betrokkene 32] , die in juli 2015 is aangehouden in verband met de wapenvondst van Nieuwegein. Bij een fotoherkenning blijkt dit om [betrokkene 32] te gaan.
486Op 27 augustus, 9 oktober en 9 november 2015 heeft [betrokkene 9] verklaringen afgelegd in het onderzoek Bornheim.
487Dit onderzoek hangt samen met het onderzoek Koper. Op 2 oktober 2018 zijn tijdens een doorzoeking in de berging van de woning van een zus van [verdachte] drie USB-sticks aangetroffen. Op deze USB-sticks stond een pdf-bestand met daarin verhoren van [betrokkene 9] uit de onderzoeken Bornheim en Koper.
488In het onderzoek Koper heeft op 10 juni 2016 een getuigenverhoor van [betrokkene 9] bij de rechter-commissaris plaatsgevonden.
489De bijnaam van [betrokkene 9] is Slager.
490
491Deze beelden/filmopnames zijn in het onderzoek Koper op gegevensdragers aangetroffen.
492De beelden zijn vermoedelijk op 17 november 2014 heimelijk opgenomen.
493Op 16 september 2015 heeft [slachtoffer 3] contact gezocht met de politie omdat hij zichzelf en een vriend heeft herkend op de in Opsporing Verzocht vertoonde beelden.
494De politie heeft [slachtoffer 3] die dag gewaarschuwd dat hij mogelijk slachtoffer van een liquidatie zou kunnen worden.
495
496Dit is ruim voor de moord op [slachtoffer 3] geweest. [medeverdachte 6] verklaart dat hij (doorstuur)berichten heeft gezien waaruit duidelijk wordt dat het niet lukt om [betrokkene 9] te vinden en dat daarom is geprobeerd via zijn ‘kliekje’ bij hem te komen. Het gaat om [slachtoffer 3] en de Chino’s (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 7] en [betrokkene 8] ). [betrokkene 7] reed in die tijd in een witte Mercedes CLA. [medeverdachte 6] heeft kentekens doorgekregen met het verzoek het meteen door te geven als hij ze ziet. [slachtoffer 3] is ook gezien met een witte Mercedes CLA omdat hij weleens voor de deur werd opgehaald door deze persoon (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 7] ).
497heeft verder verklaard dat er een stroomversnelling is ontstaan na een incident in mei 2016 waardoor is gedacht dat [medeverdachte 7] ontvoerd zou worden.
498
499[medeverdachte 6] verklaart verder dat ‘we’ later met het idee zijn gekomen [slachtoffer 3] te ‘zenderen’ (de rechtbank begrijpt: een tracker plaatsen) maar dat vonden ‘ze’ geen goed idee.
500[medeverdachte 6] verklaart verder dat de broers [betrokkene 7 en 8] zijn nagetrokken, dat hun autogegevens en adressen zijn gedeeld, dat er heel veel druk is ontstaan en alles op alles is gezet tegen [slachtoffer 3] , omdat hij op korte termijn moest getuigen in het onderzoek Koper.
501
502Hij verklaart dat hij kort na het ontvoeringsincident met [medeverdachte 7] via [medeverdachte 7] (doorstuur)berichten van [verdachte] kreeg waarin de gegevens van de broers [betrokkene 7 en 8] stonden met de bedoeling het in de gaten te houden, ook in de lounge. [medeverdachte 6] is gevraagd te helpen hun auto’s te traceren en hij heeft dat gedaan. [medeverdachte 4] en andere personen, waarvan [medeverdachte 6] niet weet wie dit zijn, ook.
503Blijkbaar is het de bedoeling om te beginnen met [betrokkene 7] . Een week later – een week voor de ramadan – willen ze toeslaan, de broers [betrokkene 7 en 8] zouden makkelijk zijn. Dat is lastiger gebleken en er is een omwenteling gekomen waarbij de nadruk meer op [slachtoffer 3] is komen te liggen. Bij de observatie van [slachtoffer 3] is er een (doorstuur)bericht gestuurd dat hij nu op de Straatweg is. Er zijn ook rechtstreeks berichten gestuurd door [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 6] met de vraag: kan je aan de slag om die jongens te spotten?
504[medeverdachte 6] verklaart dat [medeverdachte 8] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 8] ) goed contact heeft met [slachtoffer 3] . Zij hebben telefonisch contact met elkaar. [medeverdachte 8] probeert [slachtoffer 3] te traceren en geeft het door als hij met hem heeft afgesproken. Er zijn mensen aan wie gevraagd is om het door te geven als zij [slachtoffer 3] zien en er zijn mensen die hebben gezocht naar [slachtoffer 3] en daar een bedrag voor te horen hebben gekregen. Er is dan van [slachtoffer 3] bekend dat hij op de (Amsterdamse)straatweg komt, bij het Griekse café, welke auto hij rijdt, het kenteken daarvan en andere informatie. [medeverdachte 6] verklaart dat hem in deze periode ook is gevraagd of hij professionele autorijders kent, waarop hij zegt te hebben geantwoord dat hij niet zo iemand kent. Er was blijkbaar wel iemand om te schieten, maar geen chauffeur. Hij heeft verklaard dat hem is gevraagd of hij een huis kan regelen in de omgeving van [woonplaats] . Er is tegen hem gezegd: zeg maar gewoon dat het voor een drugsdeal is. Vanwege het noemen van [woonplaats] begrijpt [medeverdachte 6] dat het verband houdt met [slachtoffer 3] .
505De rechtbank stelt vast dat de voorgaande verklaring tot in detail wordt bevestigd in de hierna weergegeven PGP-berichten.
506Dit is door [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] doorgegeven en hij heeft daarmee ingestemd. De chauffeurs zijn het adres gaan bekijken en hebben het goed gevonden. [medeverdachte 6] verklaart dat hij contant geld heeft gekregen van [medeverdachte 4] , die op dat moment niet wist waar het voor was. Het geven van contant geld is wel normaal, dat gebeurt vaker. [medeverdachte 4] wist in zijn achterhoofd wel waar het om ging.
507[medeverdachte 6] verklaart dat hij het geld aan de bewoner heeft gegeven en die heeft gezegd het geld te gaan storten en de vakantie te gaan boeken. [medeverdachte 6] heeft de sleutels gekregen en op verzoek (via een doorstuurbericht waarin stond: lees wat ze zeggen, maak sleutels na) van [medeverdachte 7] laten kopiëren. [medeverdachte 6] heeft de sleutels afgegeven. [medeverdachte 6] is gevraagd een ander adres, aan de [adres] , te bekijken. Dat heeft hij gedaan en hij heeft [medeverdachte 7] laten weten dat het oké is. Door de eigenaar zijn, na de liquidatie van [slachtoffer 3] , in dit huis kogels aangetroffen. Blijkbaar is deze woning door [medeverdachte 8] geregeld. Nadat de bewoners van de woning in [woonplaats] op vakantie zijn gegaan is er gelijk actie ondernomen. Het hele verhaal van observeren is opnieuw begonnen.
508[medeverdachte 6] verklaart dat [slachtoffer 3] niet makkelijk te vinden was en dat er berichten zijn geweest dat hij mogelijk in het buitenland verblijft waarbij gevraagd is toch bij het huis te posten. Het plaatsen van een zender die mogelijk niet te traceren is, is overwogen en dat idee is uiteindelijk verworpen. [medeverdachte 6] verklaart dat [medeverdachte 8] niet volledig wilde meewerken. Er is hem gevraagd [slachtoffer 3] te lokken en daar heeft hij blijkbaar moeilijk over gedaan en ook op berichten heeft hij niet altijd gereageerd. [medeverdachte 8] wist dat [slachtoffer 3] gepakt ging worden. [slachtoffer 3] heeft ook niet steeds de waarheid verteld aan [medeverdachte 8] . Er moet met [medeverdachte 8] overleg zijn geweest over wat [slachtoffer 3] heeft gedaan en waarom hij gepakt gaat worden, aldus [medeverdachte 6] . De rechtbank stelt vast dat al het voorgaande nagenoeg geheel ondersteuning vindt in de hierna weergegeven PGP-berichten en in verklaringen van de bewoners van de twee woningen, alsmede in financieel onderzoek naar de betaling en vakantie van de bewoners van de betreffende woning in [woonplaats] .
509De dag voor zijn liquidatie is [slachtoffer 3] getraceerd en in de avond is er een raam bij hem ingegooid. [medeverdachte 8] heeft een bericht aan [medeverdachte 7] gestuurd dat hij met [slachtoffer 3] heeft afgesproken. [medeverdachte 6] is zich gaan stationeren op de [adres] . Hem is gevraagd zicht te houden op de woning van [slachtoffer 3] . De afspraak met [medeverdachte 8] is toen niet doorgegaan. Omstreeks 22:30 uur heeft [medeverdachte 6] (thuis) bericht ontvangen dat [slachtoffer 3] thuis is en of hij wil gaan kijken en het in de gaten houden tot het andere team er is. [medeverdachte 6] heeft een bericht ontvangen dat het andere team is aangekomen en dat hij kan gaan. Kort daarna is er weer een verzoek of hij naar de woning van [slachtoffer 3] terug kan gaan. [medeverdachte 6] heeft daar rondgelopen en een (doorstuur)bericht ontvangen van [medeverdachte 7] dat de spot nu moet wegwezen waarop [medeverdachte 6] is weggegaan. Blijkbaar heeft iemand toen een baksteen door de ruit gegooid. Daarover is de volgende dag gezegd dat dit is geweest om [slachtoffer 3] uit huis te lokken, aldus telkens [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] kreeg diezelfde nacht bericht, dat de heads het hebben geprobeerd, maar dat het niet was gelukt, en dat die hond door het keukenraam had gekeken maar niet naar buiten was gekomen.
510
511
512[medeverdachte 6] is met deze auto bij de Kalymnosdreef (plek A) gaan staan, daar is hij op een gegeven moment gezien door een buurtbewoner en daarom is hij verplaatst naar de [adres] (plek B). [medeverdachte 4] is aan het eind van de middag ook gekomen en hij vertelt [medeverdachte 6] dat hij [medeverdachte 8] in zijn auto heeft gezien maar dat hij niet reageert op berichten.
513[medeverdachte 6] is op zoek gegaan naar [medeverdachte 8] en ziet hem in gezelschap van [slachtoffer 3] uit de Milosdreef komen rijden. [medeverdachte 6] stuurt een bericht hierover aan [medeverdachte 7] en ook hij laat weten dat [medeverdachte 8] niet reageert op zijn berichten. [medeverdachte 6] ziet wat later [medeverdachte 8] bij de autoboulevard rijden, geeft dat door en raakt hem vervolgens kwijt. [medeverdachte 6] krijgt daarna bericht dat [medeverdachte 8] heeft laten weten dat hij met [slachtoffer 3] is geweest en dat [slachtoffer 3] nu thuis is, aldus steeds [medeverdachte 6] .
514[medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij de betreffende middag met [slachtoffer 3] naar een autoverhuurbedrijf is gegaan.
515De rechtbank stelt vast dat deze verklaring ondersteuning biedt aan die van [medeverdachte 6] over het volgen van [medeverdachte 8] en [slachtoffer 3] die dag. Ook is uit het verificatieonderzoek gebleken dat [medeverdachte 6] ’s beschrijving van de route die hij reed bij het volgen van [medeverdachte 8] en [slachtoffer 3] overeenkomt met de feitelijke situatie en dat het volgen bevestigd wordt door de verkeersgegevens van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] .
516De beschrijving door [medeverdachte 6] van de auto waarin [medeverdachte 8] reed is daarin eveneens bevestigd. Die auto (een zwarte Volkswagen Passat) stond op naam van de broer van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 8] is op 24 juni 2016 in die auto gecontroleerd in Amsterdam met [medeverdachte 7] als bijrijder.
517
518[medeverdachte 6] ziet ze bij het huis op de hoek van [adres] met Milosdreef stoppen. Zij gaan weer de Milosdreef op. [medeverdachte 6] ziet ze niet meer en gaat ervan uit dat [medeverdachte 4] dan klaar staat op plek C. Heel kort daarna ziet [medeverdachte 6] [slachtoffer 3] rennen, hij ziet een vrouw die geschrokken was en daarom wist hij dat de actie gaande is. Hij rijdt direct weg en stuurt [medeverdachte 4] bericht. Ook stuurt hij [medeverdachte 7] meermaals bericht dat die mensen actie zetten waar hij bij is, dat dit niet de bedoeling was. [medeverdachte 7] laat weten dat hij het gewoon heeft doorgestuurd. [medeverdachte 6] verklaart vervolgens dat hij [medeverdachte 4] heeft gevraagd waar zij elkaar gaan zien en dat hij van de Seat Ibiza af wil. Deze heeft hij geparkeerd ergens in het verlengde van de Straatweg (de rechtbank begrijpt: Amsterdamsestraatweg). De sleutel heeft hij aan [medeverdachte 4] gegeven, die zijn auto ook in deze omgeving heeft geparkeerd en samen zijn zij bij de Straatweg (de rechtbank begrijpt: Amsterdamsestraatweg) bij [betrokkene 50] (hierna: [betrokkene 50] ) in de auto gestapt. [medeverdachte 6] verklaart dat hem werd gevraagd waar hij was, dat hij geantwoord heeft dat hij aan het parkeren is en waar hij staat, dat [medeverdachte 4] toen nog zou komen en dat hij blijkbaar contact had gehad met [betrokkene 50] .
519[medeverdachte 6] verklaart dat er politieauto’s en helikopters te horen waren en dat zij naar de McDonald’s zijn gegaan om te eten. Onderweg heeft [medeverdachte 6] een bericht ontvangen met de vraag dat met spoed het adres in [woonplaats] nodig was, waarna hij het adres aan de [adres] heeft gestuurd. Kort daarna komt het bericht dat de heads veilig zijn. Zij hebben een kilometer moeten rennen, het is een doorstuurbericht van [verdachte] .
520Bij McDonald’s komt ook Lange Pep.
521Na het eten zijn [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] door [betrokkene 50] af gezet bij de Platinum Lounge. [medeverdachte 4] heeft nog gezegd: nu gaan we naar de hel toe. [medeverdachte 6] verklaart dat dit hem bevreemdde, omdat het gebeurde niet de bedoeling was, hij is gaan helpen, maar dit was van te voren niet gezegd.
522Na de berichten dat de heads veilig zijn heeft [medeverdachte 6] doorstuurberichten van [medeverdachte 7] ontvangen, met de tekst: ‘Machine preacher heeft hem goed te pakken’, ‘Die waterhoofd leeft niet meer’ en ‘Hij heeft vijf, zes bullets door zijn hoofd heen gejaagd.’ Daar is in de chats lachend op gereageerd. [medeverdachte 4] heeft deze berichten blijkbaar niet gekregen. [medeverdachte 7] heeft er niet om gelachen, aldus [medeverdachte 6] .
523
524[medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 6] een doorstuurbericht van [verdachte] gestuurd waarop hij heeft geantwoord dat hij de kogels, schoongemaakt, in het water heeft geloosd, handschoenen in de vuilcontainer, flesje in een andere en het jasje in de kledingbak. Hij krijgt bericht terug dat de kleding en handschoenen verbrand moesten worden.
525[medeverdachte 6] neemt dit mee. [medeverdachte 6] verklaart verder dat [medeverdachte 4] laat weten dat hij naar de Hornbach gaat om inkopen te doen en daar een slijptol, handschoenen, een overall, mondkapjes en doekjes heeft gekocht. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] hebben in de schuur van [medeverdachte 6] de wapens in stukken geslepen en met allesreiniger de kogels schoongemaakt. [medeverdachte 6] heeft dit op verschillende plaatsen in de rivier en een kanaal gegooid, terwijl [medeverdachte 4] de boel in de gaten hield. De kleding is verbrand bij [medeverdachte 7] op de camping in Makkum . [medeverdachte 6] verklaart dat hij op de terugweg (maar in Nieuwegein) een boete heeft gekregen voor te hard rijden.
526[medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 6] op de camping gezegd dat hij over twee, drie dagen een nieuwe telefoon zou krijgen en dat iedereen overstapte naar een nieuwe telefoon.
527[medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] is nog gevraagd de woning in [woonplaats] schoon te maken maar dat hebben zij allebei niet willen doen en de originele sleutels zijn teruggegeven aan de bewoner.
528
529Deze leiden de rechtbank tot de volgende conclusies.
15 oktober 2015
18 oktober 2015
530Gelet op de inhoud stelt de rechtbank vast dat het dossier waarover gesproken wordt het dossier van het onderzoek Koper is.
24 januari 2016
531
534Uit het bericht van 17:51 uur blijkt dat [verdachte] er al voor deze zitting van op de hoogte is dat door [slachtoffer 3] en [betrokkene 7] verklaringen zijn afgelegd en uit de eerder genoemde communicatie met [medeverdachte 2] op 7 januari 2016 geldt ditzelfde ten aanzien van [betrokkene 9] . De rechtbank maakt uit deze communicatie ook op dat [verdachte] en [medeverdachte 2] er (steeds meer) van uit gaan dat zij door een andere groep, waar [betrokkene 9] , [slachtoffer 3] en [betrokkene 7] deel van uitmaken, als vijanden worden beschouwd en dat deze andere groep er mogelijk op uit is hen (de rechtbank begrijpt: in ieder geval [verdachte] en [medeverdachte 2] ) te doden.
538Het onderzoek Vosbergen ziet op deze vondst. Op 23 januari 2016 stelt [betrokkene 37] [verdachte] ervan op de hoogte dat hij is gewaarschuwd door de politie (‘petten’) en dat zijn leven mogelijk in gevaar is.
540en [medeverdachte 2] .
541Kort daarna informeert hij [medeverdachte 7]
542en weer wat later informeert hij [medeverdachte 11] .
543Ze denken alle vier mee met [verdachte] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 11] geven aan dat zij gaan uitzoeken wie er achter zou kunnen zitten. Uit de berichten komt naar voren dat [medeverdachte 11] de mogelijkheid met [verdachte] bespreekt dat [betrokkene 9] er achter zou kunnen zitten. De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [medeverdachte 11] suggereert dat eventueel een lid van de familie van [betrokkene 9] vermoord zou kunnen worden. Hij zegt ook toe informatie te verzamelen en actie te ondernemen en hij geeft daadwerkelijk informatie over de familie van [betrokkene 9] aan [verdachte] .
544
545Uit berichten aan en afkomstig van [medeverdachte 11] blijkt dat hij in de dagen daarna door [verdachte] op de hoogte wordt gehouden van hetgeen [betrokkene 37] zegt over wat voor persoon met die bus te maken zou hebben en in wat voor auto deze persoon zou rijden. Weliswaar is de afzender van deze berichten niet bekend, maar gezien de inhoud van deze (doorstuur)berichten in samenhang met gedateerde berichten van [medeverdachte 11] aan [verdachte] leidt de rechtbank af dat de ongedateerde berichten van [verdachte] afkomstig zijn. [verdachte] heeft [betrokkene 37] opgeslagen in zijn PGP-toestel als Bolle n. In deze berichten wordt gesuggereerd dat Chino (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 7] ) met de bus te maken zou hebben.
546
547
549
550Een deel van deze verklaringen heeft hij gelezen en hij heeft (doorstuur)berichten gezien waaruit duidelijk wordt dat het niet lukt om [betrokkene 9] te vinden en dat daarom is geprobeerd via zijn ‘kliekje’ bij hem te komen. Daarmee worden [slachtoffer 3] en de Chino’s (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 7] en [betrokkene 8] ) bedoeld. De hiervoor aangehaalde berichten in de periode december 2015 tot en met januari 2016 ondersteunen de verklaring van [medeverdachte 6] over de achtergrond van de moord op [slachtoffer 3] . De berichten uit oktober 2015 maken duidelijk dat er al langer naar [slachtoffer 3] is uitgekeken. Dat geldt ook voor [betrokkene 9] en [betrokkene 7] blijkens hun verklaringen uit 2015 (zie hoofdstuk 4.5.3 Voorgeschiedenis).
552Verder laat [verdachte] zijn broer [betrokkene 5] die dag weten dat [medeverdachte 12] (‘black’) nieuwe spot auto’s moet regelen. De spots moeten klaar staan. [betrokkene 5] had al aan [medeverdachte 12] doorgegeven dat er snel nieuwe auto’s moeten komen. Uit het bericht van 20:29:14 uur in samenhang met het antwoord van [betrokkene 5] blijkt dat de auto’s ook zijn geregeld door [medeverdachte 12] .
553
554De volgende chats bevestigen dat daar inderdaad sprake van is geweest.
555Uit onderstaande berichten blijkt verder dat [verdachte] direct als hij dit hoort informatie over [betrokkene 9] vraagt aan [medeverdachte 11] .
556Weliswaar ontbreken bij deze chats de antwoorden van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 11] , maar uit de inhoud van de chats blijkt dat zij wel hebben geantwoord. [verdachte] legt aan [medeverdachte 7] uit dat er een oorlog gaande is, dat er op [betrokkene 9] gejaagd gaat worden en dat niet alleen [betrokkene 9] gedood zal worden. [slachtoffer 3] (‘die yoego’), [betrokkene 7] (‘chino’) en [betrokkene 8] (‘zyn broertje’) moeten ook dood. [verdachte] laat [medeverdachte 11] weten dat [betrokkene 9] iemand (van hem) heeft willen laten ontvoeren en dat nu eerst [betrokkene 9] en dan [betrokkene 7] en [slachtoffer 3] gedood zullen worden. [verdachte] stuurt [medeverdachte 11] berichten van [medeverdachte 7] (‘Steen’) door. [verdachte] geeft aan dat als [medeverdachte 7] het wil er ook met [betrokkene 7] kan worden begonnen, hij is in Kanaleneiland en makkelijk voor de jongens van [verdachte] .
557en [medeverdachte 11]
558weten dat alle zeilen worden bijgezet om [betrokkene 9] snel te doden. [medeverdachte 7] moet [verdachte] foto’s sturen van [betrokkene 9] . De rechtbank kan niet vaststellen dat [medeverdachte 7] dat daadwerkelijk heeft gedaan. [verdachte] gaat nu 24 (de rechtbank begrijpt: 24 uur per dag) achter [betrokkene 9] aan. [verdachte] weet waar [betrokkene 7] en [slachtoffer 3] zijn (‘heb ik allang lang geplaats’) en zij kunnen vandaag meteen worden gedood. Daaruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] daarvoor de mensen gereed heeft. [betrokkene 9] is kennelijk in Spanje (‘span’) en kan gevonden worden via observatie (‘OT’) op een ander (‘schele [betrokkene 60] ’).
559
560De verklaring van [medeverdachte 6] dat de houding van [medeverdachte 7] is veranderd sinds dit incident wordt ondersteund door bovenstaande berichten. Het aspect dat [medeverdachte 7] tot het veronderstelde ontvoeringsincident buiten de oorlog van [verdachte] wil blijven wordt verder ondersteund door de volgende berichten van [verdachte] en [medeverdachte 2]
.
562
563De rechtbank leidt uit dit bericht ook af dat [verdachte] op dat moment weet wie [medeverdachte 6] is, over hem wordt immers geen enkele uitleg gegeven. Dit bericht stemt geheel overeen met de verklaring van [medeverdachte 6] .
564
565
566
567Vervolgens vraagt [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 13] naar auto’s en ook of [betrokkene 50] of ‘buch’ daarmee kan helpen. [medeverdachte 7] stuurt [medeverdachte 13] een bericht door van [verdachte] , dat kennelijk over de te stelen auto’s gaat en laat hem weten dat zij (de rechtbank begrijpt: in ieder geval [medeverdachte 7] en [verdachte] ) er meteen voor zullen betalen. Daarna vraagt [medeverdachte 7] (met een doorstuurbericht van [verdachte] ) aan [medeverdachte 13] om vier automatische wapens (‘kalas’) aan te pakken en goed schoon te maken, ook de munitie (‘snoepjes’) en extra magazijnen (‘magas’). Later die middag (zie het bericht van 14:23 uur dat verderop in dit vonnis is opgenomen) stuurt [medeverdachte 12] een bericht aan [medeverdachte 13] dat hij vier automatische wapens (‘ak’) moet geven. De rechtbank concludeert uit de inhoud van de chats dat [medeverdachte 13] antwoord geeft. Ook concludeert de rechtbank dat het ondanks de verschillende (straattaal)benamingen om dezelfde wapens gaat.
568
569Dat in eerste instantie gedacht is dat de broers [betrokkene 7 en 8] makkelijk te vinden zouden zijn stemt overeen met de verklaring van [medeverdachte 6] .
570Uit deze berichten maakt de rechtbank op dat [medeverdachte 12] het door iemand anders laat ophalen en dat hij contact met deze persoon houdt en diens informatie doorgeeft aan [medeverdachte 13] . De antwoorden van [medeverdachte 13] ontbreken, maar uit de inhoud van de berichten leidt de rechtbank af dat hij geantwoord heeft. De vier automatische wapens zijn blijkens de berichten hieronder via (iemand die de opdracht uitvoert voor) [medeverdachte 12] daadwerkelijk aan [medeverdachte 13] afgegeven. Dat blijkt ook uit de berichten vanaf 18:26:10 uur, die verderop in dit vonnis zijn opgenomen.
571De verklaring van [medeverdachte 6] dat de broers [betrokkene 7 en 8] zijn nagetrokken en dat hun autogegevens en adressen zijn gedeeld met de bedoeling het in de gaten te houden, ook in de lounge, stemt hiermee overeen.
572
573
574
575Uit de berichten tussen [betrokkene 38] en [medeverdachte 2] (vanaf 14:16 uur) leidt de rechtbank af dat [betrokkene 38] contact heeft met [medeverdachte 12] , op verzoek van [medeverdachte 2] .
576[medeverdachte 11] heeft verklaard dat de schutter inderdaad is afgezet bij de chauffeur, [betrokkene 55] (hierna: [betrokkene 55] ), die hij heeft geregeld via zijn broer [medeverdachte 10] . Hij heeft ook verklaard dat tegelijkertijd een Glock is aangeleverd en een tasje met extra kogels en waarschijnlijk een extra magazijn en dat er die dag ook een (vlucht)auto is afgegeven.
577Het doorstuurbericht van [medeverdachte 7] via [verdachte] aan [medeverdachte 2] bevestigt dat de liquidatie van [slachtoffer 3] aanstaande is. 25 mei 2016 zal [slachtoffer 3] (‘yoego’) de hele dag worden gevolgd, later op de dag zien ‘ze’ de chauffeur, die nog een PGP-toestel moet krijgen zodat de spots en driver in contact met elkaar staan.
578
579
580De rechtbank concludeert dat er dus ook al twee auto’s zijn geregeld.
581
582
583Het testen van deze wapens door [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] wordt ook ondersteund door de latere berichten van 19:44 uur en 19:46 uur.
584Uit de berichten blijkt verder dat [medeverdachte 12] de wapens zelf niet kon schoonmaken en dat deze daarom naar [medeverdachte 13] zijn gegaan. [medeverdachte 7] maakt zich zorgen om een kogel die in een automatisch wapen is achtergebleven. De rechtbank concludeert dat daarover contact is geweest met [medeverdachte 12] , want hij vraagt aan [medeverdachte 13] hoe die kogel eruit gehaald moet worden. De rechtbank maakt uit deze chats ook op dat de wapens door [medeverdachte 13] daadwerkelijk zijn afgegeven en dat [medeverdachte 12] in contact staat met degene die de wapens heeft.
585
586Ook [verdachte] en [medeverdachte 7] hebben contact en bespreken dat [slachtoffer 3] naar buiten moet komen. [medeverdachte 7] gaat daarvoor zorgen. Hij vraagt [medeverdachte 8] om [slachtoffer 3] naar buiten te laten komen. [medeverdachte 7] houdt [verdachte] hiervan op de hoogte en laat [medeverdachte 8] weten dat er haast bij is en hijzelf geen gevaar loopt. [medeverdachte 7] neemt ook contact op met een niet geïdentificeerde PGP-gebruiker (nen111z@pgpsafe.net, door [medeverdachte 7] opgeslagen als Buurman) en vraagt hem om het telefoonnummer van [slachtoffer 3] . Hij krijgt dat en stuurt dat nummer direct door aan [medeverdachte 8] . [medeverdachte 8] belt [slachtoffer 3] en geeft aan [medeverdachte 7] door dat [slachtoffer 3] op de (Amsterdamse)straatweg is. Uit de telecomgegevens blijkt dat [medeverdachte 8] en [slachtoffer 3] tussen 23:11 uur en 23:56 uur drie keer telefonisch contact hebben gehad. Rekening houdend met de zomertijd (UTC+2) past dit bij het bericht van 21:12 uur en daarom gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 8] daadwerkelijk heeft gebeld naar [slachtoffer 3] zoals [medeverdachte 7] hem gevraagd heeft.
587
588[medeverdachte 8] bericht aan [medeverdachte 7] dat hij zelf naar [slachtoffer 3] toe gaat en [medeverdachte 7] houdt [verdachte] hiervan op de hoogte. [verdachte] vraagt vervolgens aan [medeverdachte 11] of hij kan nagaan of [slachtoffer 3] op de (Amsterdamse)straatweg is. [medeverdachte 11] gaat dat vervolgens zelf doen, gelet op zijn bericht van 21:36 uur. De werkelijke tijd van deze en de andere hieronder vermelde chats was overigens – rekening houdend met de zomertijd (UTC+2) – twee uur later. [verdachte] stuurt [medeverdachte 11] een bericht dat ‘iedereen gaat slapen vandaag’ en kort daarna (om 22:04 uur), laat [medeverdachte 11] zijn broer [medeverdachte 10] weten dat ‘ze’ bezig zijn. De rechtbank leidt hieruit af dat ook [medeverdachte 10] op de hoogte is van de op dat moment actuele gerichtheid op liquidatie. [medeverdachte 7] geeft [medeverdachte 8] instructies om [slachtoffer 3] bezig te houden zodat hij wat meer tijd heeft. [verdachte] informeert [medeverdachte 7] dat zij over een half uur ongeveer klaar staan en hij laat [medeverdachte 7] weten dat hij ergens naar toe moet waar camera’s zijn voor een alibi. [medeverdachte 7] is thuis maar [verdachte] vindt dat hij ergens moet zijn waar mensen hem kunnen zien. Als blijkt dat [slachtoffer 3] gedronken heeft en niet kan rijden hoopt [verdachte] dat [betrokkene 7] [slachtoffer 3] naar huis zal brengen, daarom moet goed gekeken worden wie dat doet. [verdachte] vraagt [medeverdachte 11] of [betrokkene 7] al thuis is. [medeverdachte 11] is op dat moment onderweg naar de (Amsterdamse)straatweg, daar was [slachtoffer 3] volgens hem eerder in de avond al. Hij gaat nu ook op zoek naar de auto van [betrokkene 7] , waarover hij al eerder informatie heeft gestuurd (‘witte Mercedes CLA station’). Iemand moet [slachtoffer 3] naar huis brengen en als het [betrokkene 7] is (‘chino bingo’), dan gaat hij er ook aan volgens [verdachte] . [verdachte] wil weten of [medeverdachte 8] al weet wie er bij [slachtoffer 3] is en of [betrokkene 7] hem thuis gaat brengen. [medeverdachte 7] vraagt dat vervolgens aan [medeverdachte 8] en hij antwoordt dat hij alleen is met [slachtoffer 3] . [verdachte] maakt dan [medeverdachte 7] duidelijk dat [medeverdachte 8] hem niet naar huis mag brengen omdat de schutters iedereen zullen doden (‘laten slapen’). [medeverdachte 7] waarschuwt [medeverdachte 8] , die op zijn beurt vraagt hem, [slachtoffer 3] , niets te doen, omdat hij met hem heeft gepraat. [medeverdachte 7] vraagt [medeverdachte 8] nogmaals met klem [slachtoffer 3] niet thuis te brengen en zegt hem dat [slachtoffer 3] zijn – [medeverdachte 7] ’s – dood wilde. [verdachte] bericht [medeverdachte 7] dat de dood van [slachtoffer 3] de fout is van [betrokkene 9] en iets daarna dat zij moeten weten wie [slachtoffer 3] naar huis gaat brengen. [medeverdachte 7] drukt [medeverdachte 8] nogmaals op het hart dat hij hem niet naar huis moet brengen.
589In de auto zijn twee flessen met benzine, een jerrycan en drie aanstekers aangetroffen. Op een van de flessen is een DNA-spoor aangetroffen (vanaf de drinkopening en de dop van een colafles). Uit het NFI-rapport van 24 januari 2017 blijkt dat dit overeenkomt met het DNA van [betrokkene 56] .
590Daarmee staat een verband vast met de loods in Landsmeer die werd gebruikt voor de opslag van (gestolen) auto’s. Verderop in het vonnis wordt daar nader op ingegaan (zie hoofdstuk 4.10 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)). Dat de inbeslaggenomen BMW daadwerkelijk de auto is waarin de schutters in de nacht van 29 op 30 mei 2016 klaar stonden om [slachtoffer 3] (en degene die hem thuisbracht) te doden wordt bevestigd door onderstaand bericht van [verdachte] aan [medeverdachte 7] van 31 mei 2016.
591
592
593Dit komt overeen met de voorgaande en hierna volgende berichten.
594[medeverdachte 7] laat weten dat er zicht op zijn auto is voor de deur van zijn woning. [medeverdachte 7] vraagt dat nog na bij [medeverdachte 6] die dat bevestigt.
595[verdachte] vraagt of [medeverdachte 8] ( [medeverdachte 8] ) hem eventueel naar buiten kan lokken.
596[medeverdachte 6] laat [medeverdachte 7] dan weten dat [slachtoffer 3] is ingestapt bij [betrokkene 7] . [medeverdachte 7] stuurt dat bericht meteen door naar [verdachte] . [medeverdachte 6] geeft kentekens door en deze worden naar [verdachte] doorgestuurd door [medeverdachte 7] .
597Het kenteken van de witte Mercedes CLA is het kenteken dat [medeverdachte 6] gekregen heeft.
598Intussen heeft [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 7] laten weten dat [slachtoffer 3] hem heeft gevraagd om naar dezelfde plek als gisteren te komen. Dit bericht stuurt [medeverdachte 7] ook door aan [verdachte] .
599[verdachte] heeft bericht ontvangen dat de auto (‘GTI’) morgen klaar staat.
600[medeverdachte 7] laat [verdachte] (weer) weten dat [slachtoffer 3] bij [betrokkene 7] is ingestapt. [verdachte] vraagt [medeverdachte 7] of hij een chauffeur (‘prof ryder’) heeft die nu met de schutters (‘heads’) wil rijden.
601[medeverdachte 7] vraagt aan [medeverdachte 6] of hij iemand kent die de schutters (‘die heads’) wil rijden.
602[medeverdachte 6] kent niet iemand die dat wil doen. Dit stemt overeen met de verklaring van [medeverdachte 6] dat hem in deze periode is gevraagd of hij professionele autorijders kent waarop zijn antwoord is dat hij niet zo iemand kent en dat er blijkbaar wel iemand was om te schieten maar geen chauffeur.
603[verdachte] vraagt of [slachtoffer 3] samen met [betrokkene 7] op de (Amsterdamse)straatweg is.
604[medeverdachte 7] doet navraag bij [medeverdachte 8] en legt hem de informatie over auto’s en kentekens voor die hij van [medeverdachte 6] heeft gekregen. Als [medeverdachte 7] vervolgens aan [medeverdachte 8] vraagt of hij een (‘goede rijder prof’) chauffeur heeft voor de schutters (‘heads’) die hij heeft, en dat alles al klaar is, antwoordt [medeverdachte 8] dat hij iemand uit Zeist kent. Die persoon kan goed rijden en is ook bereid iemand te volgen.
605[medeverdachte 8] bericht dat hij meteen naar hem toe gaat.
606[medeverdachte 7] vraagt [medeverdachte 6] ook of hij een safehouse in Utrecht kan regelen. [medeverdachte 7] vraagt ook de onbekende gebruiker van nen111z@pgpsafe.net, door hem opgeslagen als ‘Buurman’, of hij een goede chauffeur kent.
607[medeverdachte 7] heeft alles klaar behalve een goede chauffeur. Kort daarna wordt door de onbekende gebruiker van icqx24tm@hiddennet.info aan [verdachte] gevraagd waar de auto (een zwarte Volkswagen Golf GTI) kan worden afgegeven. Dat wordt 20:00 uur aan de Mexicodreef in Overvecht .
608[medeverdachte 6] heeft intussen navraag gedaan, maar het huis dat hij op het oog had is niet beschikbaar.
609In zijn kluisverklaring heeft hij hierover in gelijke zin verklaard.
610
611[medeverdachte 11] antwoordt dat de chauffeurs in Marokko zijn. Degene die alles heeft verkend komt maandag 6 juni terug, zo laat hij [verdachte] weten. [verdachte] heeft hem dit gevraagd op dinsdag 31 mei 2016, dus daarmee doelt [medeverdachte 11] – naar de rechtbank begrijpt – op 6 juni 2016. Vervolgens vraagt [medeverdachte 11] aan [medeverdachte 10] om ene ‘ [betrokkene 57] ’ te vragen of hij klaar staat op maandag. [medeverdachte 10] stuurt dan [betrokkene 55] een bericht met de vraag of hij meegaat met de actie die gepland is op 6 juni 2016 en overlegt ook verder met hem en [medeverdachte 11] . Wat [verdachte] betreft moet het die dag gebeuren want ‘die hond’ moet op 10 juni 2016 getuigen. De rechtbank concludeert dat hiermee [betrokkene 9] wordt bedoeld; hij heeft op 10 juni 2016 een getuigenverklaring afgelegd bij de rechter-commissaris. [medeverdachte 11] laat [verdachte] weten dat hij desnoods een ander, zijn neefje, stuurt. [verdachte] heeft schutters, hij wil ze uit het buitenland laten komen en moet daarom zeker weten dat er een chauffeur is. [medeverdachte 11] kan via het neefje ook over een ruimte beschikken waar de schutters kunnen wachten tot de volgende dag. [verdachte] stemt hiermee in.
612
613
614
615
616
617[medeverdachte 4] vraagt in de nacht van 17 op 18 juni 2016 aan [medeverdachte 6] of hij ‘die ene’ al is tegengekomen. Uit het antwoord van [medeverdachte 6] begrijpt de rechtbank dat hiermee [slachtoffer 3] wordt bedoeld, die immers zijn eigen auto heeft laten staan terwijl vaststaat dat [medeverdachte 6] naar hem op zoek is.
618
619
620[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij rond 22:30 uur een bericht kreeg dat ‘die hond’ thuis was, en dat hij naar de woning van [slachtoffer 3] is gereden. Hij zag dat er licht brandde en dat de auto voor de deur stond. Hij gaf dit door aan [medeverdachte 7] die hem zei daar te blijven tot het andere team kwam. Daarna ontving hij bericht van [medeverdachte 7] dat hij kon gaan. [medeverdachte 6] verklaart verder dat hij rond 23:30 uur het verzoek van [medeverdachte 7] kreeg om terug te gaan naar de woning. [medeverdachte 6] ging terug en gaf door dat het licht brandde. Toen stuurde [medeverdachte 7] hem bericht dat de spot daar nu moet wegwezen. Later heeft [medeverdachte 6] gehoord dat geprobeerd is een ruit in te gooien om [slachtoffer 3] naar buiten te lokken.
621
622De partner van [slachtoffer 3] laat daarom in de vroege ochtend de politie komen waarbij zij aangeeft dat zij bang is dat er een aanslag op haar man zal worden gepleegd. Zij vertelt dat [slachtoffer 3] al langere tijd wordt bedreigd omdat hij getuige is in een onderzoek naar liquidaties.
623Dit bericht past bij de verklaring van [medeverdachte 6] dat hij op 22 juni 2016 in de nacht of vroege ochtend een bericht ontving dat zij de hele dag ‘op [slachtoffer 3] zouden gaan zitten’ en dat waar [slachtoffer 3] ook was, er gelijk actie zou worden gezet. Het bericht is ook ondersteunend aan zijn verklaring dat hij niet langer in een auto uit zijn privésfeer wilde rijden en dat hij in de middag de sleutel van een Seat Ibiza heeft gekregen, via [medeverdachte 4] .
624
625
626
627De bestuurder van de scooter en de passagier dragen een bivakmuts. De passagier heeft een rugzak bij zich waar zichtbaar ‘iets’ in zit. Direct hierna hoort de getuige knallen en na een korte pauze nog een aantal. Ook andere getuigen hebben het over twee series schoten door een van de twee personen met een bivakmuts, en over een scooter.
628
629Een van deze getuigen heeft op 22 juni 2016 tussen 22:05 uur en 22:10 uur twee mannen gezien, lopend op de [adres] en komend vanaf het fietspad. De volgende ochtend heeft de getuige een scooter aangetroffen in de bosjes. De scooter en de plaats waar deze is aangetroffen zijn forensisch onderzocht.
630Rond de scooter hangt een sterke benzinegeur. Vlakbij de scooter ligt een jerrycan waar de dop vanaf is gedraaid. Op de jerrycan is een DNA-spoor dat matcht met het DNA van [betrokkene 26] (hierna: [betrokkene 26] ).
631Er is onderzoek gedaan naar schotresten op de scooter. Deze zijn aangetroffen en vergeleken met schotrestdeeltjes op de hulzen die op de plaats delict zijn aangetroffen.
632In het opgemaakte rapport wordt geconcludeerd dat de bevindingen van het onderzoek waarschijnlijker zijn als de deeltjes op de scooterbemonsteringen afkomstig zijn van het verschieten van de aangetroffen zevenentwintig hulzen. De bemonsterde delen van de scooter en de handvatten van de scooter hebben volgens het onderzoek een vrijwel zekere relatie met een schietproces.
633Mede redengevend daarvoor is de aanwezigheid van een DNA-spoor van [betrokkene 26] – een contact van [medeverdachte 9] – op de jerrycan die vlakbij de scooter is aangetroffen. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat [medeverdachte 9] op 22 juni 2016 via Facebookmessenger contact heeft met [betrokkene 26] en dat zij rond 21:37 uur – kort voor de liquidatie – buiten met elkaar afspreken.
634
635De woning blijkt te zijn geregeld door [medeverdachte 8] die voor het gebruik ervan € 150,- aan de bewoner heeft betaald. De bewoner is op 22 juni 2016, nadat hij op straat heeft gehoord dat iemand was doodgeschoten, naar zijn woning gegaan. Bij thuiskomst trof hij op tafel een tas met een nat servetje met kogels en ammonia aan. De getuige verklaart dat [medeverdachte 8] het tasje met inhoud heeft opgehaald en naar de woning is gekomen met iemand met een auto. Uit historische telecomgegevens blijkt dat de bewoner en [medeverdachte 8] in de periode van 6 tot en met 22 juni 2016 regelmatig telefooncontact hebben gehad. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 7] dit adres aan de [adres] rond 18 juni 2016 heeft gecontroleerd.
636[medeverdachte 6] heeft daarnaast verklaard dat hij na de liquidatie van [slachtoffer 3] van [medeverdachte 4] onder meer kogels (de rechtbank neemt aan: uit deze woning) heeft gekregen om weg te gooien (zie hoofdstuk 4.5.8 Wegmaken van sporen).
637Die verklaring wordt ondersteund door de hiervoor weergegeven berichten van 31 mei 2016 tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] , respectievelijk [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , en die van 13 juni 2016 van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] . De woning die [medeverdachte 6] heeft geregeld betreft een woning aan de [adres] . Via een buurjongen heeft [medeverdachte 6] iemand gevonden die wel een week weg wilde in ruil voor een vakantie. De bewoners van de betreffende woning zijn daadwerkelijk op vakantie gegaan van 17 tot 26 juni 2016 en hebben daarvoor betaald gekregen.
638De rechtbank stelt vast dat deze contante betaling tussen 13 juni 2016 en 15 juni 2016 heeft plaatsgevonden, gelet op de berichten van 13 juni 2016 en de contante storting op 15 juni 2016. [medeverdachte 6] laat [medeverdachte 7] weten dat hij de sleutels van de woning heeft en laat deze kopiëren. De kopieën heeft [medeverdachte 6] afgegeven aan een man in een Skoda Fabia of een Volkswagen Polo.
639Kort na de liquidatie van [slachtoffer 3] heeft [medeverdachte 6] naar eigen zeggen een bericht ontvangen met de vraag: ‘met spoed, met spoed, we moeten die adres hebben’, ‘Van [woonplaats] ’. Daarop heeft [medeverdachte 6] het adres aan de [adres] gestuurd. Daarna is het bericht ontvangen dat de schutters (heads) veilig zijn.
640De rechtbank gaat hiervan uit omdat de betreffende woning voor dat doel inderdaad door [medeverdachte 6] is geregeld en de omstandigheid dat de scooter van de daders het heeft begeven, waardoor zij hebben moeten rennen en dit laatste door getuigen is bevestigd.
641Hij heeft gezien dat er bij [slachtoffer 3] werd aangebeld door een man in een groen shirt (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 49] ) en dat [slachtoffer 3] naar buiten kwam. [medeverdachte 6] heeft hierover een bericht gestuurd aan [medeverdachte 7] . Hij zag [slachtoffer 3] met [betrokkene 49] de hoek om lopen en weer terug zijn kant op komen. Zij zijn, uit zijn zicht, de Milosdreef opgelopen. Heel kort daarna heeft [medeverdachte 6] gezien dat [slachtoffer 3] de hoek om kwam rennen. [medeverdachte 6] is weggereden omdat hij ervan uit ging dat de actie op dat moment was begonnen. De verklaring van [medeverdachte 6] komt overeen met die van andere getuigen waardoor het voor de rechtbank buiten twijfel is dat [medeverdachte 6] ten tijde van de moordaanslag op [slachtoffer 3] ter plaatse is geweest. Zendmastgegevens van de PGP-telefoon van [medeverdachte 6] bevestigen zijn aanwezigheid in de omgeving van de woning van [slachtoffer 3] om 20:16 uur.
642
643De verklaring van [medeverdachte 6] is voor wat betreft het aantreffen van de goederen in het safehouse aan de [adres] in het voorgaande al bevestigd. Ter bevestiging van zijn verklaring over het wegmaken van deze goederen en het ontvangen van (doorstuur)berichten daarover acht de rechtbank de volgende berichten van belang.
644
645
646[medeverdachte 6] neemt dit mee. [medeverdachte 6] verklaart verder dat [medeverdachte 4] hem laat weten dat hij naar de Hornbach gaat om inkopen te doen en daar een slijptol, handschoenen, een overall, mondkapjes en doekjes heeft gekocht. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] hebben in de schuur van [medeverdachte 6] de wapens in stukken geslepen en, net als de kogels, schoongemaakt. [medeverdachte 6] heeft dit op verschillende plaatsen in de rivier en een kanaal gegooid, terwijl [medeverdachte 4] de boel in de gaten hield. De kleding is verbrand bij [medeverdachte 7] op de camping in Makkum . [medeverdachte 6] verklaart dat hij op de terugweg (maar in Nieuwegein) een boete heeft gekregen voor te hard rijden.
647[medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 6] op de camping gezegd dat hij over twee, drie dagen een nieuwe telefoon zou krijgen en dat iedereen overstapte naar een nieuwe telefoon.
648[medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] is nog gevraagd de woning in [woonplaats] schoon te maken maar dat hebben zij allebei niet willen doen en de originele sleutels zijn teruggegeven aan de bewoner, aldus steeds [medeverdachte 6] .
649
650
651Uit onderzoek van het NFI blijkt dat het gaat om onderdelen van een Glock en een machinepistool R9-Arms, kaliber 9 mm Parabellum.
652Het NFI hanteert daarbij als hypothese 1 dat de in het water gevonden vuurwapens gebruikt zijn bij de liquidatie van [slachtoffer 3] en als hypothese 2 dat dit niet zo is. Het NFI concludeert als volgt: “De bevindingen (de aanwezigheid van de combinatie kenmerken van een Glock en R9-Arms machinepistool op zowel de plaats delict als in het water) zijn veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is. Gecombineerd met de a-priori kans op deze hypothesen levert dit de uiteindelijke kans op dat hypothese 1 waar is.”
653In al deze omstandigheden ziet de rechtbank een bevestiging van de verklaring van [medeverdachte 6] over het wegmaken van sporen.
654
655
656
657
658
659Op 17 april 2016, de dag van de moord op [slachtoffer 2] (zie hoofdstuk 4.3.2 Moord op [slachtoffer 2] ), verscheen op de website Vlinderscrime een bericht over een aanhouding na een liquidatie in IJsselstein.
660
663De rechtbank neemt aan dat het bericht van 12:53:32 uur hiernaar verwijst.
664In de telefoon worden vier foto’s van [slachtoffer 6] aangetroffen.
665De rechtbank kan echter niet vaststellen wanneer deze foto’s op de telefoon zijn gezet. De rechtbank gebruikt deze omstandigheid daarom niet voor het bewijs.
666[slachtoffer 6] doet aangifte van poging tot moord
667en verklaart dat hij denkt dat het uit de hoek van Koper komt, omdat hij op zijn website een lijst heeft gepubliceerd waarop mensen staan die geliquideerd zouden moeten worden. Hij is ervan overtuigd dat de bom bij ’t Kalfje onder zijn auto is geplaatst. Eerder had hij de bom niet onder de auto zien zitten en hij is best wel scherp.
668
669In een rapport van het NFI wordt daaromtrent
670geconcludeerd dat de onder de auto aangetroffen constructie een geïmproviseerde explosieve constructie betreft, die op afstand tot ontploffing had kunnen worden gebracht. In dat geval zou voor eventuele inzittenden van de auto dodelijk letsel een gegeven zijn.
671Voor omstanders zou dan gevaar ontstaan voor zeer ernstig tot dodelijk letsel.
672
673Om 21:04 uur rijdt die Audi weer weg.
674Om 21:06 uur komt een Audi met precies dezelfde kenmerken de Kalfjeslaan ingereden.
675Om 21:12 uur stapt een persoon uit die Audi met iets in zijn hand. Deze persoon stapt over de heg en loopt in de richting van de parkeerplaats waar de Opel staat. Om 21:14 uur loopt een persoon (vermoedelijk dezelfde persoon) weg vanaf de Opel.
676Om 21:39 uur lopen een man en een vrouw in de richting van de Opel. De man stopt en kijkt onderzoekend naar de onderkant van de Opel. De man lijkt een foto te maken en loopt daarna verder. Om 21:40 uur rijdt die Audi langs de man en de vrouw en verdwijnt even later uit beeld.
677Gelet op het tijdsbestek, de kenmerken en de rijbewegingen gaat de rechtbank ervan uit dat dit steeds dezelfde Audi is.
678De Audi blijkt gestolen.
679In de navigatie van de Audi staat als laatste reisdoel opgeslagen Utrecht, Centrum, en daarvóór [adres]
680(het adres van café ’t Kalfje
681) en (onder meer) [adres] . De aangever van de diefstal van de Audi verklaart dat hij deze adressen niet heeft ingevoerd.
682
683Ten behoeve van DNA-onderzoek is onder andere het stuur van de Audi (SIN-nummer AAJW2592NL) bemonsterd.
684Het NFI heeft gerapporteerd dat de bemonstering AAJW2592NL#01 een DNA-mengprofiel bevat dat matcht met het DNA van [betrokkene 10] . De bevindingen zijn minstens honderd keer waarschijnlijker als het monster mede het DNA van [betrokkene 10] bevat, dan wanneer dat niet het geval is.
685
686
687Bij de rechter-commissaris verklaart [medeverdachte 6] dat [medeverdachte 7] niet heeft gezegd dat hij de springstof zocht in verband met [slachtoffer 6] en dat dat [medeverdachte 6] ’s eigen conclusie was.
688
689wordt een BlackBerry Q10 in beslag genomen met IMEI-nummer 356761055208299 (hierna: BlackBerry *299). Daarop zijn sporen aangetroffen die matchen met het DNA-profiel van een (op dat moment) onbekende man E.
690De matchkans is kleiner dan één op één miljard.
691Deze sporen blijken later te matchen met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] .
692De rechtbank concludeert dat het DNA van [medeverdachte 1] zich op de BlackBerry *299 bevond. Gelet daarop gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van deze telefoon.
693De gebruiker van deze telefoon is [betrokkene 10] In de BlackBerry *568 zijn berichten aangetroffen. [betrokkene 10] noemt zichzelf in de berichten ‘Anu D’.
694Hij heeft onder meer contact met een account waarvan de gebruiker ‘MarsMelow’ wordt genoemd. De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 15] de gebruiker is van dat account.
695Verder heeft [betrokkene 10] contact met een gebruiker die ‘Zwarte joop’ wordt genoemd. De rechtbank heeft vastgesteld dat [medeverdachte 12] de gebruiker is van dat account.
696
697[medeverdachte 9] verklaart dat de telefoons in dat tasje van een vriend zijn die bij hem sliep.
698[medeverdachte 9] noemt die vriend in het verhoor ‘ [medeverdachte 1] ’.
699Die naam lijkt op [medeverdachte 1] , de voornaam van [medeverdachte 1] . Op 9 april 2018 verklaart [medeverdachte 9] dat zijn vriend op 8 december (de rechtbank begrijpt: 2016) niet bij [medeverdachte 9] heeft geslapen. Op 9 of 10 december kwam hij wel.
700De volgende dag waren [medeverdachte 9] en de vriend in de schuur. Toen gaf de vriend hem de telefoons en zei: kun je ze alsjeblieft weg gooien? Niet vergeten. [medeverdachte 9] is echter vergeten dat te doen.
701Volgens [medeverdachte 9] heeft er nog een tweede jongen bij hem verbleven. Daarvan had hij brieven in huis.
702Bij de doorzoeking zijn elf aan [betrokkene 10] geadresseerde brieven aangetroffen.
703Op de terechtzitting van 23 november 2022 verklaart [medeverdachte 9] dat [betrokkene 10] en [medeverdachte 1] allebei bij [medeverdachte 9] hebben gelogeerd,
704maar dat de spullen door [betrokkene 10] zijn achtergelaten en niet door [medeverdachte 1] .
705De rechtbank gaat er echter van uit dat [medeverdachte 1] degene is die de telefoons heeft meegebracht naar de woning van [medeverdachte 9] en hem heeft gevraagd deze weg te gooien. De rechtbank komt tot deze conclusie gelet op de door hem genoemde naam ‘ [medeverdachte 1] ’ en omdat [betrokkene 10] , de persoon aan wie de aangetroffen brieven waren gericht, niet dezelfde persoon is die het tasje meebracht, volgens de politieverklaringen die hierboven zijn weergegeven. De rechtbank zal hier bij de bespreking van de berichten van 9 en 10 december 2016 op terugkomen.
706Alleen het laatste cijfer is dus verschillend.
707
708Daar wordt door politieambtenaren omstreeks 18:50 uur gezien dat een BMW met kenteken [kenteken] , een grijze Renault Clio met een kenteken beginnend met [kenteken] en een zwarte Volkswagen Transporter uit een garagebox aan [adres] te Landsmeer rijden. Gezien is dat de BMW en de Renault Clio op de toerit naar de A10 links in de richting van Coenplein rijden.
709Uit ARS-gegevens blijkt dat een Renault Clio met kenteken [kenteken] om 19:53 uur op korte afstand van deze BMW op de A16 rijdt.
710De Renault Clio met kenteken [kenteken] is door ARS gesignaleerd om 21:46 uur op de Adriaan Volkerweg/kruising Olympiaweg te Rotterdam. De BMW is door ARS om 22:16 uur gesignaleerd op Klein Nieuwland en om 22:18 uur op Kreekhuizerplein, allebei te Rotterdam.
711
712Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat deze Renault Clio dezelfde is als die in Landsmeer met de BMW uit de garagebox is gereden en dat [medeverdachte 1] betrokken is geweest bij de beweging van deze auto’s vanuit Landsmeer naar Rotterdam.
713Daaruit blijkt dat [betrokkene 10] op 3 december 2016 de volgende PGP-conversaties heeft met [medeverdachte 12] en [medeverdachte 15] :
714
715
716
717
718
719, die allemaal gestolen blijken te zijn.
720
721dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] . Het gevonden mengprofiel is circa 15.000 keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 1] bevat, dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.
722
723een DNA-mengprofiel aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 14] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.
724
725Hij gaf het kenteken door aan zijn schoonzus, die bij de gemeente Amsterdam werkte. Zij kon kentekens natrekken in het kentekenregistratiesysteem.
726De schoonzus gaf [medeverdachte 6] op een papiertje de naam [slachtoffer 6] , de plaats Volendam en een geboortejaar door. [medeverdachte 6] zag dat de man echt op leeftijd was.
727Op het papiertje stonden ook merk en type van de auto: een Volkswagen Polo. [medeverdachte 6] gaf de informatie door aan [medeverdachte 7] . De volgende ochtend zag [medeverdachte 6] dat [slachtoffer 6] was geliquideerd. In De Telegraaf werd geschreven over een Volkswagen Polo en dat [slachtoffer 6] in de auto van zijn vader reed.
728[medeverdachte 6] kreeg toen een bericht van [medeverdachte 7] met als inhoud: ‘Je was heel snel met dat kenteken. Let op dat het niet uitlekt.’ Het betrof een doorstuurbericht, afkomstig van [verdachte] . [medeverdachte 6] reageerde door uit te leggen hoe hij het gedaan had en dat ze er niet 1, 2, 3 achter zouden komen. Hij kreeg een berichtje terug van [verdachte] : ‘Oké, top!’, zo verklaart [medeverdachte 6] .
729
730
731
732Om 16:05 uur passeert een voertuig met kenteken [kenteken] (dat op de Auris zit) de camera van Vialis op de Beethovenstraat (in noordelijke richting, na de A10 Zuid) te Amsterdam.
733De BlackBerry *299 straalt om 16:05 uur een zendmast aan gelegen aan de Parnassusweg te Amsterdam.
734
735
736
737
738
739
740
741
742
743De rechtbank concludeert daaruit dat [medeverdachte 1] zich omstreeks het tijdstip waarop Man1 langs [slachtoffer 6] rent, in de omgeving van het hotel bevindt. De rechtbank kan, anders dan het Openbaar Ministerie stelt, op grond van de beschrijving van de camerabeelden niet vaststellen dat [medeverdachte 1] contact heeft gehad met Man1.
744
745
746
747
748
749Deze Toyota Auris rijdt vervolgens alsnog de inrit in, rijdt nagenoeg de hele parkeerplaats voorbij, keert en rijdt om 19:25:33 uur het terrein van de club weer af. De Toyota Auris komt qua uiterlijk (striping, vorm, vijfdeurs en velgen) overeen met de Toyota die wordt beschreven in het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van het hotel.
750
751
752
753De portier van de club verklaart dat een jongen hem vertelde dat er op de avond van de moord een BMW stond op de Lange Wijnen te Laren, op een plek waar anders nooit auto’s staan. De portier is zelf naar de BMW gelopen. De BMW was zwart van kleur. Op het moment dat de portier aan kwam lopen ging de BMW er meteen vandoor. Het schietincident vindt ongeveer vijftien tot twintig minuten later plaats, blijkt uit zijn verklaring.
754
755
756De man blijkt overleden te zijn.
757De overledene is [slachtoffer 6] .
758
759
760
761
762Na onderzoek naar gestolen en niet teruggevonden Toyota’s Auris blijkt er één enkel exemplaar te voldoen aan de kleur, de carrosserievorm en de stootstrippen op de portieren. Deze Toyota Auris is op 25 november 2016 gestolen in Waalre. Het originele kenteken is [kenteken] .
763
764
765Op 9 december 2016 heeft [betrokkene 10] de volgende PGP-conversaties met [verdachte] en met een gebruiker die ‘Tommie’ wordt genoemd:
766
767
768De BMW blijkt gestolen te zijn.
769
770De Renault Clio met kenteken [kenteken] is tussen 1 november 2016 om 20:45 uur en 2 november 2016 om 07:30 uur gestolen te Heesch.
771Op 2 november 2016 om 14:13 uur wordt een voertuig met kenteken [kenteken] geregistreerd op de A59.
772
773Gelet daarop kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [medeverdachte 1] de PGP-gebruiker is die ‘Tommie’ wordt genoemd.
774heeft hij toen (voor zover hier van belang) het volgende verklaard:
775Andere politieambtenaren zien op de Van Heuven Goedhartlaan een grijze Citroën ( [kenteken] ) staan,
776type C3.
777De Citroën heeft schade aan de rechtervoorzijde en aan de linkervoorvelg en mist een velgdop.
778Bij de auto staat [betrokkene 11] (hierna: [betrokkene 11] ). [betrokkene 11] zegt ter plaatse tegen de politie dat hij wilde parkeren bij de Pearsonhof, dat een kleine grijze auto zijn uitgang blokkeerde en dat er ineens een lange man (1.90 m) in het donker gekleed met een bivakmuts op de weg stond. Deze man richtte een automatisch vuurwapen (mogelijk met demper) op hem. [betrokkene 11] zegt dat hij op deze man is ingereden om te vluchten, waarbij hij de grijze auto die hem de weg blokkeerde raakte en vervolgens terechtkwam op de Van Heuven Goedhartlaan.
779
780In de kofferbak liggen twee deels verbrande plastic flessen, waarvan één fles gevuld is met benzine en de andere fles ruikt naar benzine.
781Uit onderzoek volgt dat het vrijwel zeker is dat de aangetroffen onderdelen op de Pearsonhof afkomstig zijn van de Seat Leon en de Citroën en dat het zeer aannemelijk is dat de Seat Leon en de Citroën een aanrijding met elkaar hebben gehad.
782De uitgebrande Seat Leon blijkt te zijn gestolen.
783De kentekenplaten op die auto horen bij een andere Seat Leon
784en zijn dus gekloond.
785Bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris op 8 mei 2020 ontkent [betrokkene 11] dat hij dit heeft gezegd. Daar zegt hij dat hij op de vraag van de politie waar het vandaan kwam heeft gezegd: “Jullie weten dat beter dan ik, denk ik.”
786
787Hij wilde via een smalle steeg de parkeerplaats verlaten, maar een kleine grijze personenauto stond dwars in de steeg en reed naar voor en naar achter, kennelijk om hem de doorgang te beletten. Hij vermoedde direct dat de inzittende, of inzittenden, bij de persoon met het automatische vuurwapen hoorde(n). [betrokkene 11] ramde de auto aan de achterkant, waardoor hij langs de auto kon komen. Hij weet zeker dat de auto die hij heeft geramd veel schade heeft door de aanrijding. [betrokkene 11] reed met hoge snelheid weg over de Van Heuven Goedhartlaan. Hij ontdekte vervolgens dat zijn auto forse schade had door de aanrijding, waardoor hij noodgedwongen stil kwam te staan op de kruising van de Van Heuven Goedhartlaan met de Trumanlaan. Hij stapte uit en ging in een portiek van een flat staan om zichzelf zo in veiligheid te brengen. [betrokkene 11] wil geen aangifte doen. Hij zegt daarover dat hij pas aangifte doet “als jullie ze hebben en 100% zeker weten dat zij het zijn geweest.”
788In zijn verhoor bij de politie op 4 april 2019 verklaart [betrokkene 11] dat de man met de bivakmuts op met versnelde pas op hem af kwam lopen.
789
790
791
792
793Een derde heeft de hasj van Abs afhandig gemaakt.
794Abs moest echter nog steeds betalen. [medeverdachte 7] vertelde [medeverdachte 6] dat [verdachte] midden september 2016 aan Abs een deadline had gesteld en dat [medeverdachte 7] Abs wilde gaan helpen door stiekem, zonder dat [verdachte] dat zou weten, mee te betalen.
795[verdachte] wilde blijkbaar zijn geld nu hebben en zo niet, dan zou hij Abs gaan pakken, vermoorden.
796[medeverdachte 7] kende Abs van vroeger uit de buurt, ze waren samen opgegroeid en hun vaders kenden elkaar en [medeverdachte 7] dacht dat het beter was om de kwestie op te lossen door te betalen dan te moeten rouwen. Dat was dit niet waard.
797
798
799Na de aanschaf heeft [medeverdachte 6] [medeverdachte 7] in de woning van [medeverdachte 6] de werking van de camera uitgelegd en heeft [medeverdachte 7] gevraagd of [medeverdachte 6] meeging naar Utrecht om te kijken of ze foto’s konden maken van Abs. Het idee van [medeverdachte 7] was dat [medeverdachte 6] foto’s van Abs kon maken als [medeverdachte 7] met Abs zou praten.
800Ze zijn naar het Theo Thijssenplein in Zuilen gereden, waar de afspraak was. Abs woonde op de [adres] . [medeverdachte 6] maakte toen foto’s van [medeverdachte 7] met Abs in een speeltuin bij diens woning.
801[medeverdachte 7] en [verdachte] wilden de foto’s op een SD-kaartje hebben.
802
803[medeverdachte 6] heeft een
804Hij omschrijft hem als een forse Marokkaanse jongen, rond de 90 tot 95 kilo, bruine ogen, zwart haar, ongeveer dertig jaar oud en 1.75m lang. De jongen reed onder andere in een Volkswagen Touran. Er werd gezegd dat hij familie van [verdachte] is. [medeverdachte 6] vermoedt dat hij het neefje is waarvan een foto in de bus is gevonden en die gewaarschuwd is door de politie dat hij mogelijk ontvoerd of geliquideerd zou worden.
805[medeverdachte 6] heeft ongeveer drie keer een SD-kaart met foto’s aan de jongen gegeven voor deze klus.
806[medeverdachte 6] heeft bij het tonen van de fotomap bij foto 15, waarop [betrokkene 62]
807staat, verklaard dat hij degene is aan wie hij de SD-kaartjes heeft afgegeven.
808[medeverdachte 6] heeft deze persoon niet in zijn telefoon staan – de communicatie liep van [verdachte] via [medeverdachte 7] naar [medeverdachte 6] . [medeverdachte 7] zat daartussen, [medeverdachte 6] kreeg dan van [medeverdachte 7] doorstuurberichten.
809
810[medeverdachte 7] heeft die reactie van Abs doorgespeeld aan [verdachte] . [verdachte] werd daar lichtelijk agressief over, want die had een ander bericht verwacht, namelijk: geef me nog wat tijd, ik ga het regelen. Volgens [medeverdachte 6] had [verdachte] dan nog coulant kunnen zijn, maar nu gaf hij gelijk aan: ik ga hem pakken.
811
812[medeverdachte 6] deed navraag, maar vond niemand. [medeverdachte 7] vroeg toen of [medeverdachte 6] dan niet zelf Abs wilde observeren. Er was hoge nood bij het spotten. [medeverdachte 6] e-mailde dat dat goed was en kreeg direct van [medeverdachte 7] een bericht van [verdachte] doorgestuurd van: top top top. Omdat [medeverdachte 6] het spotten niet met zijn eigen auto wilde doen is er met spoed een auto voor hem geregeld. [medeverdachte 7] liet [medeverdachte 6] de volgende dag weten dat de auto – een zwarte Seat Ibiza – geparkeerd stond.
813
814Hij wist dat Abs in een woning in [woonplaats] verbleef en in een metallic grijze Citroën C3 reed.
815[medeverdachte 6] stuurde berichten naar [medeverdachte 7] terwijl hij Abs observeerde. [medeverdachte 7] stuurde die weer door naar [verdachte] en [verdachte] liet weten dat de schutters onderweg waren. Het spotten verliep stroef. Het is drie of vier keer gebeurd dat de schutters te laat waren. Dan stonden ze bij het huis van Abs, maar kwam Abs niet meer naar buiten. Bij poging vijf kwam Abs goed weg. [medeverdachte 6] zag dat Abs na vertrek van huis zijn auto parkeerde op de hoek van de Platinum Lounge in Overvecht. Abs ging daar dan op bezoek bij [betrokkene 63] of [betrokkene 64] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 63] en [betrokkene 64] , hierna: [betrokkene 63] en [betrokkene 64] ) die daar in een flat woonde. De heads namen positie in bij de woning van Abs op de [adres] . [medeverdachte 6] gaf het door toen Abs daar vertrok en volgde Abs. [verdachte] liet weten dat de heads klaarstonden bij de woning van Abs. [medeverdachte 6] zag echter dat Abs bij een rotonde een andere afslag nam en naar een ijssalon reed.
816Toen Abs bij de ijssalon vertrok gaf [medeverdachte 6] dat weer door. Doordat [medeverdachte 7] echter aan de heads had doorgegeven dat Abs in een C1 in plaats van in een C3 reed, werd er door de heads, die alleen een C3 zagen, niet geschoten toen Abs thuiskwam.
817[medeverdachte 6] werd toen gevraagd om te gaan kijken in wat voor type auto Abs reed. [medeverdachte 6] ging vervolgens bij het huis kijken, zag de C3 bij het huis staan en gaf door dat het een C3 was in plaats van een C1. [medeverdachte 6] zag daar toen ook een BMW met daarin een blanke man met een opgerolde bivakmuts op zijn hoofd boven zijn ogen,
818vermoedelijk de man die de hitter kwam ophalen.
819[medeverdachte 6] verklaart dat hij via [medeverdachte 7] een bericht van [verdachte] kreeg doorgestuurd waarin een van de heads tegen [verdachte] zei dat hij Abs had zien lopen met ijs maar niet had geschoten vanwege de verkeerde Citroën die was doorgegeven.
820
821
822gaf dat door aan [medeverdachte 7] en die stuurde [medeverdachte 6] een bericht van [verdachte] door dat de hitters onderweg waren. De hitters zouden bij de Pearsonhof gaan staan. Ze waren die dag met een auto. [medeverdachte 6] raakte Abs op een gegeven moment kwijt. Hij gaf door dat de hitters beter klaar konden blijven staan omdat Abs mogelijk terug naar huis zou rijden. [medeverdachte 6] besloot toen om verderop op de Van Heuven Goedhartlaan te gaan staan bij het Oudenrijn Ziekenhuis, zodat hij het kon doorgeven als Abs langskwam. Op de kruising van de Trumanlaan en de Van Heuven Goedhartlaan zag [medeverdachte 6] Abs staan bij diens auto, die schuin op een drempel stond.
823Er stonden veel Marokkanen bij. Politiemensen liepen naar Abs toe. Abs was aan het bellen. [medeverdachte 6] stuurde een berichtje naar [medeverdachte 7] van: ik zie hem hier staan, volgens mij met schade, wat is er aan de hand? [medeverdachte 7] kreeg een berichtje terug van [verdachte] waarin stond dat hij al tien minuten geen contact had met de heads. [medeverdachte 6] ging vervolgens naar de Platinum Lounge. Hij hoorde toen via [medeverdachte 7] dat [verdachte] zei dat de heads veilig waren en dat [verdachte] op dat moment met hen aan het praten was.
824[medeverdachte 6] hoorde later via [medeverdachte 7] van [verdachte] dat Abs bij het thuiskomen de heads had gezien en dwars door hen heen was gereden. De heads hadden hem nog gevolgd en hadden Abs uit de auto zien stappen. Abs was toen de bosjes ingedoken. Het duurde te lang en de heads waren weggegaan.
825[medeverdachte 6] heeft later nog foto’s van de auto van Abs gezien op Crimesite. Ook verklaart [medeverdachte 6] dat Abs op de Pearsonhof altijd in dezelfde straat achteruit inparkeerde.
826
827[medeverdachte 8] uit [woonplaats] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 8] ) heeft dat bevestigd.
828[medeverdachte 6] heeft het bericht van [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 7] dat aan [verdachte] is doorgestuurd en de reactie van [verdachte] daarop gezien. De reactie van [verdachte] was dat het niet langer dan een week mocht duren, anders zou er gewoon verder worden gegaan. [medeverdachte 8] heeft tegen [medeverdachte 6] gezegd dat hij heeft meegeholpen met betalen. De berichten met de vraag wie kan meehelpen met betalen zijn rondgegaan. Ook de [betrokkene 63 en 64] (de rechtbank begrijpt:
829Nog geen twee dagen later zag [medeverdachte 6] dat het ingezamelde geld van Abs voor [verdachte] naar de Platinum Lounge werd gebracht door [medeverdachte 8] , in zijn Passat. Van [medeverdachte 7] begreep [medeverdachte 6] dat [verdachte] iets had gezegd van: zie je, als je druk uitoefent, dan gaan mensen wel betalen.
830[medeverdachte 6] heeft later begrepen dat het ongeveer € 120.000,- of € 130.000,- was.
831[medeverdachte 4] heeft het geld van Abs later afgegeven aan de jongen met de Peugeot uit Tiel, waar [medeverdachte 6] bij was.
832[medeverdachte 6] verklaart na het zien van een foto van [medeverdachte 15] dat dit de jongen uit Tiel met de Peugeot is waarover hij heeft verklaard.
833[medeverdachte 6] zette nieuwe kentekenplaten op de auto waarmee hij had gespot op Abs, maakte de auto schoon en liet deze achter op de Cayennedreef met de sleutel aan de binnenzijde van de linkerachterband.
834
835[medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 6] vervolgens gevraagd of € 5.000,- goed was. [medeverdachte 6] zei daarop dat alles goed was. [verdachte] zei toen (via [medeverdachte 7] ) dat er € 5.000,- apart werd gelegd. [medeverdachte 6] kreeg twee dagen later € 5.000,- van [medeverdachte 4] voor het spotten van Abs.
836
837en de verklaring van zijn ex-vrouw. Zij noemt hem in haar verhoor ook een keer Abs.
838Dat de persoon Abs waarover [medeverdachte 6] heeft verklaard ook daadwerkelijk [betrokkene 11] is, volgt bovendien uit het feit dat [betrokkene 11] door de politie na het incident op 11 oktober 2016 wordt aangetroffen en [betrokkene 11] daarna zijn verklaringen over wat er is gebeurd aflegt.
839[betrokkene 11] heeft in zijn verhoor bij de rechter-commissaris ook verklaard dat hij [medeverdachte 7] kent uit de buurt en dat hij hem al heel lang kent, al vanaf dat hij 14 of 15 jaar oud is.
840
841
842de beschrijving van de (omgeving van de) woning waar hij verbleef
843en de verhuizing naar een ander adres (door [medeverdachte 6] ‘onderduikadres’ genoemd) zijn bevestigd in het onderzoek. [betrokkene 11] heeft vanaf 11 oktober 2016 een postadres gekregen.
844Vóór het incident op 11 oktober 2016 verbleef hij bij zijn ex-vrouw.
845Zijn ex-vrouw bevestigt tegenover de politie dat [betrokkene 11] daar in die tijd kwam.
846De neef van [betrokkene 11] bevestigt dat [betrokkene 11] niet meer bij zijn ex-vrouw woonde maar (tijdelijk) op het adres van die neef verbleef, dat naast de [adres] ligt.
847
848
849De persoon die [medeverdachte 6] herkende als de persoon aan wie hij de SD-kaartjes gaf is echter [betrokkene 62] . Hij heeft geen familieband met [verdachte] .
850Hoewel [betrokkene 62] heeft ontkend dat hij van [medeverdachte 6] SD-kaarten heeft ontvangen,
851past de omschrijving die [medeverdachte 6] van de persoon heeft gegeven in zoverre wel bij [betrokkene 62] dat hij in 2016 dertig jaar oud was
852en een grijze Volkswagen Touran op zijn naam heeft gehad van 19 juni 2016 tot en met 12 maart 2017.
853Over de Volkswagen Touran heeft [betrokkene 62] verklaard dat dit een bedrijfsauto betrof die door meerdere personen werd gebruikt en dat de kleur niet grijs was maar lichtblauw.
854
855Bij [medeverdachte 15] is verder een sleutel gevonden die bleek te passen op een kluis in de inpandige berging bij de woning van [betrokkene 62] .
856In die kluis zijn op 2 oktober 2018 verdovende middelen (te weten 23 kilo hasj) aangetroffen.
857In de woning van [betrokkene 62] is die dag ook geld (te weten een geldbedrag van € 58.025,-) aangetroffen.
858Er zijn dus aanwijzingen dat [betrokkene 62] contact heeft gehad met Marengo-verdachten.
859verklaart dat de broers [betrokkene 63 en 64] vrienden van hem zijn.
860[betrokkene 63] verklaart zelf ook bevriend te zijn met [betrokkene 11]
861en [betrokkene 64] verklaart dat hij [betrokkene 11] sinds 1980 kent.
862Verder wordt de verklaring van [medeverdachte 6] dat [betrokkene 11] in een grijze Citroën C3 reed, bevestigd door [betrokkene 11] zelf.
863[medeverdachte 6] kon dit overigens ook weten doordat een foto van diens auto op Boevennieuws
864heeft gestaan, wat hij ook heeft erkend maar waarbij hij denkt dat het de Crimesite is. De rechtbank ziet een sterke bevestiging van de verklaring van [medeverdachte 6] daar waar hij verklaart over wat niet op de foto te zien was, namelijk dat [betrokkene 11] aan het bellen was en er veel Marokkanen bij hem stonden. De politie beschrijft namelijk dat ter plaatse meerdere personen bij [betrokkene 11] stonden en dat [betrokkene 11] heeft gezegd dat hij al telefonisch contact met een vriend had gehad.
865Een sterke bevestiging ziet de rechtbank ook ten aanzien van de verklaringen van [medeverdachte 6] dat Abs vaak achteruit inparkeerde en dat [medeverdachte 6] via [medeverdachte 7] van [verdachte] heeft gehoord dat [betrokkene 11] de heads had gezien.
866heeft namelijk verklaard dat hij achteruit inparkeerde en dat hij toen een man met een bivakmuts zag.
867Dit betreft informatie die [medeverdachte 6] alleen kan weten als hij zelf betrokken is geweest en/of een dergelijk (doorstuur)bericht heeft gezien.
868
869De rechtbank vindt zijn verklaring op dit punt echter ongeloofwaardig. Het belang van [betrokkene 11] om te ontkennen dat hij een drugsschuld had bij [verdachte] is evident – anders zou hij immers erkennen dat hij handelde in drugs. Daarnaast ligt voor de hand dat [betrokkene 11] uit vrees voor represailles niet genegen zal zijn om iemand als verantwoordelijke voor de poging tot liquidatie aan te wijzen. In dit verband is veelzeggend dat [betrokkene 11] in eerste instantie zegt dat hij precies weet uit welke hoek het komt maar dat hierover vertellen het alleen nog maar moeilijker zou maken.
870en bij de rechter-commissaris zegt hij dat [betrokkene 11] tegen hem gezegd heeft dat hij tegen een lantaarnpaal aan was gereden.
871Deze verklaringen zijn niet te rijmen met de verklaring van [betrokkene 11] dat hij [betrokkene 63] heeft verteld wat er die bewuste avond is gebeurd en dat hij hem ook heeft verteld dat hij een man met een wapen heeft gezien.
872Ook [betrokkene 64] verklaart bij de politie dat hij van [betrokkene 11] heeft gehoord dat hij bijna weg was, dat [betrokkene 11] iemand heeft zien staan met ‘een lang ding’ in zijn handen en toen snel is weggereden en een auto heeft geramd.
873Aan de verklaring van [betrokkene 63] dat hij noch zijn broer [betrokkene 64] geld hebben geleend aan of hebben betaald ten behoeve van [betrokkene 11] wordt dan ook geen geloof gehecht. De omstandigheid dat [betrokkene 64] bij de politie ook ontkent te hebben meebetaald maakt dit niet anders.
874Een van de in beslag genomen telefoons die is een BlackBerry Q10, waarvan de inhoud leesbaar is gemaakt. Op deze telefoon is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [betrokkene 10] (met een matchkans kleiner dan één op één miljard).
875De inhoud van chats bevestigt dat dit PGP-toestel gebruikt is door [betrokkene 10] .
876Op basis van verkeersgegevens van de inbeslaggenomen digitale goederen, de chats van [betrokkene 10] en enige andere bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de volgende reconstructie van gebeurtenissen in de week voorafgaand aan en op 5 december 2016.
877Die nacht, op 29 november 2016 om 00:25 uur, wordt een Seat Ibiza met het valse kenteken [kenteken] gesignaleerd door ANPR, rijdend op de A12 Rechts 9.0, van Den Haag richting Utrecht.
878In de avond van 29 november 2016 verplaatsen Baken 1 en het telefoonnummer van [betrokkene 14] zich vanaf de directe woonomgeving van [betrokkene 14] naar het centrum van Rotterdam. Bakentoestel 1 straalt ook zendmasten aan in het centrum van Rotterdam. Een PGP-toestel gebruikmakend van een telefoonnummer eindigend op *5831 en een IMEI-nummer eindigend op *1277 straalt om 23:12 uur de zendmast Meidoornhoek in Rotterdam aan. Bakentoestel 1 en dit PGP-toestel bewegen later die nacht richting Utrecht.
879Op dit PGP-toestel worden zwak aanwezige DNA-kenmerken van [betrokkene 10] aangetroffen en wordt DNA aangetroffen dat, met een matchkans kleiner dan één op één miljard, macht met het DNA van een onbekende man aangetroffen.
880Anders dan het Openbaar Ministerie kan de rechtbank niet vaststellen dat de onbekende man [medeverdachte 1] is.
881De telefoon van [medeverdachte 9] straalt op 28 november 2016 om 23:09 uur een zendmast aan in Zoetermeer en vervolgens op 29 november 2016 om 01:28 uur in De Meern.
882Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 9] niet samen met bakentoestel 1 vanuit Rotterdam heeft bewogen deze nacht, maar dat dit wellicht [betrokkene 10] en/of de onbekende man is/zijn geweest.
883[betrokkene 10] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] worden om ongeveer 02:05 uur samen aangehouden in Utrecht in de hiervoor genoemde Seat Ibiza, omdat deze valse kentekenplaten heeft.
884Bakentoestel 1 straalt rond dit tijdstip een zendmast vlakbij de plaats van aanhouding aan. Bij fouillering heeft [medeverdachte 1] drie telefoons bij zich, [betrokkene 10] twee en [medeverdachte 9] één.
885Omstreeks 14:58 uur worden [betrokkene 10] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] heengezonden vanuit het cellencomplex in Houten. Bakentoestel 1 straalt om 15:16 uur een zendmast in Houten aan.
886De rechtbank leidt hieruit af dat een van de zes telefoons die zij bij zich hadden bakentoestel 1 is. De rechtbank stelt vast dat kort daarna twee PGP-toestellen actief worden in Nederland in Tiel en een PGP-toestel naar Utrecht gaat en een ander via Nieuwegein naar Rotterdam. Op het ene PGP-toestel werd DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 1] en op het andere PGP-toestel werd DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [betrokkene 10] .
887De rechtbank stelt op basis van deze gegevens vast dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 10] deze nieuwe PGP-toestellen in gebruik nemen. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat deze toestellen zijn verbonden met de telefoonnummers 882350231640714 en 882350231640715, nummers die – zie de bespreking van het zaaksdossier Zeilboot – ook in andere toestellen van respectievelijk [medeverdachte 1] en [betrokkene 10] terugkomen.
888
889Uit het onderzoek Ster komt naar voren dat als [betrokkene 5] het over ‘pat’ heeft, hij [verdachte] bedoelt.
890Op een SD-kaart die bij een doorzoeking in de woning van [betrokkene 10] is aangetroffen zijn heimelijke opnames en foto’s van de tweelingbroer van [betrokkene 14] aangetroffen.
891
892De rechtbank houdt het ervoor dat daarmee [betrokkene 14] wordt bedoeld.
893Uit de volgende berichten leidt de rechtbank af dat het de bedoeling was om [betrokkene 14] op 2 december 2016 te liquideren.
894
895Daar wordt door politieambtenaren omstreeks 18:50 uur gezien dat een BMW met kenteken [kenteken] , een grijze Renault Clio met een kenteken beginnend met [kenteken] en een zwarte Volkswagen Transporter uit een garagebox aan het adres [adres] te Landsmeer rijden. Gezien is dat de BMW en de Renault Clio op de toerit naar de A10 links in de richting van Coenplein rijden.
896Uit ARS-gegevens blijkt dat een Renault Clio met kenteken [kenteken] om 19:53 uur op korte afstand van deze BMW op de A16 rijdt.
897De Renault Clio met kenteken [kenteken] is door ARS gesignaleerd om 21:46 uur op de kruising van de Adriaan Volkerweg met de Olympiaweg te Rotterdam. De BMW met kenteken [kenteken] is door ARS om 22:16 uur gesignaleerd op de Klein Nieuwland en om 22:18 uur op het Kreekhuizerplein, allebei te Rotterdam.
898
899Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat deze Renault Clio dezelfde is als de Renault Clio die in Landsmeer met de BMW uit de garagebox is gereden en dat [medeverdachte 1] betrokken is geweest bij de beweging van deze auto’s vanuit Landsmeer naar Rotterdam. In de tussentijd – om 19:13 uur – heeft [betrokkene 10] een bericht aan [betrokkene 5] gestuurd: ‘Rij net langs zijn huis fiets van hem staat hier’.
900
901De rechtbank leidt hieruit af dat [betrokkene 14] op dat moment het bakentoestel bij zich heeft. Op Baken 2 en bakentoestel 2 – allebei op 10 mei 2017 aangetroffen op het verblijfadres van [medeverdachte 9] – zijn dactyloscopische sporen en DNA van [medeverdachte 1] aangetroffen.
902
903
904Het telefoonnummer van [betrokkene 14] en bakentoestel 2 bewegen (respectievelijk om 00:28 uur en 01:36 uur) in dezelfde richting naar de Kleiweg in Rotterdam, terwijl van Baken 2 geen zendmastgegevens meer worden geregistreerd. Het baken lijkt dus niet (meer) te functioneren.
905Het PGP-toestel van [medeverdachte 1] straalt om 08:39 uur een zendmast aan in Utrecht.
906De BMW is door ARS gesignaleerd om 05:05 uur op het Kreekhuizerplein en om 05:06 uur op de Klein Nieuwland en de kruising van de Adriaan Volkerweg en de Olympiaweg, steeds in Rotterdam. Bakentoestel 2 straalt om 05:12 uur de zendmast Hogeweide A2 in Utrecht aan en bakentoestel 1 om 05:29 uur de zendmast Amsterdamsestraatweg 441 in Utrecht.
907
908
909Uit berichten vanaf 09:44 uur blijkt dat een nieuw baken is geplaatst. [betrokkene 5] stuurt de gebruiksaanwijzing (afkomstig uit een doorstuurbericht) van [medeverdachte 12] door aan [betrokkene 10] .
910Uit onderstaande berichtenwisseling – waarin met ‘Sir’, ‘ENEMY FOR MOTHERFUCKERS’, ‘P’ en ‘Patt’ naar het oordeel van de rechtbank [verdachte] wordt bedoeld – leidt de rechtbank af dat ook [verdachte] zich actief bemoeit met de bakens.
911
912
913De simkaarthouder behorende bij het nummer van Baken 3 is op 10 mei 2017 aangetroffen in de woning van [medeverdachte 9] .
914
915Vanaf 19:58 uur bewegen Baken 3 en bakentoestel 3 in de richting van het centrum van Rotterdam.
916Het telefoontoestel van [medeverdachte 9] straalt die avond voor het laatst om 22:06 uur een zendmast aan in Utrecht en vervolgens de volgende ochtend om 06:17 uur weer.
917
918
919
920In de ambulance zegt hij tegen de meerijdende politieambtenaar dat hij voor zijn woning een zwarte BMW 335 zag staan en wist dat het foute boel was. Hij zegt dat hij twee mannen zag uitstappen met bivakmutsen, dat hij meteen is gaan rennen en vluchten en dat hij tijdens het vluchten pistoolschoten hoorde. Hij zegt dat hij bleef rennen, op een gegeven moment ten val is geraakt en op dat moment heel erg bang was dat ze hem dood zouden schieten. Toen hij op wilde staan draaide hij zich kort om, om te kijken of de mannen nog achter hem aan zaten. Met een stoel heeft hij de ruit ingeslagen en in die woning heeft hij zich verschanst in een kamer boven.
921Als [betrokkene 14] dezelfde dag als verdachte wordt gehoord zegt hij dat hij op het moment van rennen “politie, politie” schreeuwde en “paf” hoorde. Ook verklaart hij dat een van de twee mannen iets zwarts in zijn handen had en dat hij denkt dat het een handvuurwapen was, maar dat hij het niet goed heeft gezien.
922Op 12 januari 2017 doet hij aangifte van poging tot doodslag/moord.
923Op 1 september 2021 is [betrokkene 14] als getuige gehoord door de rechter-commissaris, maar heeft hij zich op zijn verschoningsrecht beroepen.
924Een BMW als die waar [betrokkene 14] over heeft verklaard is 10 minuten later brandend aangetroffen.
925Dit is dezelfde BMW die (zie hoofdstuk 4.8.3.5 Periode van 2 en 3 december 2016) op 2 december 2016 in Landsmeer door de politie is gezien terwijl deze uit de loods reed waar op 7 en 8 februari 2017 een doorzoeking is gedaan. Daarbij is een grote hoeveelheid gestolen auto’s, kentekenplaten en andere goederen aangetroffen die gerelateerd zijn aan door de organisatie van [verdachte] gepleegde moorden of pogingen daartoe. Bij de bespreking van de criminele organisatie zal hier nader op worden ingegaan.
926De rechtbank realiseert zich dat de – wel uit de bewijsmiddelen volgende maar niet ten laste gelegde – omstandigheid dat de BMW kort nadat [betrokkene 14] de woning is binnengedrongen brandend is aangetroffen past bij een poging tot liquidatie, omdat dit een gebruikelijke werkwijze is om sporen uit te wissen. Maar voor een poging tot liquidatie is dus geen bewijs. Nu – als gezegd – de ten laste gelegde handelingen die een dergelijke conclusie kunnen dragen niet bewezen zijn, dient vrijspraak te volgen. Dit leidt ertoe dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] worden vrijgesproken van het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 14] en dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] eveneens worden vrijgesproken van medeplichtigheid daaraan.
927
928
929
930maar de aanwijzingen dat [medeverdachte 1] dit telefoonnummer zou gebruiken – vijf contacten van [medeverdachte 1] zijn ook een contact van dit telefoonnummer en de telefoonnummers 31619156941 en 31687747649 stralen vaak bij elkaar in de buurt aan – acht de rechtbank onvoldoende concreet om daarvan uit te gaan, temeer omdat beide telefoonnummers zich soms los van elkaar verplaatsen. Reeds daarom schrijft de rechtbank het telefoonnummer 31687747649 niet toe aan [medeverdachte 1] .
931De werkwijze was volgens [medeverdachte 6] dat de dieven een afspraak maakten met de persoon die een auto aanbood op internet en vervolgens ’s nachts de auto stalen.
932Op het moment dat [medeverdachte 6] het verzoek van [medeverdachte 7] kreeg om auto’s te regelen, wist hij al dat de auto’s voor liquidaties en observaties gebruikt zouden worden, zo verklaart hij.
933
934
935[medeverdachte 6] verwijderde de originele kentekenplaten van de Audi A5 en gooide deze bij de bankjes aan de Lauwerecht in de Vecht.
936[medeverdachte 6] heeft de Audi Q5 en de Audi A5 afgeleverd door ze op de Chilidreef te parkeren.
937
938Dit kenteken past bij een Audi A5 die tussen 3 en 5 januari 2017 is gestolen.
939
940
941
942
943Imo hing vaak in lounges. Aan [medeverdachte 6] werd toen twee keer gevraagd: kun je even kijken of hij daar binnen is? Hij zag Imo echter niet.
944
945
946
947
948
949Dat is omstreeks de tijdsaanduiding (10:53 pm) die vermeld staat in het doorgestuurde bericht van Bell over de aanwezigheid van [betrokkene 12] in Le Pacha.
950[medeverdachte 6] vroeg aan [medeverdachte 7] of de foto’s goed waren. [medeverdachte 7] vroeg dat weer aan [verdachte] , die zei: ‘ja, het is goed, top’, aldus [medeverdachte 6] .
951
952
953Hoewel in twee hieronder opgenomen berichten geen tijdstip en verzender, en in één geval ook geen ontvanger, vermeld staan, stelt de rechtbank op grond van de inhoud ervan vast dat het een lopende berichtenwisseling is tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] .
954
955
956
957
958Later wordt een Haifan T6-baken met het genoemde IMEI-nummer aangetroffen in de woning van [medeverdachte 9] aan de [adres] (beslagcode DOM161.04.05.009).
959In het aangetroffen baken bevindt zich de simkaart met het nummer 31612639581.
960Het baken krijgt SIN-nummer AAJV5839NL.
961Een bemonstering van de simkaarthouder van het baken (SIN-nummer AAKP2765NL#01) levert een match op met de (op dat moment) onbekende man F. De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
962Het DNA-profiel matcht met de profielen in profielcluster 39625.
963Het DNA-profiel van [medeverdachte 1] blijkt vervolgens te matchen met de profielen van cluster 39625.
964
965
966
967
968
969
970
971
972Later verklaart deze getuige dat het kenteken van de Audi niet [kenteken] was, maar [kenteken] .
973
974De politie komt omstreeks 01:50 uur ter plaatse en ziet in de portiek van de [adres] met huisnummers [huisnummers] een man op de grond liggen die geen teken van leven vertoont.
975Het slachtoffer blijkt [slachtoffer 4] te zijn, woonachtig aan de [adres] .
976Bij sectie op zijn lichaam wordt geconcludeerd dat hij is overleden door meerdere schotverwondingen.
977
978De hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een (semi-) automatisch aanvalsgeweer van het type Kalasjnikov.
979
980Hij was de nacht van de moord in een café met vrienden, waaronder [slachtoffer 4] . Toen de zaak ging sluiten en [betrokkene 12] naar huis wilde gaan, bood hij [slachtoffer 4] een lift naar huis aan.
981[slachtoffer 4] besloot echter om met andere jongens mee te rijden. Zij reden achter [betrokkene 12] aan. [betrokkene 12] parkeerde zijn auto in zijn straat. Hij hoorde vervolgens ‘trrrr, trrrr’.
982Hem werd verteld dat er geschoten was en dat [slachtoffer 4] dood was.
983
984
985
986De bivakmuts wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2498NL. De aansteker wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2497NL.
987Op de stoep ter hoogte van de voorzijde van de Audi wordt een rode dop van een Coca-Colafles aangetroffen. De binnenzijde van deze dop ruikt naar benzine. De dop wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2149NL. Een spoor op de dop wordt veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2150NL.
988Op het zitvlak van de achterbank ligt een sporttas.
989Deze sporttas wordt veiliggesteld en bemonsterd, waaronder het hengsel van de sporttas onder het SIN-nummer AAKL6738NL.
990
991
992
993
994[betrokkene 67] verklaart dat hij de Audi in brand heeft gestoken.
995
996
997
998
999
1000
1001
1002
1003
1004in de directe omgeving van Le Pacha,
1005en om 22:03 uur straalt hij een zendmast aan de Zwanenvechtlaan 54 te Utrecht aan. [medeverdachte 9] straalt tussen 22:05 en 22:10 uur eveneens de zendmast aan de Zwanenvechtlaan 54 te Utrecht aan.
1006Om 23:22 uur vraagt [verdachte] of [medeverdachte 4] iemand heeft in Le Pacha. Om 23:24 uur voegt [verdachte] daaraan toe dat hij (de rechtbank neemt aan: [betrokkene 12] ) daarbinnen is.
1007Om 23:02 uur straalt [betrokkene 12] wederom de zendmast aan de Oudenoord 111 te Utrecht aan. Vanaf 22:47 uur tot 23:33 uur straalt ook de telefoon van [medeverdachte 9] diezelfde zendmast aan.
1008
1009
1010Dit wordt bevestigd in bovenvermelde berichten. Hierin komt naar voren dat [verdachte] aan [medeverdachte 4] meldt dat hij [betrokkene 12] bij zijn huis wil vermoorden en niet bij de Platinum Lounge, omdat dat de belangen van [medeverdachte 4] doorkruist.
1011
1012
1013
1014[medeverdachte 6] gaat ervan uit dat [betrokkene 65] zijn naam heeft genoemd in een gesprek met de familie.
1015[medeverdachte 6] kreeg vervolgens een bericht doorgestuurd van [verdachte] , waarin stond dat hij wel moest weten wat hij ging zeggen.
1016Ook zag [medeverdachte 6] een bericht waarin [verdachte] zei dat hij moest zeggen dat [betrokkene 27] uit [woonplaats] erachter zat en dat [medeverdachte 6] de auto had geleverd aan een zekere [betrokkene 26] , een loopjongen van een neefje van [betrokkene 27] .
1017
1018
1019
1020
1021
1022
1023
1024(hierna: [betrokkene 71] ) en [betrokkene 72] (hierna: [betrokkene 72] ).
1025Zij dragen allebei verschillende kledingstukken over elkaar.
1026In de Skoda worden drie flessen met vermoedelijk benzine aangetroffen en tien patronen die geschikt zijn om te verschieten met een Kalasjnikov.
1027Langs de snelweg A1 wordt een Kalasjnikov gevonden.
1028Een burger treft op het Oostereind te Hilversum de loop en de kamer van een Kalasjnikov aan.
1029Bij de oprit van de snelweg A27 wordt op 4 april 2017 een patroonhouder van een automatisch vuurwapen gevonden.
1030
1031Het originele kenteken is [kenteken] .
1032De Skoda is op 6 of 7 december 2016 gestolen.
1033
1034Op een aansteker die in de middenconsole wordt aangetroffen (SIN-nummer AAKL8656NL),
1035wordt een DNA-mengprofiel gevonden, dat matcht met het DNA van [medeverdachte 1] .
1036Het gevonden mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 1] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.
1037
1038dat eveneens matcht met het DNA van [medeverdachte 1] .
1039Het gevonden mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 1] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.
1040
1041Het profiel matcht met profielcluster 39625.
1042Later is gebleken dat het DNA-profiel van [medeverdachte 1] matcht met profielcluster 39625.
1043De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
1044
1045
1046De Skoda reed, met alleen stadsverlichting aan,
1047even achter de auto aan waarin [betrokkene 12] zich bevond en parkeerde toen weer in.
1048[betrokkene 12] belde om 05:11 uur de politie
1049en toen de politie kwam aanrijden reed de Skoda met gedoofde lichten langs de auto waarin [betrokkene 12] zich bevond.
1050De politie reed met zwaailicht aan achter de Skoda aan.
1051
1052In deze Audi liggen drie flessen met naar benzine ruikende vloeistof en drie aanstekers. Het originele kenteken dat behoort bij de Audi is [kenteken] .
1053De Audi blijkt op 29 of 30 december 2016 te zijn gestolen.
1054
1055die allemaal gestolen blijken te zijn.
1056In deze loods vindt de politie verder een kentekenbewijs van een Skoda Fabia met het kenteken [kenteken] .
1057Dat is het originele kenteken van de Skoda Fabia die met het kenteken [kenteken] door [betrokkene 72] en [betrokkene 71] werd gebruikt op 14 januari 2017.
1058
1059
1060dat matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] . Het gevonden mengprofiel is circa 15.000 keer waarschijnlijker als de bemonstering mede het DNA van [medeverdachte 1] bevat dan wanneer de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.
1061
1062een DNA-mengprofiel aangetroffen dat matcht met het DNA van [medeverdachte 14] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.
1063
1064
1065Het kenteken [kenteken] is door ARS op 9 januari 2017 op de N200 (van Halfweg naar de snelweg A10) geregistreerd en door Vialis op 11 en 13 januari 2017 ’s-nachts op de snelweg A10 in Amsterdam. De eigenaar van de Seat met dat (originele) kenteken verklaart die reisbewegingen niet te hebben gemaakt.
1066
1067
1068De matchkans is kleiner dan één op één miljard.
1069
1070
1071Ook verklaart hij dat hij tegen [medeverdachte 6] heeft gezegd dat zij geen problemen hebben met [verdachte] .
1072
1073
1074
1075
1076
1077Oogmerk op het plegen van één misdrijf is dus onvoldoende. Voor het bewijs van dat oogmerk komt betekenis toe aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. De mate van samenwerking kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Het naaste doel dat wordt nagestreefd wordt daar ook onder begrepen.
1078
1079
1080Ook vermoedt hij dat niet alle wapens gevonden zijn en bespreekt hij met [medeverdachte 3] dat de wapens die er nog liggen zo snel mogelijk bij [medeverdachte 11] ondergebracht moeten worden.
1081Daarnaast blijkt uit de chats dat [verdachte] via de advocaten van de aangehouden verdachten probeert om aan informatie over de zaak te komen.
1082Bovendien voelt [verdachte] zich blijkens de chats verantwoordelijk voor de betaling van de advocaten en het onderhouden van de gezinnen van de aangehouden verdachten.
1083
1084Op 25 februari 2015 is [slachtoffer 5] – die uiteindelijk op 9 mei 2016 wordt vermoord (zie zaaksdossier Aker) – met anderen gefilmd bij de McDonald’s te Nieuwegein. Ook zijn in november 2014 gemaakte beelden van [slachtoffer 3] aangetroffen.
1085Daarnaast is er in juni 2015 een baken geplaatst onder de auto van [betrokkene 7] . Bij de doorzoeking op het verblijfadres van [betrokkene 32] is een PGP-toestel in beslag genomen waarop vijf foto’s, met tijdstempel 25 februari 2015, van [slachtoffer 5] zijn aangetroffen. Deze foto’s zijn genomen van een van de hiervoor genoemde filmpjes.
1086Foto’s van [slachtoffer 5] , waarvan één eveneens met tijdstempel 25 februari 2015, zijn ook aangetroffen op een in Ierland onder [betrokkene 16] op 7 april 2016 in beslag genomen PGP-toestel.
1087Uit het onder [betrokkene 32] in beslag genomen PGP-toestel zijn berichten naar voren gekomen waaruit blijkt dat hij tot zijn aanhouding regelmatig contact heeft met [verdachte] , onder meer over de voorbereiding van de liquidatie van [slachtoffer 5] .
1088Zie daarover uitgebreider de bespreking van het zaaksdossier Aker. Hierin komen ook PGP-berichten aan de orde tussen [verdachte] en [betrokkene 16] . Zij bespreken – zie de berichten van 30 maart 2016 om 01:04 uur en 01:02 uur
1089– dat [verdachte] , als [betrokkene 16] er niet meer is, gewoon door moet gaan ‘met die kk hoeren’ en dat dat een ‘levenstaak’ is geworden. Deze opmerkingen zijn – in de context van de andere chats – niet anders te duiden dan dat [verdachte] en [betrokkene 16] een ( deels ) gezamenlijke liquidatielijst hebben die ook als [betrokkene 16] wordt aangehouden, afgewerkt moet worden. Uit het onderzoek Rudolf komt naar voren dat de moord op [slachtoffer 1] en de voorgenomen aanslag op de spyshop een rechtstreeks gevolg zijn van de aanhoudingen en inbeslagnames in het onderzoek Koper, namelijk wraak voor de rol die de spyshop volgens [verdachte] en de zijnen gehad zou hebben bij het oprollen van de Kopergroep en een waarschuwing voor de toekomst.
1090
1091Tijdens een pro formazitting in de zaak Koper op 14 januari 2016 is [verdachte] door [medeverdachte 3] op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op die zitting. [medeverdachte 3] kreeg deze informatie door van [medeverdachte 15] , die als publiek bij die zitting aanwezig was. In die berichtgeving wordt vermeld dat geprobeerd wordt een link te leggen tussen de inbeslaggenomen administratie en de liquidaties van [betrokkene 73] op 14 april 2014 en [betrokkene 20] op 1 december 2014.
1092
1093Hieruit blijkt dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 12] en [betrokkene 37] – een neef van [verdachte] – aan een broer van [verdachte] , [betrokkene 15] , verantwoording afleggen over de inkomsten en uitgaven en dat deze uiteindelijk rapporteert aan [verdachte] . Uit deze administratie leidt de rechtbank af dat er ook in de ten laste gelegde periode op grote schaal in verdovende middelen wordt gehandeld, dat de gedetineerde Koper-verdachten regelmatig geld krijgen en dat ook de kosten van de liquidatie van [slachtoffer 2] in deze administratie zijn verwerkt.
1094De Koper-administratie stopt op 15 juli 2015 en de in de Ennetcom-data aangetroffen administratie wordt voor het eerst zichtbaar op 9 augustus 2015. Uit de schrijfwijze van de beide administraties, de gebruikte termen, de namen van stempels van verdovende middelen en de namen van de deelnemers, leidt de rechtbank af dat de in de Ennetcom-data aangetroffen administratie een meeromvattende voortzetting is van de Koper-administratie.
1095Dit blijkt ook uit de volgende berichten van [betrokkene 15] aan [medeverdachte 3] van 16 juli 2015, de dag na de wapenvondst in het onderzoek Koper.
1096
1097De omstandigheid dat [medeverdachte 6] veel medeverdachten niet kent (en zij ook zeggen hem niet te kennen) past bij zijn verklaring dat de leden van de organisatie alles proberen af te schermen en ervoor te zorgen dat iedereen zo min mogelijk van elkaar weet.
1098In de verklaringen van [medeverdachte 6] over de criminele organisatie heeft de rechtbank geen opzettelijke onjuistheden aangetroffen. Dat hij over een groot aantal situaties of mensen verklaart hoe hij denkt dat het zit, beperkt – zoals hiervoor al overwogen – de bewijswaarde van die delen van zijn verklaringen. Dit alles doet niet af aan de betrouwbaarheid van die verklaringen voor het overige. De rechtbank concludeert dat de verklaringen van [medeverdachte 6] inzake de criminele organisatie – met de hiervoor genoemde kanttekening – betrouwbaar zijn.
1099
1100Het Besluit ACL is later nog een aantal keren gewijzigd, onder meer met ingang van 1 juli 2023
1101en (laatstelijk) met ingang van 1 december 2023.
1102
1103heeft overwogen.
1104heeft bepaald dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, omdat het Nederlands recht door de regelgeving over de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf en in het bijzonder het Besluit ACL een stelsel van herbeoordeling kent op grond waarvan in zich daarvoor lenende gevallen kan worden overgegaan tot verkorting van de levenslange gevangenisstraf. De Hoge Raad heeft daarbij nog overwogen:
1105
1106De Hoge Raad heeft deze cassatieklachten op 13 juli 2021, 23 mei 2023 en 9 januari 2024 met toepassing van artikel 81 RO Pro verworpen. De rechtbank leidt hieruit af dat de Hoge Raad geen aanleiding heeft gezien om thans anders te oordelen over de verenigbaarheid van het opleggen van de levenslange gevangenisstraf met artikel 3 EVRM Pro.
1107
1108Het streven is om in het eerste kwartaal van 2024 de consultatie van het wetsvoorstel te starten.
1109
[verdachte], daarvoor strafbaar.
levenslange gevangenisstraf.
C02VR6JBGFWM
89011703278285088822
89011703278285088145
89011703278285087451
met foto [verdachte] )
.
.
NJ1998, 278.
NJ1986, 698, r.o. 37.
.
.