ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0853
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring bij aansprakelijkheid asbestziekte door voormalig werkgever
Appellanten, de weduwe en kinderen van een werknemer die tussen 1964 en 1974 bij Prins & De Vries werkte en later de diagnose maligne mesothelioom kreeg, stelden de werkgever aansprakelijk voor de door hen geleden schade.
Zij stelden dat de verjaringstermijn niet onaanvaardbaar was omdat zij pas in 2002 met zekerheid van de diagnose en de asbestblootstelling op de hoogte waren en daarna snel tot aansprakelijkstelling zijn overgegaan. Prins & De Vries verweerde zich met een beroep op de dertigjarige verjaringstermijn.
De rechtbank verklaarde appellanten niet-ontvankelijk en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de termijn tussen het bekend worden van de schade en de aansprakelijkstelling ongeveer 15 maanden bedroeg, maar dat de daaropvolgende periode tot het instellen van de vordering te lang was. Ook de overige omstandigheden, zoals het ontbreken van bewijs van het dienstverband en blootstelling, en het feit dat Prins & De Vries niet intensief met asbest werkte, maakten het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens verjaring en veroordeelt hen in de kosten van het hoger beroep.