ECLI:NL:GHSGR:2008:BF8136
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid en reorganisatie
Deze zaak betreft een hoger beroep van een werknemer die zich verzette tegen de afwijzing van haar vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid.
De werknemer was sinds 1994 in dienst en werd ziek gemeld in oktober 2002. Kort daarna nam De Haan Minerale Oliën B.V. haar werkgever over. De werknemer werd geconfronteerd met een nieuwe arbeidsovereenkomst met een andere functietitel, maar zonder wezenlijke wijziging van arbeidsvoorwaarden. Tijdens haar ziekteperiode ontstond een arbeidsconflict en een depressie, mede door de bedrijfsovername en communicatieproblemen.
De Haan schortte de loonbetaling op na een arbeidsgeschiktheidsverklaring van de bedrijfsarts, maar hervatte deze na een tegenstrijdig oordeel van het UWV. Bemiddeling werd geprobeerd, maar de werknemer weigerde uiteindelijk een nieuw contract te tekenen en hervatte haar werkzaamheden niet.
Het hof oordeelde dat de opzegging na twee jaar ziekte niet kennelijk onredelijk was, omdat de werkgever geen verwijt treft en de werknemer onvoldoende feiten aanvoerde die een andere uitkomst rechtvaardigen. De kantonrechtersformule werd toegepast met een C-factor van 0. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag af.