ECLI:NL:HR:2010:BJ8520
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Fierstra
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor over loonbelastingheffing bij buitenlandse betaaldvoetbalorganisaties en vrije verkeer van diensten
Belanghebbende, een Nederlandse betaaldvoetbalorganisatie, betaalde in 2002 en 2004 gages aan Britse betaaldvoetbalorganisaties voor vriendschappelijke wedstrijden in Nederland. Over deze betalingen werd geen loonbelasting ingehouden, waarop de Inspecteur naheffingsaanslagen oplegde. De Rechtbank vernietigde deze aanslagen, het Hof stelde ze deels in stand en deels vernietigd. Belanghebbende ging in cassatie bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of de Nederlandse regeling die inhoudingsplicht oplegt aan binnenlandse dienstontvangers voor betalingen aan buitenlandse sportgezelschappen een verboden beperking vormt van het vrije verkeer van diensten zoals beschermd door artikel 56 VWEU Pro. Het Hof van Justitie heeft in eerdere arresten geoordeeld dat dergelijke nationale maatregelen een beperking kunnen vormen, maar gerechtvaardigd kunnen zijn door het belang van doeltreffende belastinginning.
De Hoge Raad constateert gerede twijfel over de vraag of de Nederlandse regeling een beperking vormt en of deze beperking gerechtvaardigd kan worden geacht, mede gelet op de Europese richtlijnen voor wederzijdse administratieve bijstand bij belastinginning en de mogelijkheid tot verrekening van bronheffing met binnenlandse belasting. Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst het geding totdat daarop uitspraak is gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en schorst het geding totdat uitspraak is gedaan.