ECLI:NL:HR:2013:BZ3487
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.A. Fierstra
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing loonbelasting door binnenlandse betaaldvoetbalorganisatie over buitenlandse gage niet in strijd met EU-recht
In deze zaak stond de vraag centraal of de heffing van loonbelasting door een binnenlandse betaaldvoetbalorganisatie (BVO) over de gage die aan een buitenlandse BVO werd betaald, in strijd was met het EU-recht, met name artikel 56 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
De Hoge Raad verwees in een eerder arrest prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof oordeelde dat de verplichting voor een dienstontvanger om bronbelasting in te houden op vergoedingen aan in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichters een beperking van de vrijheid van dienstverrichting vormt, maar dat deze beperking gerechtvaardigd kan zijn door de noodzaak van een doelmatige belastinginvordering.
De Hoge Raad concludeert dat de nationale regeling die loonbelasting inhoudt op de gage van buitenlandse sportorganisaties verenigbaar is met artikel 56 VWEU Pro. Nieuwe stellingen van belanghebbende worden buiten behandeling gelaten omdat de wet dit niet toestaat. De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt dat de loonbelastingheffing niet in strijd is met EU-recht.