ECLI:NL:GHSGR:2009:BK8758
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof spreekt verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs van oorlogsmisdaden in Afghanistan
De zaak betreft een hoger beroep tegen de vrijspraak van de verdachte, een voormalig lid van de Afghaanse militaire inlichtingendienst KhAD-e-Nezami, beschuldigd van oorlogsmisdaden waaronder foltering en wrede behandeling van gevangenen in Kabul tussen 1981 en 1987.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het bewijs onvoldoende was om de schuld van de verdachte wettig en overtuigend vast te stellen. De verdediging voerde onder meer aan dat de Nederlandse rechtbanken geen jurisdictie hadden en dat het strafrechtelijk begrip van command responsibility niet bestond in de relevante periode. Het hof verwierp deze verweren en bevestigde dat de doctrine van command responsibility sinds de jaren 90 algemeen erkend is als internationaal gewoonterecht, ook voor niet-internationale conflicten.
Het bewijs bestond uit getuigenverklaringen, documenten en visueel materiaal, maar de betrouwbaarheid werd beperkt door de lange tijdsduur, traumatische omstandigheden en inconsistenties in verklaringen. Er was onvoldoende bewijs dat de verdachte persoonlijk betrokken was bij de folteringen of dat hij als meerdere toerekenbaar verantwoordelijk was. De verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van oorlogsmisdaden.