ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6270
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingrentevergoeding bij ambtshalve vermindering versus nadere voorlopige aanslag
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, maakte bezwaar tegen beschikkingen van de Inspecteur inzake verminderingen van vennootschapsbelastingaanslagen en de daarbij behorende rentevergoedingen. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk, maar het hof oordeelde anders.
Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur de verminderingen van de aanslagen ambtshalve mocht effectueren, wat leidde tot een lagere rentevergoeding (invorderingsrente), of dat de verminderingen via nadere voorlopige aanslagen hadden moeten plaatsvinden, waardoor belanghebbende recht had op hogere heffingsrente. Het hof stelde vast dat de Inspecteur bevoegd was om nadere voorlopige aanslagen op te leggen en dat het niet doen daarvan leidde tot een onevenredig nadeel voor belanghebbende.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, stelde de beschikkingen V60 en V70 terug tot nihil en kende hogere bedragen aan heffingsrente toe aan belanghebbende. Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een evenredige belangenafweging bij belastingrentevergoedingen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en kent hogere rentevergoedingen toe door de verminderingen via nadere voorlopige aanslagen te effectueren.