ECLI:NL:HR:2011:BP3011
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over heffingsrente vennootschapsbelasting 2007
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2007 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die later werd verminderd, waarbij invorderingsrente werd vergoed. De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende niet-ontvankelijk. Het Hof vernietigde deze uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en kende een heffingsrentevergoeding toe, maar vergoedde ook rente over een onjuiste periode.
De Minister van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof, terwijl belanghebbende incidenteel beroep in cassatie instelde. De Hoge Raad overwoog dat het Hof een te hoge vergoeding had toegekend omdat ook rente na afloop van het belastingtijdvak werd vergoed, wat een onjuiste rechtsopvatting is.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de rechtbank, en kende belanghebbende een vergoeding toe van €1.108.006 voor de heffingsrente over de juiste periode van 1 juli tot en met 31 december 2007. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in cassatie.
Deze uitspraak volgt eerdere arresten over soortgelijke kwesties en bevestigt de juiste toepassing van de regels omtrent heffingsrente bij voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad kent een rentevergoeding van €1.108.006 toe aan belanghebbende en vernietigt het arrest van het Hof.