ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5781
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling salaris Europees Octrooibureau bij berekening persoonsgebonden aftrek
Belanghebbende, werkzaam bij het Europees Octrooibureau (EOB), had zijn salaris in 2005 niet opgegeven in de Nederlandse inkomstenbelastingaangifte omdat dit op grond van het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van het EOB is vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing. De Inspecteur hield dit salaris echter wel mee bij de berekening van de drempel voor de persoonsgebonden aftrek, wat leidde tot een hogere drempel en lagere aftrek.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, maar het Gerechtshof vernietigde dit oordeel. Het Hof stelde dat het salaris van belanghebbende niet tot het belastbare inkomen behoort en dus niet meegenomen mag worden bij de drempelberekening. Het Hof onderscheidde dit van een eerdere Hoge Raad-uitspraak over de Commissie van de Europese Gemeenschappen, omdat het Protocol van het EOB niet onder de jurisdictie van het Hof van Justitie van de EG valt.
Verder wees het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat belanghebbende niet vergelijkbaar is met niet-Nederlandse werknemers van het EOB die op grond van een aanvullend verdrag als niet in Nederland woonachtig worden beschouwd en daardoor een andere fiscale behandeling genieten.
Het Hof stelde de aanslag vast op nihil belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen, en stelde de persoonsgebonden aftrek vast op €26.062. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het salaris van belanghebbende wordt niet meegenomen bij de drempelberekening voor persoonsgebonden aftrek; de aanslag wordt vastgesteld op nihil belastbaar inkomen.