ECLI:NL:HR:2005:AT7211
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling discriminatieverweer anticumulatieregeling vermogensbelasting minderjarigen
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van vermogensbelasting over het jaar 1999, maar dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen en het bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de wettelijke uitsluiting van bepaalde minderjarige belastingplichtigen bij de toepassing van de anticumulatieregeling niet in strijd is met het discriminatieverbod van het EVRM en het IVBPR.
Het Hof erkende dat de regeling in sommige gevallen leidt tot een situatie waarin ouders met een gering inkomen de over het vermogen van hun minderjarige kinderen verschuldigde vermogensbelasting niet kunnen betalen, maar vond onvoldoende grond om de regeling terzijde te stellen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de wetgever binnen zijn ruime fiscale beoordelingsvrijheid is gebleven.
De Hoge Raad benadrukte dat internationale verdragsbepalingen niet vereisen dat elke ongelijkheid of onevenredigheid in elke denkbare situatie wordt vermeden. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de anticumulatieregeling wordt niet als discriminerend beoordeeld.