ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1993
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Surveyreserves behoren niet tot de herinvesteringsreserve en zijn belastbaar
Belanghebbende, een besloten vennootschap, vormde een fiscale eenheid met dochtermaatschappijen waaronder [A] BV en [B] BV. In 2005 verkocht [A] BV een motorschip met aanzienlijke boekwinst. Zowel [A] BV als [B] BV hadden surveyreserves gevormd voor onderhoudskosten van schepen. Belanghebbende voerde deze reserves toe aan een herinvesteringsreserve (HIR) om belastingheffing uit te stellen.
De Inspecteur stelde dat de saldi van de surveyreserves niet tot de HIR konden worden gerekend en moesten worden belast. De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het Hof overwoog dat de herinvesteringsreserve alleen betrekking heeft op boekwinsten van bedrijfsmiddelen en niet op vrijval van passiva zoals surveyreserves.
Daarnaast faalde het beroep op de ruilarresten, die niet van toepassing zijn op passiva en waarbij belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij een vervangend schip in dezelfde staat van onderhoud zou aanschaffen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de surveyreserve een andere aard heeft dan de assurantiereserve waarop het Besluit van 4 juli 2000 betrekking heeft.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde dat de surveyreserves terecht zijn toegevoegd aan de belastbare winst over 2005. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de surveyreserves zijn terecht belast als winst.