ECLI:NL:HR:2012:BW0191
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Kostenegalisatiereserve kan niet worden doorgeschoven naar vervangende investering in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit een moedermaatschappij en drie dochtermaatschappijen, had voor het jaar 2005 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen die gehandhaafd bleef na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof. De kern van het geschil betrof de vraag of de kostenegalisatiereserve (KER) die was gevormd voor het onderhoud van een motorschip, vrij moest vallen bij verkoop van het schip of kon worden doorgeschoven naar een herinvesteringsreserve (HIR).
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de KER niet mag worden toegevoegd aan de HIR, omdat een HIR alleen kan worden gevormd over de boekwinst van het bedrijfsmiddel en niet over de vrijval van een KER. Tevens werd het beroep op de ruilarresten verworpen, aangezien belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij een vervangend schip in dezelfde staat van onderhoud zou aanschaffen.
Verder verwierp de Hoge Raad het betoog dat de KER in stand mocht blijven, omdat de aard van de egalisatiereserve inhoudt dat deze aan de winst moet worden toegevoegd indien de kosten waarvoor zij is gevormd niet meer zullen worden gemaakt. Ook het beroep op gewekt vertrouwen uit een besluit van de staatssecretaris werd afgewezen, omdat een KER wezenlijk verschilt van een assurantiereserve.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de kostenegalisatiereserve niet mag worden doorgeschoven naar een herinvesteringsreserve.