ECLI:NL:HR:2010:BO1393
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing ruilarresten bij verkoop grond en kwalificatie als voorraad
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale groep, kreeg voor het jaar 2003 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. De rechtbank en het hof verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat de verkochte grond als voorraad moest worden gekwalificeerd, waardoor de ruilarresten niet toepasbaar zouden zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de ruilarresten in principe ook op voorraden van toepassing kunnen zijn, waarmee het oordeel van het hof dat dit niet mogelijk was vanwege de kwalificatie als voorraad onjuist was. Echter, omdat belanghebbende niet de benodigde feiten en omstandigheden voor de toepassing van de ruilarresten heeft aangevoerd, kon dit niet leiden tot cassatie.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand dat de grond als voorraad wordt gezien en de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.