ECLI:NL:GHSGR:2011:BU9013
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting wegens ontoereikende onderbouwing en onjuiste toepassing vrijstelling
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2002 tot en met 2006 en het eerste kwartaal van 2007. De Inspecteur handhaafde deze naheffingsaanslagen na bezwaar, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de uitspraken op bezwaar, met veroordeling van de Staat in proceskosten en griffierecht.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de Inspecteur geen aandacht had besteed aan de hoogte van de naheffingsaanslagen en onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard van de werkzaamheden van belanghebbende. Uit de stukken bleek dat de werkzaamheden mogelijk onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel k, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen, maar de Inspecteur had dit niet aannemelijk gemaakt.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen onvoldoende waren onderbouwd en vernietigde deze. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en het griffierecht. De Inspecteur werd gelast de bezwaren tegen de hoogte van de naheffingsaanslagen opnieuw te beoordelen. Belanghebbende kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel omdat de omstandigheden waren gewijzigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de naheffingsaanslagen wegens ontoereikende onderbouwing en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierecht.