ECLI:NL:GHSGR:2011:BV3109
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuw verzoek schuldsaneringsregeling binnen tien jaar na eerdere toepassing
Appellante verzocht op 7 juni 2011 bij de rechtbank om toelating tot de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van €41.610,33. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder d Faillissementswet (Fw), omdat de schuldsaneringsregeling minder dan tien jaar geleden op haar van toepassing was geweest en tussentijds was beëindigd wegens bovenmatige schulden die haar waren toe te rekenen.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat haar persoonlijke omstandigheden en het feit dat zij haar leven weer op orde had gebracht aanleiding gaven tot hernieuwde toelating. Het hof overwoog dat de wettelijke regeling imperatief is en dat geen van de uitzonderingen van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder d Fw van toepassing was.
De eerdere regeling liep van 16 februari 2005 tot 15 juni 2007 en werd beëindigd wegens ernstige tekortkomingen, waaronder het niet nakomen van informatieplicht en het ontstaan van nieuwe schulden. Tegen dat vonnis is geen hoger beroep ingesteld, waardoor het onherroepelijk is geworden.
Het hof verwees ook naar relevante jurisprudentie van de Hoge Raad die bevestigt dat binnen de tienjaarstermijn geen nieuwe toelating kan plaatsvinden tenzij aan de uitzonderingen is voldaan. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 juli 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het nieuwe verzoek tot schuldsaneringsregeling afwijst vanwege eerdere toepassing binnen tien jaar.