ECLI:NL:GHSGR:2012:BV7736
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en proportionaliteit boetes bij niet opgegeven buitenlandse rentebaten
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes wegens het niet aangeven van buitenlandse rentebaten over de jaren 1990 tot en met 2000, gebaseerd op gegevens van de Belgische Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). Na eerdere vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad, beoordeelt het Hof opnieuw of de Inspecteur het bewijs heeft geleverd dat belanghebbende opzettelijk inkomsten heeft verzwegen.
Het Hof stelt vast dat belanghebbende houder was van een buitenlandse rekening en dat hij bewust heeft nagelaten deze inkomsten aan te geven. Ondanks zijn ontkenning en het verwijzen naar beheer door zijn vader, kon belanghebbende geen overtuigend bewijs leveren ter ontkrachting van de Inspecteur. Het bewijs berustte onder meer op microfiches, verklaringen en het gedrag van belanghebbende.
Het Hof erkent dat de boetes gebaseerd zijn op schattingen met een grote onzekerheidsmarge en dat de omkering van de bewijslast niet betekent dat belanghebbende het tegendeel moet bewijzen. Gelet op proportionaliteit en normhandhaving vermindert het Hof de boetes tot 64% van de nagevorderde belasting. Proceskosten worden niet toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De boetes worden verminderd tot 64% van de nagevorderde belasting wegens opzettelijk niet aangegeven buitenlandse rentebaten over 1990-2000.