ECLI:NL:HR:2012:BY3272
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1990 tot en met 2000 inzake inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het Gerechtshof Amsterdam had de aanslagen en boeten verminderd en gedeeltelijk kwijtgescholden, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte aannam dat belanghebbende houder was van een rekening bij de Kredietbank Luxembourg gedurende alle jaren, terwijl dit slechts voor 31 januari 1994 vaststond. Hierdoor kon het bewijs dat belanghebbende het beboetbare feit had begaan niet worden aangenomen voor alle jaren.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de Inspecteur in de IB-procedure stukken mocht gebruiken die belanghebbende in een andere procedure had ingebracht, en dat dit niet in strijd was met het verbod op gedwongen zelfincriminatie volgens artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.