ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0027
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte voor coffeeshop wegens belangenafweging
In deze zaak verhuurde appellant sub 1 sinds 1999 een bedrijfsruimte aan geïntimeerde, die daar een coffeeshop exploiteert met een gedoogverklaring. In 2009 verkocht appellant sub 1 het pand aan Mozaïek Wonen en zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik en renovatie. Mozaïek Wonen trad als rechtsopvolger op.
De huurder betwistte de opzegging en voerde aan dat de vordering op grond van artikel 7:296 lid 2 BW Pro niet toewijsbaar is binnen drie jaar na eigendomsoverdracht. Het hof oordeelde dat deze bepaling alleen ziet op opzegging wegens dringend eigen gebruik en niet op onbehoorlijke bedrijfsvoering.
De verhuurders stelden dat de bedrijfsvoering onbehoorlijk was vanwege drugshandel, overlast en weigering tot verplaatsing. Het hof vond onvoldoende bewijs voor onbehoorlijke bedrijfsvoering, mede gezien de gedoogvergunning en het ontbreken van significante overlast.
Bij belangenafweging weegt het individuele belang van de huurder om zijn onderneming voort te zetten zwaarder dan het belang van verhuurder bij herontwikkeling. De voorgestelde alternatieve locatie was ongeschikt wegens het ontbreken van een gedoogvergunning. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering af.
Uitkomst: De opzegging van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de huurder mag de bedrijfsruimte blijven gebruiken.