ECLI:NL:GHSGR:2012:BX7506
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.J.J. Engel
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat financiering via aandelenstructuur geen deelneming maar banklening is voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende, aandeelhouder van [A] Holdings NV, had in 2007 een aandelenbelang in [F] B.V. verworven, die aandelen van beursgenoteerde vennootschap [B] bezat. De financiering van de aankoop van deze aandelen was vormgegeven als kapitaalinbreng, maar bestond feitelijk uit een lening verstrekt door een bankensyndicaat.
De Inspecteur kwalificeerde deze constructie fiscaal als een geldlening en niet als een deelneming, waardoor de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat de civielrechtelijke vorm niet doorslaggevend is als sprake is van schijnhandeling en dat de fiscale kwalificatie moet aansluiten bij de economische realiteit.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de structuur was opgezet om herfinanciering van de lening mogelijk te maken, waarbij het kredietrisico beperkt was en de vergoeding gelijk was aan rente, niet afhankelijk van winst. De deelnemingsvrijstelling werd daarom niet toegepast en het voordeel werd belast als rente. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.