ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0737
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en passendheid van boeten bij niet-opgegeven buitenlandse banktegoeden
Belanghebbende was houder van rekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux) en werd door de inspecteur beboet wegens het niet aangeven van inkomsten uit deze buitenlandse tegoeden over de jaren 1991 tot en met 2000. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Amsterdam en een verwijzingsarrest van de Hoge Raad, werd de zaak doorverwezen naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Het hof stelde vast dat belanghebbende daadwerkelijk rekeningen met aanzienlijke saldi bij KB-Lux aanhield en dat de inspecteur voldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende bewust inkomsten uit deze rekeningen niet had aangegeven, met het oog op belastingontduiking. Het hof achtte het aannemelijk dat belanghebbende bewust koos voor een bank in een land met bankgeheim om inkomsten te verbergen.
Vervolgens beoordeelde het hof de hoogte van de boeten en vond deze passend en geboden, mede gelet op het proportionaliteitsbeginsel en het belang van normhandhaving. Het hof verwierp verzoeken tot verdere vermindering van de boeten. De uitspraak bevestigt de navorderingsaanslagen met boeten en heffingsrente, en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De boeten worden bevestigd als passend en geboden, met een vermindering tot 80% van de nagevorderde belasting per jaar.