ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1909
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekeningen
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens het niet aangeven van tegoeden en inkomsten uit buitenlandse KB-Luxrekeningen. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende en zijn toenmalige echtgenote daadwerkelijk rekeninghouders waren en of de aanslagen en boetes terecht waren opgelegd.
Het Hof achtte het aannemelijk dat belanghebbende en zijn ex-echtgenote houder waren van de rekeningen, mede op basis van microfiches, matches met landelijke bestanden en een proces-verbaal van ambtshandeling. Belanghebbende had onvoldoende tegenbewijs geleverd. De inspecteur had de navorderingsaanslagen gebaseerd op redelijke schattingen, met uitzondering van een factor 1,5 die het Hof elimineerde.
De boetes werden in beginsel passend geacht op 100% vanwege opzet en strafverzwarende omstandigheden, maar het Hof matigde deze tot 80% vanwege de onzekerheidsmarge in de schatting en vervolgens tot 64% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep tegen de heffingsrente werd afgewezen. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en gaf een tussenuitspraak over de vaststelling van vermogensbelasting.
Uitkomst: Het Hof vermindert de navorderingsaanslagen en boetes tot 64% van de nagevorderde belasting wegens onzekerheid en termijnoverschrijding, en verklaart het beroep gegrond voor IB/PV.