ECLI:NL:HR:2011:BR4857
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake navorderingsaanslagen en boeten buitenlandse tegoeden
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd voor de jaren 1991 tot en met 2000 vanwege niet opgegeven buitenlandse banktegoeden bij Kredietbank Luxembourg. Het Hof Amsterdam verklaarde de beroepen deels gegrond, verminderde aanslagen en boeten en schold verhogingen gedeeltelijk kwijt.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de opgelegde verhogingen en boeten heeft beoordeeld zonder de juiste toepassing van eerdere jurisprudentie, met name het arrest van 15 april 2011. De Hoge Raad vernietigt daarom het oordeel over de verhogingen voor 1991-1997 en de boeten voor 1998-2000 en verwijst de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast vanwege het niet verstrekken van gevraagde gegevensdragers door belanghebbende. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt delen van het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van navorderingsaanslagen en boeten.