ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1003
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2004 en boetebeschikking wegens te late aangifte
Belanghebbende diende de aangifte inkomstenbelasting 2004 niet tijdig in, waarop de Inspecteur ambtshalve een aanslag oplegde en een verzuimboete van €1.134 oplegde. Belanghebbende stelde dat het te laat indienen verschoonbaar was vanwege het niet tijdig verstrekken van gegevens door zijn werkgever en betwistte de fiscale behandeling van een ontslagvergoeding.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet tijdig kon aangifte doen. De ontslagvergoeding werd terecht als inkomen uit werk en woning belast, ook al was een deel pas in 2008 aan de Belastingdienst betaald. Verder wees het hof aftrek wegens geringe eigenwoningschuld, investeringskosten en renteverliezen af.
De boete werd verminderd tot €1.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn door het hof zelf. De heffingsrente werd gehandhaafd. Een verzoek tot schadevergoeding wegens het handelen van de Inspecteur werd afgewezen. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, handhaafde de ambtshalve vermindering van de aanslag en de heffingsrente, en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Aanslag gehandhaafd conform ambtshalve vermindering, boete verminderd tot €1.000 wegens termijnoverschrijding, schadevergoeding afgewezen.