ECLI:NL:GHSHE:2002:AE5546
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van aftrek boeterente bij vervroegde leningaflossing
De belanghebbende, een houdstermaatschappij binnen een fiscale eenheid, betaalde in 1997 een boeterente van fl. 998.698,= bij vervroegde aflossing van een lening aan haar aandeelhouder G B.V. De Inspecteur weigerde deze boeterente in aftrek te nemen bij de vennootschapsbelasting over 1997. De belanghebbende stelde dat de boeterente aftrekbaar was en dat de vervroegde aflossing ondanks de boete een financieel voordeel opleverde.
Het hof stelde vast dat de leningvoorwaarden boetevrije vervroegde aflossing toestonden en dat de boeterente niet uit de overeenkomst voortvloeit, maar uit vennootschappelijke betrekkingen tussen de belanghebbende en haar aandeelhouders. De belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de boeterente niet uit deze betrekkingen voortkwam.
Daarom oordeelde het hof dat de boeterente niet als zakelijke kosten kon worden aangemerkt en niet aftrekbaar was. Het beroep van de belanghebbende werd gegrond verklaard omdat de uitspraak op bezwaar ten onrechte was gehandhaafd, maar de beschikking zelf werd gehandhaafd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan de belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De boeterente is niet aftrekbaar en de beschikking wordt gehandhaafd; het beroep wordt gegrond verklaard wegens onjuiste uitspraak op bezwaar.