Conclusie
1.Overzicht en prejudiciële vragen
interest rate swaps(IRSs) af te komen. De uit die IRSs voortvloeiende
collateral-verplichtingen als gevolg van de zeer lage markrente legden een zodanige last op haar liquiditeiten dat zij dreigde niet meer door een verplichte
stresstestte komen en daardoor haar status als instelling werkzaam in het belang van de volkshuisvestiging ex de Woningwet kwijt te raken. Zij zag zich daarom gedwongen de ongunstige IRSs afkopen. De leningen met variabele rente voor de renterisicobeheersing waarvan de IRSs waren afgesloten, zijn tegelijk met de afkoop van de IRSs vervangen door leningen met vaste rente.
geschilis of de afkoopsom ad circa € 20 miljoen in het jaar van afkoop (2014) ineens ten laste van de winst komt of geactiveerd en geamortiseerd moet worden.
hedge-, optie
hedge-, cacaobonen- en
market maker-arresten. Die arresten, over samenhangende waardering, zien echter niet direct op een geval waarin, zoals in casu, een of alle onderdelen van een
hedgeworden beëindigd: iets dat er niet meer is, kan niet meer samenhangend gewaardeerd worden. Dan vigeert in beginsel de hoofdregel van afzonderlijke waardering van activa en passiva, maar rijst de vraag of het
matchingbeginsel van goed koopmansgebruik meebrengt dat de afkoopsom aan toekomstige jaren moet worden toegerekend.
hedgearrest, geen sprake kan zijn. De leningen waarop de beëindigde IRSs zagen, zijn immers eveneens beëindigd.
hedges, waardoor de IRSs-afkoopsom beschouwd zou moeten worden als de rente die de belanghebbende zich tijdens de looptijd van die nieuwe leningen bespaart. Gegeven HR
BNB2014/116 (
market maker) en HR
BNB2020/13 (IRS: een voldoende samenhangende IRS en variabel rentende lening worden tezamen behandeld als een vastrentende lening), is de vraag wat rechtens is als de looptijd van de
swapen de daaraan gekoppelde variabel rentende lening niet wordt uitgezeten, maar (vermoedelijk) wél de looptijd van de vervangende vastrentende lening.
swapwas gekoppeld vervangen door een andere lening, die geen IRS meer behoefde omdat er geen variabele rente maar een vaste rente op was verschuldigd. Er is geen rechtspraak over belanghebbendes geval of over een daarmee (enigszins) vergelijkbaar geval.
vraag 1niet te beantwoorden; die lijkt mij te algemeen en abstract.
vragen 2 en 4ware mijns inziens te antwoorden dat als (i) een IRS/variabele-rente-lening-combinatie feitelijk fungeert als vastrentende lening zoals bedoeld in het IRS-arrest HR
BNB2020/13, (ii) die combinatie wordt vervangen door een vastrentende lening, en (iii) de daaruit voortvloeiende IRS-afkoop plus herfinanciering feitelijk gelijk staat aan oversluiting van een (feitelijk) vastrentende lening naar een nieuwe vastrentende lening met dezelfde hoofdsom en een vergelijkbare (resterende) looptijd als de afgewikkelde combinatie, goed koopmansgebruik ertoe verplicht om het deel van de IRS-afkoopsom dat toegerekend moet worden aan het renteverschil te activeren en te amortiseren tot aan het einde van de periode waarin de IRS/variabelerentelening-combinatie zou hebben gelopen als niet was afgekocht/geherfinancierd of, als dat (iets) korter is, tot het (iets) eerdere moment van afloop van die vervangende vastrentende lening. Het resterende deel van de afkoopsom moet toegerekend worden aan de beëindiging van liquiditeitsrisico’s door mogelijke
margin callsof
breaksen kan ineens ten laste van de winst komen.
vraag 3ware mijns inziens te antwoorden (a) dat het motief tot afkoop slechts ter zake doet voor zover het invloed heeft op de naar alle relevante feiten en omstandigheden te beoordelen vraag welk deel van de afkoopsom toegerekend moet worden aan de ‘boeterente’ en welk deel aan de beëindiging van het liquiditeitsrisico van de IRS; (b) dat niet ter zake doet bij welke bank de vervangende vastrentende lening wordt aangegaan; en (c) dat de afkoopsom gesplitst moet worden zoals aangegeven in 1.9 hierboven.
vraag 4a, laatste zes woorden van de tweede volzin(‘hoe moet dat deel worden bepaald?’), moet mijns inziens geantwoord worden dat als uit de berekening van de afkoopsom niet blijkt welk deel ervan beschouwd moet worden als te activeren boeterente, dat deel berekend moet worden op dezelfde wijze als de boeterente bij oversluiting van vergelijkbare vastrentende leningen pleegt te worden berekend.
2.Feiten
Interest Rate Swaps(IRSs), gekoppeld aan die leningen; een
cashflow hedgedus. De looptijden, rentetermijnen en rentebetaaldata van de leningen en bijbehorende
swapswaren vrijwel gelijk, behalve bij één van de leningen. Aflossing van de leningen werd gegarandeerd door de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
swapsomvatten een
Credit Support Annex(CSA) die de partijen verplichtte om tot zekerheid van voldoening aan hun IRS-betalingsverplichtingen liquiditeiten (
collateral) te storten afhankelijk van de rentebeweging. Overschrijdt de marge tussen de (
benchmarkvan de) vaste rente en de variabele rente (de marktrente) een bepaalde omvang (
threshold), dan loopt de
receivereen kredietrisico en volgt een
margin call: de
payormoet dan liquiditeiten tot zekerheid voor zijn toekomstige betalingen storten. Doordat de marktrente daalde, steeg de contante waarde van de kasstroom van de vaste rente en liep de bank een steeds groter kredietrisico. Doordat de belanghebbende om die reden
collateralmoest storten, liep zij een steeds groter liquiditeitsrisico.
stresstestvan 2%-punt rentedaling. Om die te doorstaan, moest de belanghebbende voldoende liquide buffers hebben. In 2013 heeft zij samen met de toezichthouder (Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV); thans de Autoriteit woningcorporaties (Aw)) een plan opgesteld om de
stresstestte kunnen blijven doorstaan, onder meer inhoudende dat als zij niet in staat zou zijn om niet-geborgde financiering aan te trekken of niet tegen acceptabele voorwaarden, zij haar derivatenportefeuille zou afbouwen.
benchmarkvan de IRSs, was de belanghebbende op grond van de CSA verplicht om zekerheid te stellen (
margin call) door liquiditeiten bij te storten. Hierdoor voldeed zij in 2014 niet meer aan de
stress test. Door afkoop van de IRSs kon zij zich ontdoen van haar
collateral-verplichtingen en wél weer voldoen aan de eisen om de
stress testte doorstaan. Tussentijdse afkoop was mogelijk op basis van een
optional break clause. In 2014 heeft de belanghebbende daarom acht IRS-posities afgekocht voor in totaal € 20.084.278. Drie van die posities waren open (
i.e.hadden een ingangsdatum in de toekomst:
forward starting swaps) en vijf waren gesloten,
i.e.gekoppeld aan lopende leningen. Over de
forward starting swapsbestaat kennelijk geen geschil; zijn althans geen vragen gesteld. De afkoop betekende
de factodat de belanghebbende de door haar gestorte
collateralkwijt was.
swaprente plus
spread.
swaps, althans zolang de vervangende leningen lopen.
stresstestweer.
3.Standpunten van de partijen bij de Rechtbank
valutahedgearrest HR
BNB2008/26. [3] Goed koopmansgebruik verplicht haars inziens niet tot activering van de afkoopsom omdat het om een ineens gerealiseerde last gaat en geen sprake is van voortzetting van de rente-
hedgedlening of van een voornemen daartoe zoals bedoeld in uw IRS-arrest HR BNB 2020/13 (zie 6.1 hieronder). De last van de afkoop van de IRSs kan evenmin worden toegerekend aan enige andere lening omdat er geen correlerende ongerealiseerde winst ontstaat uit de beëindiging van de oude leningen.
swapsmoet worden gevolgd, hetzij de renteswapcurve, hetzij de marktrente per 31 augustus 2014 (volgens haar 1,1 %).
hedge-, optie
hedge-, cacaobonen- en
marketmakerarresten (zie 5.7 hieronder).
4.Schriftelijke opmerkingen van de Staatssecretaris en de belanghebbende
5.Goed koopmansgebruik
BNB1957/208 [4] geldt dat de fiscale winstbepaling in beginsel aansluit bij bedrijfseconomische inzichten, maar haar eigen weg gaat als de belastingwet anders voorschrijft of als de algemene opzet of een beginsel van de belastingwet anders eist. Discussie over de koppeling met bedrijfseconomische opvattingen bestaat met name in het kader van de vraag in hoeverre de kaders voor de commerciële jaarverslaggeving IFRS, IAS en/of de RJ maatgevend zijn. [5]
matchingsbeginselen voort: aan elk jaar moeten de opbrengsten en uitgaven worden toegerekend die op dat jaar betrekking hebben [7] en uitgaven moeten zoveel mogelijk ten laste komen van het jaar waarin de opbrengsten worden verantwoord met het oog waarop de uitgaven zijn gedaan. [8]
matchingbeginsel. De vraag is of de IRS-afkoopsom (pas) in de toekomst nut afwerpt. Illustratief is HR
BNB1976/120, [9] over uitgaven voor een reclamecampagne die ook in volgende jaren nog nut voor de onderneming zou afwerpen, zodat die uitgaven mede aan die latere jaren moesten worden toegerekend.
swapproduceert immers geen simultaan, concomitant en compenserend voordeel op de beëindigde variabel rentende lening. Er valt niets te waarderen, want zowel de IRS als de lening met het oog waarop hij was aangegaan, zijn verdwenen. De vraag in casu is een andere: levert de afkoop in de toekomst een of meer voordelen op waaraan de kosten van afkoop geheel of deels moeten worden toegerekend?
6.Literatuur en rechtspraak
hedge accounting-arresten lijkt mij HR
BNB2020/13 (IRS) [15] , al was de rechtsvraag ook in die zaak een andere. Er stonden vergelijkbare financiële instrumenten ter discussie, nl. IRSs gekoppeld aan variabel rentende leningen, dus net zoals in belanghebbendes geval dienende tot
cash flow hedges, maar de vraag was of een niet-definitieve waardedaling van de IRSs als gevolg van rentebeweging op grond van het voorzichtigheidsbeginsel in aanmerking mocht worden genomen hoewel zowel de IRSs als de leningen werden voortgezet (als een IRS wordt uitgezeten, eindigt hij op een waarde nihil, net zoals hij daarop begint). U overwoog:
BNB2009/271, wordt de (doorlopende) combinatie van een variabel rentende lening en een IRS dus conform HR
BNB2004/163 voor de resultaatbepaling beschouwd als een lening met een vaste rente. In belanghebbendes geval is de negatieve waarde van de IRSs echter wél definitief omdat zij zijn afgekocht. De vraag is of er iets tegenover staat in de toekomst: of die afkoop beschouwd moet worden als het naar nu halen van toekomstige (rente)lasten op de vervangende vastrentende lening.
swapbank vertegenwoordigt. Als de variabele rente op de gekoppelde lening is gedaald, is de IRS-houder immers meer rente verschuldigd dan de variabele marktrente. Op basis van het
matchingbeginsel moet daarom huns inziens de afkoopsom fiscaalrechtelijk worden geactiveerd en toegerekend worden aan de resterende rentetermijnen van de lening als de lening wordt voortgezet. Zij verwijzen naar een uitspraak van het Hof Amsterdam uit 2004 over afkoop van salariskosten van postbestellers (zie 6.5 hieronder). Als echter óók de lening wordt beëindigd, is huns inziens geen toerekening aan toekomstige rentetermijnen mogelijk en komt de afkoopsom dus ineens ten laste van de winst. Voor de commerciële verwerking komen zij op basis van Richtlijn 290.639/637 voor de Jaarverslaglegging tot de conclusie dat de afkoopsom ineens ten laste van de fiscale winst komt.
hedgedient (gesloten positie). Bij een zelfstandig te waarderen IRS staan tegenover de afkoopsom geen toekomstige prestaties, zodat hij ineens ten laste van de fiscale winst komt. Bij een gesloten positie ligt dit anders. Anders dan Asma en Storm van ’s Gravesande, die de afkoopsom voor een IRS in gesloten positie toerekenen aan de resterende rentetermijnen van de onderliggende
lening, menen zij dat bij een gesloten positie de afkoopsom commercieel moet worden toegerekend aan de resterende looptijd van de
swap. Fiscaalrechtelijk geldt bij afkoop van een gesloten
swaphuns inziens bij een
fair market value hedgede regel van het
Marketmaker-arrest HR
BNB2014/116, zodat de afkoopsom geactiveerd moet worden. Wordt de
hedge-relatie bij afkoop van de IRS definitief verbroken, dan hoeft huns inziens de afkoopsom niet geactiveerd te worden. Bij een IRS die tot
cash flow hedgedient, vragen zij zich af of überhaupt samenhangend gewaardeerd moet worden (hun bijdrage stamt van vóór het IRS-arrest HR
BNB2020/13 geciteerd in 6.1 hierboven), maar
alseen plicht tot samenhangende waardering bestaat, lijkt het hen logisch dat bij verbreking van die samenhang activering alleen verplicht is als de belastingplichtige er continu naar streeft zijn posities te
hedgen, zoals de genoemde
market maker. Wordt de IRS afgekocht en wordt geen nieuwe IRS afgesloten, dan komt de afkoopsom huns inziens ineens ten laste van de winst. Verder betogen zij:
swap) wordt vervangen door een vastrentende lening.
de factoniet-voortzetting van een vastrentende lening (zoals bedoeld in HR
BNB2010/242), gevolgd door het aangaan van een nieuwe lening met variabele rente, zodat zijns inziens de IRS-afkoopsom ineens ten laste van de winst komt. Ook hij behandelt niet het geval waarin zowel de IRS als de samenhangende variabel rentende lening worden afgewikkeld en in plaats daarvan een nieuwe vastrentende lening wordt aangegaan (in zijn benadering denkelijk
de factovervanging van een vastrentende lening door een vastrentende lening), maar zijn standpunt dat bij afkoop van de IRS en doorlopen van de variabel rentende lening geen voordelen meer uit de afgekochte IRS vloeien, lijkt te impliceren dat hij ook de afkoopsom in een geval zoals dat van de belanghebbende ineens aftrekbaar acht.
V-N2005/8.9) wel degelijk concludent omdat ook in die zaak een verplichting werd afgekocht, maar datgene waarop de verplichting zag (de meerkosten van schaal 3 van (door)lopende dienstbetrekkingen), in stand bleef. Een IRS-afkoopsom is
de facto(een deel van de) toekomstige rente die de bank misloopt door eerdere afwikkeling van de IRS. Zou de afkoopsom wel ineens aftrekbaar zijn, dan zal de praktijk daarop proberen te structureren bij een negatieve IRS-waarde, gegeven dat diens waarde bij uitzitten eindigt op nihil. De negatieve IRS-waarde is tijdelijk en bij tussentijdse afkoop moet huns inziens daarom de afkoopsom geactiveerd worden en via jaarlijkse afschrijving aan de resterende looptijd worden toegerekend om aan het einde op nihil uit te komen.
BNB2009/271 concludeert hij dat doorgaans een gesloten swap in samenhang met de onderliggende lening moet worden beschouwd en gewaardeerd, maar dat de hoofdregel van separate waardering herleeft als de samenhang wordt verbroken, bijvoorbeeld door aflossing van de lening en afkoop van de swap. Het verlies op de
swapacht hij alsdan aftrekbaar.
BNB2009/271 en het Valuta
hedge-arrest HR
BNB2004/214 heeft opgerekt, en wel: te ver. Bij een dalende rente krijgt de IRS een negatieve waarde, maar de onderliggende lening behoudt zijn nominale waarde, zodat zich geen samenhangende waardebeweging voordoet.
De factois er alleen een (niet-definitief) verlies op de IRS waartegenover op dat moment geen winst staat. De regel van samenhangende waardering bij
fair value hedgesgaat dan niet op. Hij stelt de vraag welke gevolgen uw IRS-arrest heeft bij tussentijdse vervanging van een IRS. Hij meent dat een verlies op tussentijdse afwikkeling van een schuld meteen mag worden genomen ook al wordt (de afwikkeling van) de oude schuld met een nieuwe schuld gefinancierd, nu immers geen voornemen meer bestaat om de (oude) schuld voort te zetten. Zou dan niet hetzelfde moeten gelden bij tussentijds afwikkelen van een IRS, gevolgd door aangaan van een nieuwe IRS, al dan niet met behoud van de schuld? Hij wijst er bovendien op dat u in een bekritiseerd arrest, HR
BNB2017/189, [24] over de financiering van een eigen woning met een variabel rentende lening en een tussen dezelfde partijen in samenhang daarmee gesloten IRS, de vergoeding op de IRS niet als aftrekbare eigen-woningrente aanmerkte en daarmee impliciet oordeelde dat de beide contracten fiscaal niet als één geheel mogen worden beschouwd. Bavinck ziet ook belangrijke niet-fiscale verschillen tussen een vastrentende lening en een variabel rentende lening met een in samenhang daarmee gesloten IRS:
cash flow hedgesgeen
fair value hedgeszijn, laat zich horen, maar is mijns inziens geen kritiek op het IRS-arrest. Dat arrest suggereert mijns inziens niet dat dat wel zo zou zijn. Ik lees in het arrest niet meer dan dat u de combinatie van een variabel rentende lening en een op die lening afgestemde rente
swapdie feitelijk resulteert in een vastrentende lening beschouwt als een lening met een vaste rente bestaande uit de vaste
swaprente plus de opslag op de variabele rente. U heeft het dan ook niet over afdekking van waardeverandering van de lening, maar over ‘het variabelerenterisico’, dus een
cash flowrisico; een variabel rentende lening beweegt in beginsel immers niet in waarde, juist omdat haar rente de markt volgt. Voor zover en voor zolang de hoofdsommen van de lening en de
swapsamenvallen en de variabele rente op de lening dicht in de buurt blijft van de variabele rente die op de
swapwordt ontvangen, is er economisch geen verschil te zien met een vastrentende lening, behalve – dat moet Bavinck toegegeven worden – op het punt van het risico van
margin calls(of een
breakop initiatief van de
swapbank), die doorgaans niet in een juridisch vastrentend leningcontract zullen zijn opgenomen.
matchingbeginsel dan noopt tot toerekening van de IRS-afkoopsom aan die eventuele toekomstige besparingen, beantwoorden zij op basis van de beschouwingen over
matchingvan Douma en Lubbers, [27] die stellen dat
matchingpas verplicht is als (i) een nauw verband bestaat tussen de huidige uitgaven en bepaalde verwachte toekomstige opbrengsten en (ii) het voldoende waarschijnlijk is dat die opbrengsten ook zullen worden behaald. Bestaat daaromtrent slechts zeer beperkte zekerheid, dan is toepassing van het
matchingbeginsel volgens Douma en Lubbers niet verplicht omdat vanuit voorzichtigheidsoogpunt een hoge mate van waarschijnlijkheid is vereist. Zij zien steun in HR
BNB1995/180, [28] over de vraag of de kosten van proefboringen naar olie en gas al dan niet ineens ten laste van de winst komen. Schraa, Lemmens en Pater leiden daaruit af dat als boeterente wordt betaald bij herziening van een vastrentende lening om een nieuwe, lagere vaste rente overeen te komen, aan deze voorwaarden is voldaan, zodat die boeterente moet worden geactiveerd en ge
matchedmet de toekomstige rentebesparing. Maar bij afkoop van een IRS is het veel onzekerder of in de toekomst rente zal worden bespaard. Op het moment van afkoop is dat het geval, anders zou de IRS geen negatieve waarde hebben, maar de omvang van de toekomstige besparing en de waarschijnlijkheid van realisatie zijn speculatief, want afhankelijk van toekomstige rentestanden. Volgens hen wordt de IRS vaak afgekocht om onzekere posities te voorkomen die liquiditeitsrisico’s meebrengen bijvoorbeeld door
margin callsof inroeping van een
breakclausule door de bank. Zij menen daarom dat in die situatie de keuze bestaat om al dan niet te
matchen, en niet een verplichting daartoe.
BNB2020/13 een variabele rente plus een
interest rate swaptezamen op een vergelijkbare wijze behandelt als een lening tegen een vaste rente, omdat (…) dit economisch gezien hetzelfde is. Vertaald naar het onderhavige geval, komt dat neer op de vraag of verlies mag worden genomen bij het oversluiten van een langlopende lening. Uitgaande van de economische lijn die naar onze mening duidelijk valt te onderkennen in
BNB2020/13 en de andere
hedge-arresten (zie voetnoot 3 in de (…) uitspraak [van de Rechtbank; PJW]), zouden wij verwachten dat het feit dat een andere financier is gevonden, daarbij niet zo relevant is. Ook zouden wij verwachten dat het motief niet zozeer een rol zal spelen. Wat ons met name van belang lijkt, is of de looptijd en het bedrag vergelijkbaar zijn. Hoewel dat niet met zoveel woorden in de prejudiciële vragen staat, is dat wat ons betreft een belangrijk gegeven.
hedge. Nu was in het arrest HR 23 januari 2004,37893,
BNB2004/214 (…) ook sprake van twee instrumenten met een verschillende looptijd. De Hoge Raad oordeelde destijds: “Dit is niet anders indien de looptijd van de schuld en de vordering niet gelijk zijn aan elkaar”. Wij verwachten daarom dat dit element niet relevant zal zijn. Met andere woorden, er kan vermoedelijk geen tussentijds verlies op de
interest rate swapworden genomen, zolang de lening uitstaat. Dat de looptijd van de lening korter is dan de
interest rate swap, maakt dat niet anders. Voor alle duidelijkheid: de onderhavige procedure ziet op het jaar 2014, de resterende looptijd van de lening met de variabele rente was destijds nog bijna zes jaar.
interest rate swap,geen verlies mag worden genomen op de
swap. Als dat juist is, lijkt dat ook bepalend voor de afschrijvingsperiode. Want ook dan is de looptijd van de nieuwe lening (nagenoeg) gelijk aan die van de oude
interest rate swap. Wellicht is dat anders als de belanghebbende aannemelijk kan maken dat het de intentie was om deze lening met variabele rente niet te verlengen. Naar onze indruk ligt dat in het onderhavige niet voor de hand vanwege de daarmee gepaard gaande blootstelling aan een renterisico. Het is dan ook onze voorzichtige indruk dat de kans dat de belanghebbende de hele afkoopsom van ruim € 20 mln. in één keer kan nemen, niet groot is. Dat bedrag bestaat immers voor het overgrote deel uit (de contante waarde van) toekomstige interestbetalingen. In het licht van de gelijkenis met het oversluiten van een langlopende lening zou wat ons betreft dit bedrag dan kunnen worden gezien als vooruitbetaalde rente. Als sprake zou zijn geweest van een materieel nieuwe lening, bijvoorbeeld omdat de looptijd significant korter wordt, lijkt ons aftrek in één keer wel op zijn plaats.”
matchingbeginsel ruim moet worden opgevat. Het gaat niet alleen om de met een uitgaaf te behalen ‘ontvangsten’, maar bijvoorbeeld ook om lagere toekomstige uitgaven of om een waardestijging van een activum. In voetnoot 150 merkt hij op:
7.Beoordeling
margin calls; (b) voldoen aan overheidsvoorschriften (de
stress test); en/of (c) gebruik maken van de mogelijkheid om oude financieringscontracten over te sluiten in gewone vastrentende leningen met lagere rente, wat volgens de fiscus een rentevoordeel oplevert. De Staatssecretaris houdt het op een gemengd oogmerk; de belanghebbende op oogmerk (b). De belanghebbende bestrijdt verder dat er een (rente)voordeel is: op basis van een vergelijking van gedisconteerde kasstromen is er haars inziens na de afkoop juist een nadeel. Ook verschillen de partijen kennelijk van mening over de
matevan samenhang tussen de beëindiging van de oude leningen en IRSs en het aangaan van de nieuwe leningen, en ook over bewijslastverdeling. Ik meen dat wij met die kwesties in deze prejudiciële procedure niets kunnen en ons slechts kunnen baseren op de tussenuitspraak van de verwijzende rechter. Voor zover deze aan de feitenrechter staande kwesties van belang zijn, kunt u slechts voorwaardelijk antwoord gegeven worden, i.e. onder voorbehoud van feitenvaststelling door de feitenrechter, die niet gevraagd heeft naar bewijslastverdeling. Ik ga er op basis van de tussenuitspraak van de verwijzende rechter van uit dat de belanghebbende de transacties uitvoerde om aan de
stress testte kunnen voldoen, dus in de eerste plaats om van het liquiditeitsrisico van
margin callsaf te komen dat voor haar toezichthouder onaanvaardbaar was.
swap/variabele-rentelening-combinaties feitelijk fungeerden als vastrenteleningen zoals bedoeld in uw IRS-arrest (zie 6.1 hierboven) en (ii) of de IRS-afkoop plus herfinanciering feitelijk gelijk stond aan oversluiting van een (feitelijk) vastrentende lening naar een nieuwe vastrentende lening met dezelfde hoofdsom en een vergelijkbare (resterende) looptijd als de afgewikkelde combinatie, maar
alsdat zo is, moet mijns inziens het deel van de afkoopsom dat toegerekend moet worden aan het renteverschil, geactiveerd en geamortiseerd worden tot aan het einde van de periode waarin de
swap/variabele-rentelening-combinatie zou zijn blijven voortbestaan als niet was afgekocht/geherfinancierd of, als dat (iets) korter is, tot het (iets) eerdere moment van afloop van die vervangende vastrentende lening.
swap/lening-combinatie waarvan het leningdeel in 2020 zou aflopen, want belanghebbendes bedoeling was kennelijk om die variabel rentende lening voor dezelfde hoofdsom te verlengen tot de afloopdatum van die
swap, maar het is aan de feitenrechter om de samenhang te beoordelen.
margin callsen
breaks. Die risico’s zijn met de afkoop opgehouden te bestaan en behoren dus tot het verleden, en over de op het moment van afkoop nog toekomstige rente-ontwikkelingen valt op dat moment niets te zeggen. Dat deel van de afkoopsom kan daarom mijns inziens ineens afgetrokken worden.
swap/variabele-rentelening-combinatie zou zijn blijven voortbestaan als niet was afgekocht/geherfinancierd.
8.Conclusie/beantwoording van de prejudiciële vragen
vraag 1niet te beantwoorden; die lijkt mij te algemeen; de gevolgen van abstracte beantwoording, los van nu nog onvoorzienbare casus, zijn mijns inziens niet te overzien.
vragen 2 en 4ware mijns inziens te antwoorden als volgt:
BNB2020/13 (IRS-arrest), (ii) die combinatie wordt vervangen door een vastrentende lening, en (iii) de daaruit voortvloeiende IRS-afkoop plus herfinanciering feitelijk gelijk staat aan oversluiting van een (feitelijk) vastrentende lening naar een nieuwe lening met vaste, maar lagere rente en met dezelfde hoofdsom en een vergelijkbare (resterende) looptijd als de afgewikkelde combinatie, verplicht goed koopmansgebruik ertoe om het deel van de IRS-afkoopsom dat toegerekend moet worden aan het renteverschil, te activeren en te amortiseren tot aan het einde van de periode waarin de IRS/variabele-rentelening-combinatie zou zijn blijven voortbestaan als niet was afgekocht/geherfinancierd of, als dat (iets) korter is, tot het (iets) eerdere moment van afloop van die vervangende vastrentende lening. Het resterende deel van de afkoopsom moet toegerekend worden aan de beëindiging van liquiditeitsrisico’s door mogelijke
margin callsen
breaksen kan ineens ten laste van de winst komen.
vraag 3ware mijns inziens te antwoorden (a) dat het motief tot afkoop slechts ter zake doet voor zover het invloed heeft op de naar alle relevante feiten en omstandigheden te beoordelen vraag welk deel van de afkoopsom toegerekend moet worden aan het renteverschil (‘boeterente’) en welk deel aan de beëindiging van het liquiditeitsrisico van de IRS; (b) dat niet ter zake doet bij welke bank de vervangende vastrentende lening wordt aangegaan; en (c) dat de afkoopsom gesplitst moet worden zoals aangegeven in 8.2 hierboven.
vraag 4a, laatste zes woorden van de tweede volzin (‘hoe moet dat deel worden bepaald?’), moet mijns inziens geantwoord worden dat als uit de berekening van de afkoopsom niet blijkt welk deel ervan beschouwd moet worden als te activeren boeterente, dat deel berekend moet worden op dezelfde wijze als de boeterente bij oversluiting van vergelijkbare vastrentende leningen pleegt te worden berekend.