ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2787
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bongaarts
- J.W.J. Huige
- K.L.H. van Mens
- Rechtspraak.nl
Woonplaatsfictie Successiewet 1956 vormt verkapte beperking van vrij kapitaalverkeer
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak stond de vraag centraal of de woonplaatsfictie van artikel 3, lid 1, van de Successiewet 1956 een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van het vrije kapitaalverkeer binnen de Europese Gemeenschap vormt. De vier erfgenamen van een in België overleden Nederlandse belastingplichtige betwistten de aanslagen successierecht die Nederland oplegde op grond van deze fictie.
De nalatenschap bestond uit in België belegd vermogen, inclusief opties die als verplichtingen waren gewaardeerd. De Inspecteur had de verkrijgingen van de erfgenamen hoger gewaardeerd dan de aangifte, mede vanwege de woonplaatsfictie die Nederland toestaat om Nederlanders die binnen tien jaar na emigratie overlijden, toch als binnenlands belastingplichtig te behandelen. De erfgenamen betaalden ook successierecht in België, maar Nederland hief aanvullend.
Het Hof overwoog dat hoewel woonplaatsdiscriminatie formeel is toegestaan, de fictie in dit geval discrimineert naar nationaliteit en daarmee het vrije kapitaalverkeer beperkt. Daarbij is het nadeel voor de erfgenamen reëel en niet te rechtvaardigen door het nagestreefde doel. De maatregel gaat verder dan nodig is en is eenvoudig te omzeilen. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De woonplaatsfictie van artikel 3, lid 1, Successiewet 1956 is een verkapte beperking van het vrije kapitaalverkeer en de aanslagen successierecht worden vernietigd.